Columns
Gisteren, zaterdag 6 december, was weer zo’n dag. Zo’n dag waarop je,zonder dat je het plant, opnieuw geconfronteerd wordt met een ontwikkeling in het voetbal die steeds moeilijker te negeren is. Een ontwikkeling die schuurt, verbaast en ergens zelfs een beetje pijn doet. Een ontwikkeling die draait om één woord: beleving. En meer nog, het langzaam verdwijnen daarvan.
Wanneer durft een club eindelijk eens “nee” te zeggen?
Nog twee speelronden te gaan en dan heeft ook de JO7-1 van De Heracliden winterstop. Een winterstop die, eerlijk is eerlijk, voor deze leeftijdscategorie nooit heel lang duurt. Op zaterdag 24 januari 2026 gaat namelijk alweer de derde fase van het seizoen 2025-2026 van start. De rustpauze die in andere sporten nodig wordt geacht als hersteltijd, is in het jeugdvoetbal vooral een praktisch hiaat in het drukke schema dat de KNVB jaar in, jaar uit, over de velden uitstort.
Wanneer schema’s ontsporen: vreemde situaties en sluimerende competitievervalsing in de B-categorie
Wie meerdere competities in de B-categorie volgt, ziet het regelmatig gebeuren: discussies, irritaties en vraagtekens rond het aantal gespeelde wedstrijden van bepaalde teams. Op Puurvoetbalonline krijg ik met enige regelmaat reacties binnen. Soms instemmend, soms kritisch, en soms wijzend op situaties die op zijn minst opmerkelijk zijn. Een treffend voorbeeld daarvan speelt zich momenteel af in de reserve derde klasse 1 en de zesde klasse poule 14.
Douchen op de club? Ja natuurlijk!!
Douchen na een training of wedstrijd. Ja, natuurlijk. Althans… dat dacht ik. Maar tegenwoordig lijkt het alsof een groeiende groep spelers, hele volksstammen! , allergisch is geworden voor een straal warm water in de kleedkamer. Ze sprinten na het laatste fluitsignaal linea recta naar de auto of fiets, druipend van het zweet, modder, regen en… missen het groepsgevoel.
Ode aan Martine: ‘Have Fun!’
Wanneer je elkaar geen ruimte geeft, is zelfs het grootste huis te klein. Het is een zin die in mijn gedachten vaak langskomt, en toch heb ik hem nooit echt gevoeld. Niet omdat hij niet waar is, maar omdat het een zin is die in ons geval volledig overbodig is. Ons leven, ons huis, onze manier van samen zijn draait namelijk precies om het tegenovergestelde. Wij geven elkaar ruimte, soms bewust, vaak vanzelfsprekend, en juist daardoor voelt ons huisje aan de Peperweg in Ezinge groot genoeg voor drie omdat ook Bietsj onderdeel van ons leven is.
De KNVB en het eeuwige gemis aan gezond verstand
Het waren nog de tijden dat SV Bedum CVVB heette, dat een trainingskamp in Marbella iets was waar supporters over napraatten alsof de club zojuist de Champions League had bereikt. Een paar foto’s van palmbomen, een oefenpotje tegen een half Spaans vriendenteam, en de illusie dat je als amateurclub “professioneel bezig” was,het had iets magisch. Maar zoals dat gaat met magie: vroeg of laat wordt het normaal. En tegenwoordig hoort een trainingskamp in de winterstop bij het amateurvoetbal zoals een derde helft , het biertje en de gehaktbal dat al jaren doen.
Bondscontributie Walking Footballers een dure misser voor veel clubs
Het was enkele weken geleden dat ik het bestuur van SV Bedum liet weten dat ik niet langer van plan was om bondscontributie als Walking Footballer te betalen. De reden was simpel, maar frustrerend: mijn irritatie over het niet beantwoorden van een nette mail die ik had gestuurd. Daarin uitte ik mijn verbazing over de selectie die Nederland op het WK Walking Football zou vertegenwoordigen. Een selectie zonder vertegenwoordiging uit de Noordelijke provincies, en daarmee ook zonder iemand als Jan van Woudenberg, de onbetwiste beste coördinator en animator van het Walking Football in de regio rond Bedum en die ik dat meer dan had gegund.
Telefoongesprekken
Sinds de herstart van Puurvoetbalonline in augustus van dit jaar is er bijna geen week voorbijgegaan zonder een telefoongesprek over het amateurvoetbal. Soms zijn het korte gesprekken, soms duren ze langer, maar altijd raken ze een snaar. Het zijn gesprekken die ik koester, omdat ze gaan over een onderwerp dat als een rode draad door mijn leven loopt: het amateurvoetbal in onze regio. Het gebied dat ik gemakshalve maar even aanduid als het verspreidingsgebied van de Ommelander Courant.
