Stelling: “Slecht scouten zorgt ervoor dat voetballers van buiten de EU bakken met geld verdienen, maar te vaak niet leveren
Op Puurvoetbalonline starten we met een nieuwe rubriek waarin niet de theorie, maar de praktijk van het amateurvoetbal centraal staat. Geen beleidsnota’s vol modieuze termen, geen visies die in een bestuurskamer worden bedacht en op het veld nauwelijks landen. In deze rubriek laten we het echte verhaal horen. Het verhaal van mensen die het amateurvoetbal van binnenuit kennen, die jarenlang langs de lijn hebben gestaan, op het veld hebben gevoetbald en getraind, in bestuurskamers hebben gezeten en vooral: die durven te zeggen wat er volgens hen misgaat , en wat beter kan.
Iedere keer leggen we één duidelijke stelling voor aan iemand met ervaring, een uitgesproken mening en de moed om die te delen zonder zich te verschuilen achter algemeenheden. Geen veilige antwoorden, geen diplomatieke omwegen. Gewoon: zeggen wat je ziet. Een die zonder aarzeling zijn medewerking toezegde, is Jan ten Caat. Jan is de zwager van mijn helaas veel te vroeg overleden voetbalvriend Jan van Dijken, maar bovenal is hij iemand met meer dan veertig jaar ervaring in het amateurvoetbal. Hij was speler, trainer, begeleider en beleidsmaker, maar misschien nog wel het belangrijkst: iemand met een scherpe blik en niet bang is om die hardop te benoemen.

De stelling die ik Jan voorlegde, kwam voort uit een artikel van Modderpoel, waarin werd ingezoomd op de bedragen die buitenlandse spelers – met name van buiten de EU – in Nederland moeten verdienen. De stelling luidde:
.” Jan hoefde er niet lang over na te denken. Zijn reactie was direct en veelzeggend:
,,Ik draai het om. Slecht intern scouten zorgt ervoor dat clubs te snel naar het buitenland kijken.” Volgens Jan is het probleem niet zozeer dat buitenlandse spelers worden gehaald, maar dat clubs hun eigen mogelijkheden structureel onderschatten. ,, Er zijn genoeg voorbeelden,” zegt hij, “zoals Feyenoord, Ajax en recent FC Groningen, die noodgedwongen op hun eigen jeugd moesten leunen. En wat zie je? Juist dan groeien clubs. Dan ontstaat er een bepaalde identiteit, samenhang en ontwikkeling.”Het idee dat Nederlandse clubs geen eigen links- of rechtsback zouden kunnen opleiden, noemt hij onzin.
“Als dat echt zo is,” stelt Jan scherp, “dan moet de hoofd jeugdopleiding maar snel chef afwas worden en plaatsmaken voor een ander . Want het opleiden is letterlijk zijn kerntaak.”
De bedragen die buitenlandse spelers van buiten de EU moeten verdienen, vooral spelers van boven de 24 jaar die soms rond de 600.000 euro per jaar opstrijken, noemt Jan ronduit absurd.
“In eigen land zijn ze met salaris koning en keizer samen en kunnen ze bijna alle huizen kopen,” zegt hij, “maar hier moeten ze zich opnieuw bewijzen. En dat gebeurt te vaak niet omdat het merendeel wat uit bijvoorbeeld uit Afrika komt hard kan lopen , misschien de speer ver kan gooien maar vaak niet jan voetballen”
Als hij het voor het zeggen had bij een club, zou hij dat geld liever structureel investeren in de eigen jeugdopleiding.,,Daar gaat ook wel eens iets mis,” erkent hij, “zoals bij FC Twente, waar de voertaal Duits is en je feitelijk spelers voor de buren opleidt. Dan ben je je doel voorbijgeschoten.”
Een ander punt dat Jan raakt, kwam onverwacht naar voren toen ik vertelde dat er tijdens een lokaal evenement dat ik bezocht drie scouts van FC Groningen aanwezig maar geen enkele vertegenwoordiger van de KNVB. Voor Jan was dat geen verrassing. “De KNVB houdt zich hier niet intensief mee bezig,” stelt hij. “Ze laten dit grotendeels over aan de betaald voetbalorganisaties.” Dat heeft volgens hem directe gevolgen. ,,Je krijgt minder vertegenwoordigde teams. Die zijn bijna allemaal wegbezuinigd. En ergens is dat logisch: het was vaak financieel onhoudbaar. Maar het gevolg is wel dat je een enorme groep spelers uit beeld verliest.”
Dat brengt het gesprek vanzelf bij de vraag hoe het anders zou kunnen. Ik vroeg Jan of hij, met de kennis en ervaring van nu, iets zou veranderen aan Jeugdplan Nederland. Zijn antwoord was resoluut:
“Zeker.” Zijn voorstel is even simpel als ingrijpend: ,,Per leeftijdscategorie zou je één team per provincie moeten hebben, tot en met de leeftijd van dertien jaar. Als je op dat moment nog niet in een jeugdopleiding van een BVO zit, wordt het echt lastig.”
Volgens Jan creëer je op die manier een veel bredere en eerlijkere vijver waaruit talent kan worden herkend en begeleid, zonder dat alles te vroeg wordt dichtgetimmerd. “Nu vallen er te veel jongens af voordat ze überhaupt goed gezien zijn.” Het gesprek met Jan ten Caat biedt een nuchtere, soms confronterende kijk op de realiteit van het Nederlandse amateurvoetbal. Het laat zien dat investeren in eigen jeugd, kritisch kijken naar scoutingbeleid en het herwaarderen van regionale ontwikkeling grote voordelen kunnen opleveren. Niet alleen sportief, maar ook financieel en cultureel.
