Tweeëntwintig wedstrijden in 52 weekenden… dat moet toch gewoon kunnen

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Even na praten

Ook dit seizoen blijft de gang van zaken in de B-categorie mijn interesse houden. Ik heb alleen wel besloten om het dit seizoen anders te doen. Niet omdat ik mijn interesse in de B-categorie kwijt ben, integendeel zelfs. Maar omdat ik het interessanter vind om één competitie wat nadrukkelijker te volgen dan opnieuw meerdere competities tegelijk onder de loep te nemen. Mijn oog is daarbij gevallen op de mannencompetitie in de zesde klasse, poule O3. Op papier lijkt mij dat een mooie competitie om te volgen. Zeven ploegen uit Het Hogeland, drie uit het Westerkwartier en één ploeg uit de stad Groningen zorgen namelijk voor een competitie met een duidelijk regionaal karakter. Dat maakt het, althans op papier, tot een interessante competitie om gedurende het seizoen te volgen. Niet alleen vanwege wat er op het veld gebeurt, maar misschien nog wel meer vanwege alles wat er rondom die wedstrijden gebeurt.
logo

Want wanneer we na twee speelronden naar de stand en het wedstrijdprogramma kijken, kunnen we eigenlijk maar één conclusie trekken: het is nu al een zootje. Dat klinkt misschien wat hard, maar wie de feiten bekijkt, kan moeilijk tot een andere conclusie komen. Van de twaalf ploegen zijn er twee teams die twee wedstrijden hebben gespeeld. Acht ploegen hebben één duel achter hun naam staan en twee teams wachten na twee speelronden nog steeds op hun eerste wedstrijd. Twee speelronden onderweg dus en nu al verschillen in het aantal gespeelde wedstrijden.

Dat is natuurlijk niet helemaal nieuw binnen het voetbal in de B-categorie. Iedereen die de lagere seniorencompetities een beetje volgt, weet dat wedstrijden afgelast, verplaatst en ingehaald worden. Vanwege een tekort aan spelers, soms vanwege een evenement bij de vereniging en soms omdat er een teamuitje is gepland. En daar blijf ik me over verbazen. Want we hebben het hier niet over een competitie die midden in de winter zit. We hebben het niet over een zaterdag waarop de regen al dagenlang met bakken uit de hemel komt, de velden blank staan en de KNVB besluit dat voetballen onverantwoord is. Nee, we hebben het over een mooie septembermaand.