Grensoverschrijdend gedrag op de amateurvelden: het is vijf over twaalf
Elke ochtend hetzelfde ritueel: scrollen langs de voetbalsites, even door de socials, checken wat er speelt in de voetbalwereld. En ineens kwam daar weer zo’n bericht voorbij. Niet eens verrassend, laat staan schokkend. In Friesland slaan steeds meer clubs de handen ineen om het toenemende grensoverschrijdende gedrag van ouders en verzorgers aan te pakken. Een prima initiatief – broodnodig zelfs – maar het draait de werkelijkheid niet om. Dit probleem beperkt zich niet tot Friesland. Dit speelt overal. Van Groningen tot Zeeland, van de randstad tot het kleinste dorpsveldje.
Mooiweervoetballer
Het woord mooiweervoetballer had voor mij altijd iets spottends. Een begrip dat je vooral gebruikte voor die ene speler in je team die bij de eerste regendruppel al met bedenkelijke smoesjes begon. Die tijdens gure wintertrainingen ineens een “vervelend pijntje” had of op mysterieuze wijze precies op het moment van afronden nog een telefoontje “moest” plegen. Ik hoorde niet bij dat soort voetballers. Integendeel zelfs: hoe natter het veld, hoe meer modder, hoe harder de wind – hoe liever ik het had. De geur van nat gras, regen die horizontaal over het veld jaagde… het hoorde allemaal bij het spel dat ik zo mooi vond.
Ruim vijftig jaar later ligt dat opeens anders.
Afgelopen maandag meldde ik me af voor de training van de SV Bedum Oldstars. Officieel had ik daar een goede reden voor: ik moest op woensdagochtend het verslag schrijven van het bekerduel tussen Corenos en Rood Zwart Baflo. Een klus die nu eenmaal gedaan moest worden, dus leek afmelden logisch. Maar eerlijk is eerlijk: als dat verslag niet geschreven had hoeven worden, had ik óók niet in de auto naar Bedum gezeten.
Want het weer zat tegen. En niet een beetje.
De lucht was grijs, het miezerde en de wind was tijdens mijn wandeling met Bietsj guur. Het was zo’n dag waarop het plezier, dat voor mij onlosmakelijk verbonden is met voetballen niet aanwezig was. Vroeger kon het mij niet nat genoeg zijn, nu merk ik dat de omstandigheden steeds zwaarder meewegen. Waar ik ooit onverschrokken in weer en wind op het trainingsveld stond, zoek ik tegenwoordig liever de droogte op.
Dat merk ik niet alleen tijdens het trainen, maar ook bij mijn activteiten voor de Ommelander Courant. Wanneer ik een wedstrijdverslag moet maken, betrap ik mezelf erop dat ik steeds vaker opgelucht ben als er ergens een overkapping staat. En ik geniet oprecht van de luxe van een tribune, zoals bij Noordpool. Niet omdat ik niet meer van voetbal houd, integendeel,maar omdat comfort een steeds grotere rol is gaan spelen. Ik moet toegeven: ik ben zelf langzaam maar zeker een mooiweervoetballer geworden.
Vroeger zou ik mezelf zo’n uitspraak nooit hebben toegestaan. Ik vond het maar wat flauw als iemand zich liet tegenhouden door de weersomstandigheden. Je had toch een team? Je had toch verantwoordelijkheid? Training was training, wedstrijd was wedstrijd. Maar naarmate de jaren zich opstapelen, verschuift er iets. Het lichaam is minder vergevingsgezind, de spieren protesteren sneller en de gewrichten laten duidelijker van zich horen. Daarnaast spelen andere factoren mee, zoals medicatie die ik inmiddels trouw moet innemen. Dat alles maakt mijn deelname aan sportieve activiteiten gevoeliger voor kou, vocht en gure wind.
Ik denk eerlijk gezegd ook dat het ook met leeftijd te maken heeft. En dat is niet erg, het is gewoon realiteit. Soms zie ik het als een soort natuurlijk gebeuren binnen een sportend leven. Waar je vroeger gedreven werd door onbegrensde energie, word je later gestuurd door inzicht, ervaring en, ja, ook door comfort. Het is niet dat de liefde voor de sport verdwijnt. Die blijft. En onveranderd. Maar ze verandert van vorm. Ze wordt selectiever. Gerichter. Je maakt bewuster keuzes over wanneer en hoe je wil deelnemen.
Zo is er deze week dus geen nieuwe aflevering van de belevenissen van de SV Bedum Oldstars. En ik kan me zomaar voorstellen dat mijn medespelers op die druilige ochtend wel gewoon hebben getraind. Ik zie ze al voor me: een handjevol trouwelingen dat zich door weer en wind heen slaat, precies zoals ik vroeger deed. En misschien hebben ze wel even opgemerkt dat ik er niet was , misschien zelfs met een knipoog naar het weerbericht ,maar ik denk, dat hoop ik althans, dat ze het ook begrijpen. Want steeds meer van ons worden, bewust of onbewust, mooiweervoetballers. Het is geen zwaktebod, maar een verschuiving van prioriteiten. Je wilt dat de inspanning iets oplevert: plezier, beweging, sociale contacten. Niet dat je daarna twee dagen moet herstellen of je in de middag al merkt dat de kou in je botten is gekropen. En dat brengt me bij de vraag: wanneer ga ik weer trainen?
