Het grote leeftijdsbedrog in het jeugdvoetbal: drie verliezers en nul winnaars
Er zijn onderwerpen waar in het jeugdvoetbal liever niet te hardop over wordt gesproken. Dit is er zo één. Het sjoemelen met leeftijden in de onderbouw van het jeugdvoetbal.

Want laten we ophouden alsof het niet gebeurt. Iedereen die regelmatig op een sportpark komt, ziet het. Je hoeft er geen scout, trainer of technisch coördinator voor te zijn. Loop op een willekeurige zaterdagochtend langs een veld met de jongste jeugd en binnen een paar minuten valt het op. Daar gaat hij weer.
‘Jantje’ pakt de bal op eigen helft, slalomt langs vier, vijf of zes tegenstanders alsof het pionnen zijn op een trainingsveld en schiet vervolgens zijn derde, vierde of vijfde doelpunt van de wedstrijd binnen. Zijn ploeggenoten kijken toe. Zijn tegenstanders kijken toe. De ouders langs de lijn applaudisseren. Na afloop is er snoep of patat voor het winnende team.
Iedereen blij? Integendeel want niemand wordt hier beter van. Niet het winnende team. Niet het verliezende team. En ook de solist niet. Drie verliezers in één wedstrijd. Slechter kun je het bijna niet organiseren.
Want laten we eerlijk zijn. Wanneer één speler structureel wedstrijden domineert, wanneer hij fysiek sterker, sneller en verder ontwikkeld is dan de rest, dan heeft hij niets meer te zoeken op dat niveau. Dan hoort hij een stap hoger te spelen. Dan hoort hij uitgedaagd te worden. Ja, dat betekent misschien dat hij het moeilijk krijgt. Dat betekent misschien dat hij niet meer iedere wedstrijd vijf keer scoort. En dat betekent misschien ook dat hij voor het eerst leert verliezen. Maar precies dát is ontwikkeling.
Een speler die iedere week door een verdediging wandelt die hem niet kan stoppen, leert niets. Hij hoeft geen oplossingen te zoeken. Hij hoeft geen keuzes te maken. Hij hoeft niet samen te spelen. Hij hoeft niet beter te worden. Hij hoeft alleen maar te doen wat hij vorige week ook deed. En de week daarvoor. En de week daarvoor. Dat is geen ontwikkelen. Dat is stilstaan.
Ondertussen gebeurt aan de andere kant iets minstens zo schadelijk. Jonge spelers die wél op hun eigen niveau spelen, raken ontmoedigd. Ze verliezen met grote cijfers. Ze krijgen nauwelijks de bal. Ze ervaren geen succesmomenten. Ze leren vooral dat er iemand rondloopt die blijkbaar van een andere planeet komt. Plezier? Ver te zoeken. Ontwikkeling? Nauwelijks. Zelfvertrouwen? Verdwijnt als sneeuw voor de zon. En dan komen we bij de grote vraag: waarom gebeurt het dan toch?
Het antwoord is pijnlijk eenvoudig. Omdat winnen door velen belangrijker wordt gevonden dan opleiden. Ondanks alle mooie beleidsstukken. Ondanks alle cursussen. Ondanks alle presentaties over talentontwikkeling. De praktijk op veel Nederlandse sportparken ziet er heel anders uit.
De KNVB is daar helder over. Tot en met de JO-10 draait het niet om kampioenschappen. Plezier, ontwikkeling en het leren van het spel staan centraal. Kinderen moeten voetballen, ontdekken, fouten maken en groeien. Dat is de bedoeling. Maar wie op zaterdag langs de velden loopt, ziet vaak iets anders. Daar wordt de stand nauwkeurig bijgehouden. Daar worden overwinningen gevierd alsof de Champions League is gewonnen. Daar worden selecties samengesteld met één doel: zoveel mogelijk wedstrijden winnen. En als daar een speler voor nodig is die eigenlijk een jaartje ouder is, fysiek verder ontwikkeld is of simpelweg op een hoger niveau thuishoort, dan wordt er soms een oogje dichtgeknepen. Niet overal. Maar wel veel vaker dan men wil toegeven.
Sterker nog, ik durf te stellen dat bij een groot deel van de verenigingen winnen nog altijd hoger op de prioriteitenlijst staat dan ontwikkelen. Misschien niet officieel. Misschien niet op papier. Maar wel in gedrag. Want gedrag liegt niet. Een trainer die zijn sterkste spelers de hele wedstrijd laat spelen om een uitslag over de streep te trekken, kiest voor winnen. Een leider die bewust een overmacht creëert in een jeugdteam, kiest voor winnen. Een vereniging die succes afmeet aan ranglijsten in plaats van aan ontwikkeling, kiest voor winnen. En daarmee kiest men indirect tegen het belang van het kind.
Dat klinkt hard.Maar wat is harder? Een kritische conclusie trekken? Of een achtjarige jarenlang in een omgeving plaatsen waarin resultaat belangrijker wordt gemaakt dan ontwikkeling?
Het wrange is dat volwassenen hier vaak de grootste rol in spelen. Kinderen willen voetballen. Kinderen willen plezier maken. Kinderen willen leren.
Volwassenen willen winnen. Volwassenen willen kampioen worden. Volwassenen willen op verjaardagen vertellen hoe goed hun team het doet. En soms gaan volwassenen daarin veel te ver.
Het jeugdvoetbal zou een plek moeten zijn waar kinderen zich ontwikkelen als speler én als mens. Waar fouten maken normaal is. Waar verliezen onderdeel is van leren. Waar iedereen wordt uitgedaagd op zijn eigen niveau. Niet een omgeving waarin uitslagen belangrijker zijn dan ontwikkeling. Niet een omgeving waarin leeftijdsgrenzen worden opgerekt als dat beter uitkomt. Niet een omgeving waarin een overwinning van een JO-8 team wordt behandeld alsof er een landelijke titel is gewonnen. De waarheid is simpel. Een speler die veel te goed is voor zijn competitie hoort hoger te spelen. Een trainer die ontwikkeling boven resultaat stelt, durft moeilijke keuzes te maken.
En een vereniging die werkelijk opleiden belangrijk vindt, kijkt verder dan de uitslag van zaterdagmorgen. Want over tien jaar weet niemand meer wie er kampioen werd in de JO-8. Maar de kinderen die plezier hielden in voetbal, die zich hebben ontwikkeld en die leerden omgaan met winst én verlies, die zijn er dan misschien nog steeds. Dat zou uiteindelijk de enige overwinning moeten zijn die telt.