De omstandigheden waren prima. De velden lagen er goed bij, de temperatuur was aangenaam en de zomer ligt nog maar net achter ons. En toch staan er na twee speelronden al twee ploegen op nul wedstrijden. Eén van de redenen is dat er ergens in het buitenland een teamuitje plaatsvond. Ook dat is tegenwoordig blijkbaar onderdeel van het voetbal in de B-categorie. En begrijp me goed: ik gun iedereen zijn teamuitje. Een weekend met de ploeg weg kan hartstikke gezellig zijn en is voor de onderlinge sfeer binnen een team misschien zelfs belangrijk maar doe dat niet in het seizoen! Ik vraag me echt af hoe we zover zijn gekomen dat een voetbalwedstrijd in de zesde klasse moet wijken voor een dergelijk uitje. Daarmee komen we bij een probleem dat volgens mij veel groter is dan alleen deze ene competitie. Bij veel verenigingen lijkt nog steeds het beeld te leven van: we hebben dertig spelende leden en daar kunnen we iedere zaterdag een beroep op doen. Dat is een oliedomme redenering.Niet omdat je als vereniging geen dertig spelers zou mogen hebben, maar omdat dertig namen op een ledenlijst nog lang niet betekenen dat je iedere zaterdag over dertig beschikbare voetballers beschikt. De praktijk is namelijk anders. De ene speler werkt in ploegendienst, de andere heeft een verjaardag, een derde gaat een weekend weg en een vierde heeft andere verplichtingen. Dan heb je nog spelers die geblesseerd zijn, spelers die geschorst zijn en spelers die om allerlei andere redenen niet beschikbaar zijn. En dan kan het ineens hard gaan. Je begint met een selectie van dertig spelers voor twee teams en voor de zaterdag blijven er uiteindelijk zestien over. Ik las bijvoorbeeld dat een ploeg met acht invallers aan een wedstrijd begon. Acht. Dan kun je je afvragen hoe het ervoor staat met de breedte van de vereniging. Want wanneer een team acht invallers nodig heeft om een wedstrijd te kunnen spelen, is het bijna onvermijdelijk dat je daarmee ergens anders een probleem creëert. De spelers die je naar dat ene team stuurt, moeten immers ergens vandaan komen. En als dat betekent dat een ander team niet kan voetballen, hebben we het probleem alleen maar verplaatst. Het is precies die vicieuze cirkel die ik interessant vind om dit seizoen te volgen. Want uiteindelijk gaat het niet alleen om de vraag hoeveel spelers een vereniging heeft. Het gaat om de vraag hoeveel spelers er daadwerkelijk iedere week beschikbaar zijn én hoeveel teams een vereniging verantwoord kan inschrijven. Daar zit volgens mij een belangrijk verschil. We vinden het blijkbaar normaal dat een vereniging meerdere seniorenteams inschrijft. Meer teams betekent immers meer voetballers, meer wedstrijden en meer mogelijkheden voor leden om op hun eigen niveau te voetballen. Maar zodra de eerste problemen ontstaan, blijkt dat de rek er vaak snel uit is. En dan komen we bij die andere opvallende constatering in poule O3. Twee teams hebben na twee speelronden nog geen enkele wedstrijd gespeeld. Dat betekent dat zij nog 22 wedstrijden voor de boeg hebben. Tweeëntwintig. En daar zit voor mij misschien wel de grootste vraag van dit hele verhaal. Want 22 wedstrijden in 52 weekenden… dat moet toch gewoon kunnen? Natuurlijk moet je rekening houden met vakanties, feestdagen, slechte weersomstandigheden en incidentele afgelastingen. Niemand zal beweren dat iedere zaterdag probleemloos gebruikt kan worden. Maar wanneer een competitie eenmaal is begonnen, zou je toch mogen verwachten dat een seizoen redelijk volgens planning kan worden afgewerkt. Zeker in september en oktober. Toch lijkt dat in de B-categorie steeds lastiger te worden. En misschien moeten we daar ook eens eerlijk naar kijken. Want we kunnen iedere keer wijzen naar de KNVB, naar de planning of naar de tegenstander die een wedstrijd wil verplaatsen. Maar uiteindelijk ligt een groot deel van het probleem natuurlijk bij de verenigingen zelf. Als je weet dat je op zaterdag structureel moeite hebt om elf spelers op de been te brengen, moet je jezelf misschien afvragen of het verstandig is om een extra elftal in te schrijven. Dat klinkt simpel. In de praktijk ligt het natuurlijk ingewikkelder. Verenigingen willen hun leden laten voetballen. Spelers willen graag een eigen team. Niemand wil tegen een voetballer zeggen dat hij maar thuis moet blijven omdat er geen plaats voor hem is. Maar misschien moeten we juist daarom anders gaan nadenken over de organisatie van het lagere seniorenvoetbal. Want wat heb je uiteindelijk liever? Een vereniging met twee seniorenteams die bijna iedere zaterdag met voldoende spelers kunnen voetballen, of een vereniging met drie teams waarvan er iedere week eentje in de problemen komt? Voor mij is het antwoord niet zo moeilijk. Het aardige aan de zesde klasse is juist dat het voetbal daar nog voor een groot deel draait om plezier. De uitslag is belangrijk, uiteraard, maar voor veel spelers is het sociale aspect minstens zo belangrijk. Samen voetballen, daarna een biertje drinken en de week afsluiten met de ploeg. Dat moeten we vooral behouden. Maar juist daarom is het jammer wanneer wedstrijden niet doorgaan omdat er onvoldoende spelers zijn. De komende maanden ga ik daarom vooral kijken wat er in poule O3 gebeurt. Niet alleen naar de uitslagen en de stand, maar vooral naar de verhalen achter die uitslagen. Waarom wordt een wedstrijd afgelast? Waarom kan de ene vereniging wel iedere week een elftal op de been brengen en de andere niet? En hoeveel wedstrijden moeten we straks in het voorjaar nog inhalen en mogen de talloze vrijwilligers weer extra opdraven? Tweeëntwintig wedstrijden in 52 weekenden. Dat moet toch gewoon kunnen… Toch?