Hervatten zonder voorbereiding: wie helpt het amateurvoetbal daarmee?

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Binnen de lijnen


Het is inmiddels zo’n veertig jaar geleden dat ik de cursus jeugdvoetbaltrainer mocht volgen. Twintig weken lang, een avond en de zaterdagmorgen, op pad naar Hoogezand. Het was geen vrijblijvende bezigheid. Je leerde niet alleen hoe je een training opbouwde, maar vooral hoe je denkt in fases, belasting en herstel en waar ook de voorbereiding op een seizoen werd genoemd


logo

Volgens het lesmateriaal en de docenten duurde de voorbereiding op een nieuw seizoen zes weken. Na een korte of langere winterstop was minimaal twee weken nodig, maar liever drie. Dat was gebaseerd op gezond verstand en ervaring. Spelers moesten weer wennen aan belasting, het lichaam moest opnieuw geactiveerd worden en blessures moesten worden voorkomen. Daarbij was het vanzelfsprekend dat er op een normale ondergrond werd getraind.

Veertig jaar later leven we in een andere tijd. Trainers zijn beter opgeleid, kennis is overal beschikbaar, sportwetenschap heeft zijn intrede gedaan in het amateurvoetbal en spelers zijn zich meer bewust van hun lichaam dan ooit. Je zou denken dat we daardoor zorgvuldiger omgaan met voorbereiding en planning. De praktijk laat echter iets heel anders zien.

In het standaard amateurvoetbal mogen teams tegenwoordig na een periode van soms vier weken zonder trainingen gewoon weer aantreden voor competitiewedstrijden. Zonder noemenswaardige voorbereiding, zonder opbouw, vaak zonder fatsoenlijke trainingsomstandigheden. De kalender dicteert, de praktijk volgt. Of probeert te volgen.

Is dat wenselijk? Voor trainers vrijwel nooit. Na een maand zonder voetbal wil iedere trainer zijn groep eerst weer klaarstomen voor de tweede seizoenshelft. Conditie op peil brengen, ritme terugvinden, het balgevoel herstellen, maar vooral: blessures voorkomen. Wat vroeger drie weken voorbereiding was, lijkt nu ineens overbodig. Alsof het lichaam van de amateurvoetballer zich automatisch aanpast aan een competitieschema.

Dat voelt vreemd. Zeker omdat we in vrijwel alles verder zijn dan veertig jaar geleden. Er is meer kennis, meer begeleiding en meer aandacht voor belastbaarheid. Tegelijkertijd lijkt er minder ruimte voor logisch nadenken. De beleving van het spel is veranderd, maar de fysieke wetten zijn dat niet. Een lichaam dat vier weken stil heeft gestaan, is niet klaar voor een wedstrijd op competitieniveau.

Daar wringt het. De KNVB plant, maar de clubs moeten het uitvoeren. En die clubs hebben te maken met realiteit: winterse omstandigheden, beperkte trainingsvelden en vaak een minimale trainingsopkomst in januari. Kunstgras is niet overal aanwezig en zelfs waar het er wel is, betekent dat niet automatisch dat een team zich optimaal kan voorbereiden.

Het is dan ook niet vreemd dat sommige trainers en clubs dit weekend anders omgaan met de hervatting. Niet uit onwil, niet uit gemakzucht, maar uit zorg. Zorg voor hun spelers, voor de kwaliteit van het spel en voor het verloop van het seizoen. Misschien wordt er bewust een signaal afgegeven richting de bond: doe even normaal met dat vroege beginnen. Geef ruimte om fatsoenlijk voor te bereiden. Dat is geen protest, dat is verantwoordelijkheid nemen.

In dat licht kan het ontbreken van een kunstgrasveld ineens ‘handig’ zijn. Niet omdat men niet wil spelen, maar omdat het simpelweg niet verantwoord voelt. Geen goede ondergrond, geen voorbereiding, geen wedstrijd. Het klinkt hard, maar het is vaak een afweging die trainers/clubs liever vandaag dan morgen zouden vermijden.

Laat één ding duidelijk zijn: als liefhebber van het amateurvoetbal vind ik het prachtig om morgen bij vv Winsum – LAC Frisia langs de lijn te staan als verslaggever. Het blijft een mooi spel, met passie, strijd en betrokkenheid. Dat gevoel raak je nooit kwijt. Maar eerlijk is eerlijk: ik snap teams en trainers die moeite hebben met deze manier van hervatten volledig.

Want hoe logisch is het om te beginnen zonder normale voorbereiding? Wat is de winst? Meer gespeelde wedstrijden op papier, misschien. Maar tegen welke prijs? Blessures, lagere kwaliteit, frustratie en trainers die hun vakmanschap niet kunnen toepassen zoals ze dat zouden willen.

Misschien is het tijd dat de KNVB niet alleen naar schema’s, speeldagen en einddata kijkt, maar ook weer eens naar de basisprincipes van het trainersvak. Principes die veertig jaar geleden al logisch waren en dat vandaag de dag nog steeds zijn.