Het eerlijke antwoord is: dat hangt van het weer af. Misschien komt er volgende week zo’n ochtend waarop de zon doorbreekt, waarop de lucht helder is en het veld er uitnodigend bij ligt. Dan ben ik er zeker weer bij, want het blijft heerlijk om met de Oldstars in beweging te zijn. Maar op een koude, regenachtige ochtend… tja, dan gaat de mooiweervoetballer in mij het toch winnen van de stoere doorzetter die ik ooit was. En misschien is dat helemaal niet erg.

Ruim vijftig jaar later ligt dat opeens anders.
Afgelopen maandag meldde ik me af voor de training van de SV Bedum Oldstars. Officieel had ik daar een goede reden voor: ik moest op woensdagochtend het verslag schrijven van het bekerduel tussen Corenos en Rood Zwart Baflo. Een klus die nu eenmaal gedaan moest worden, dus leek afmelden logisch. Maar eerlijk is eerlijk: als dat verslag niet geschreven had hoeven worden, had ik óók niet in de auto naar Bedum gezeten.
Want het weer zat tegen. En niet een beetje.
De lucht was grijs, het miezerde en de wind was tijdens mijn wandeling met Bietsj guur. Het was zo’n dag waarop het plezier, dat voor mij onlosmakelijk verbonden is met voetballen niet aanwezig was. Vroeger kon het mij niet nat genoeg zijn, nu merk ik dat de omstandigheden steeds zwaarder meewegen. Waar ik ooit onverschrokken in weer en wind op het trainingsveld stond, zoek ik tegenwoordig liever de droogte op.
Dat merk ik niet alleen tijdens het trainen, maar ook bij mijn activteiten voor de Ommelander Courant. Wanneer ik een wedstrijdverslag moet maken, betrap ik mezelf erop dat ik steeds vaker opgelucht ben als er ergens een overkapping staat. En ik geniet oprecht van de luxe van een tribune, zoals bij Noordpool. Niet omdat ik niet meer van voetbal houd, integendeel,maar omdat comfort een steeds grotere rol is gaan spelen. Ik moet toegeven: ik ben zelf langzaam maar zeker een mooiweervoetballer geworden.
Vroeger zou ik mezelf zo’n uitspraak nooit hebben toegestaan. Ik vond het maar wat flauw als iemand zich liet tegenhouden door de weersomstandigheden. Je had toch een team? Je had toch verantwoordelijkheid? Training was training, wedstrijd was wedstrijd. Maar naarmate de jaren zich opstapelen, verschuift er iets. Het lichaam is minder vergevingsgezind, de spieren protesteren sneller en de gewrichten laten duidelijker van zich horen. Daarnaast spelen andere factoren mee, zoals medicatie die ik inmiddels trouw moet innemen. Dat alles maakt mijn deelname aan sportieve activiteiten gevoeliger voor kou, vocht en gure wind.
Ik denk eerlijk gezegd ook dat het ook met leeftijd te maken heeft. En dat is niet erg, het is gewoon realiteit. Soms zie ik het als een soort natuurlijk gebeuren binnen een sportend leven. Waar je vroeger gedreven werd door onbegrensde energie, word je later gestuurd door inzicht, ervaring en, ja, ook door comfort. Het is niet dat de liefde voor de sport verdwijnt. Die blijft. En onveranderd. Maar ze verandert van vorm. Ze wordt selectiever. Gerichter. Je maakt bewuster keuzes over wanneer en hoe je wil deelnemen.
Zo is er deze week dus geen nieuwe aflevering van de belevenissen van de SV Bedum Oldstars. En ik kan me zomaar voorstellen dat mijn medespelers op die druilige ochtend wel gewoon hebben getraind. Ik zie ze al voor me: een handjevol trouwelingen dat zich door weer en wind heen slaat, precies zoals ik vroeger deed. En misschien hebben ze wel even opgemerkt dat ik er niet was , misschien zelfs met een knipoog naar het weerbericht ,maar ik denk, dat hoop ik althans, dat ze het ook begrijpen. Want steeds meer van ons worden, bewust of onbewust, mooiweervoetballers. Het is geen zwaktebod, maar een verschuiving van prioriteiten. Je wilt dat de inspanning iets oplevert: plezier, beweging, sociale contacten. Niet dat je daarna twee dagen moet herstellen of je in de middag al merkt dat de kou in je botten is gekropen. En dat brengt me bij de vraag: wanneer ga ik weer trainen?
Het eerlijke antwoord is: dat hangt van het weer af. Misschien komt er volgende week zo’n ochtend waarop de zon doorbreekt, waarop de lucht helder is en het veld er uitnodigend bij ligt. Dan ben ik er zeker weer bij, want het blijft heerlijk om met de Oldstars in beweging te zijn. Maar op een koude, regenachtige ochtend… tja, dan gaat de mooiweervoetballer in mij het toch winnen van de stoere doorzetter die ik ooit was. En misschien is dat helemaal niet erg.