Met deze nieuwe rubriek wil Puurvoetbalonline ruimte geven aan dit soort stemmen. Mensen die het voetbal niet bekijken door spreadsheets of beleidsstukken, maar door het lopen op modderige trainingsvelden en jarenlange ervaring. Zonder doekjes om te winden. Want juist daar, in de praktijk, ligt vaak de waarheid.
Iedere keer leggen we één duidelijke stelling voor aan iemand met ervaring, een uitgesproken mening en de moed om die te delen zonder zich te verschuilen achter algemeenheden. Geen veilige antwoorden, geen diplomatieke omwegen. Gewoon: zeggen wat je ziet. Een die zonder aarzeling zijn medewerking toezegde, is Jan ten Caat. Jan is de zwager van mijn helaas veel te vroeg overleden voetbalvriend Jan van Dijken, maar bovenal is hij iemand met meer dan veertig jaar ervaring in het amateurvoetbal. Hij was speler, trainer, begeleider en beleidsmaker, maar misschien nog wel het belangrijkst: iemand met een scherpe blik en niet bang is om die hardop te benoemen.

De stelling die ik Jan voorlegde, kwam voort uit een artikel van Modderpoel, waarin werd ingezoomd op de bedragen die buitenlandse spelers – met name van buiten de EU – in Nederland moeten verdienen. De stelling luidde:
.” Jan hoefde er niet lang over na te denken. Zijn reactie was direct en veelzeggend:
,,Ik draai het om. Slecht intern scouten zorgt ervoor dat clubs te snel naar het buitenland kijken.” Volgens Jan is het probleem niet zozeer dat buitenlandse spelers worden gehaald, maar dat clubs hun eigen mogelijkheden structureel onderschatten. ,, Er zijn genoeg voorbeelden,” zegt hij, “zoals Feyenoord, Ajax en recent FC Groningen, die noodgedwongen op hun eigen jeugd moesten leunen. En wat zie je? Juist dan groeien clubs. Dan ontstaat er een bepaalde identiteit, samenhang en ontwikkeling.”Het idee dat Nederlandse clubs geen eigen links- of rechtsback zouden kunnen opleiden, noemt hij onzin.
“Als dat echt zo is,” stelt Jan scherp, “dan moet de hoofd jeugdopleiding maar snel chef afwas worden en plaatsmaken voor een ander . Want het opleiden is letterlijk zijn kerntaak.”
De bedragen die buitenlandse spelers van buiten de EU moeten verdienen, vooral spelers van boven de 24 jaar die soms rond de 600.000 euro per jaar opstrijken, noemt Jan ronduit absurd.
“In eigen land zijn ze met salaris koning en keizer samen en kunnen ze bijna alle huizen kopen,” zegt hij, “maar hier moeten ze zich opnieuw bewijzen. En dat gebeurt te vaak niet omdat het merendeel wat uit bijvoorbeeld uit Afrika komt hard kan lopen , misschien de speer ver kan gooien maar vaak niet jan voetballen”
Als hij het voor het zeggen had bij een club, zou hij dat geld liever structureel investeren in de eigen jeugdopleiding.,,Daar gaat ook wel eens iets mis,” erkent hij, “zoals bij FC Twente, waar de voertaal Duits is en je feitelijk spelers voor de buren opleidt. Dan ben je je doel voorbijgeschoten.”
Een ander punt dat Jan raakt, kwam onverwacht naar voren toen ik vertelde dat er tijdens een lokaal evenement dat ik bezocht drie scouts van FC Groningen aanwezig maar geen enkele vertegenwoordiger van de KNVB. Voor Jan was dat geen verrassing. “De KNVB houdt zich hier niet intensief mee bezig,” stelt hij. “Ze laten dit grotendeels over aan de betaald voetbalorganisaties.” Dat heeft volgens hem directe gevolgen. ,,Je krijgt minder vertegenwoordigde teams. Die zijn bijna allemaal wegbezuinigd. En ergens is dat logisch: het was vaak financieel onhoudbaar. Maar het gevolg is wel dat je een enorme groep spelers uit beeld verliest.”
Dat brengt het gesprek vanzelf bij de vraag hoe het anders zou kunnen. Ik vroeg Jan of hij, met de kennis en ervaring van nu, iets zou veranderen aan Jeugdplan Nederland. Zijn antwoord was resoluut:
“Zeker.” Zijn voorstel is even simpel als ingrijpend: ,,Per leeftijdscategorie zou je één team per provincie moeten hebben, tot en met de leeftijd van dertien jaar. Als je op dat moment nog niet in een jeugdopleiding van een BVO zit, wordt het echt lastig.”
Volgens Jan creëer je op die manier een veel bredere en eerlijkere vijver waaruit talent kan worden herkend en begeleid, zonder dat alles te vroeg wordt dichtgetimmerd. “Nu vallen er te veel jongens af voordat ze überhaupt goed gezien zijn.” Het gesprek met Jan ten Caat biedt een nuchtere, soms confronterende kijk op de realiteit van het Nederlandse amateurvoetbal. Het laat zien dat investeren in eigen jeugd, kritisch kijken naar scoutingbeleid en het herwaarderen van regionale ontwikkeling grote voordelen kunnen opleveren. Niet alleen sportief, maar ook financieel en cultureel.
Met deze nieuwe rubriek wil Puurvoetbalonline ruimte geven aan dit soort stemmen. Mensen die het voetbal niet bekijken door spreadsheets of beleidsstukken, maar door het lopen op modderige trainingsvelden en jarenlange ervaring. Zonder doekjes om te winden. Want juist daar, in de praktijk, ligt vaak de waarheid.