De stelling van deze week: commerciële voetbalscholen moeten verboden worden

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Even na praten

 

De stelling van deze week, ‘commerciële voetbalscholen moeten verboden worden’, is er wat mij betreft eentje die om een antwoord schreeuwt. Niet alleen omdat het een onderwerp is waar veel over valt te zeggen, maar vooral omdat je deze stelling vanuit verschillende kanten kunt bekijken.

logo

Moeten commerciële voetbalscholen inderdaad worden verboden? Als ik heel eerlijk ben, zou mijn eerste reactie zijn: laat ze lekker bestaan. Wanneer ouders bereid zijn om geld te betalen omdat ze hopen dat hun zoon of dochter daardoor een betere voetballer of voetbalster wordt, dan is daar wat mij betreft helemaal niets mis mee. Als een kind extra plezier beleeft aan voetbal, extra techniek leert of simpelweg meer wil trainen dan bij de eigen vereniging mogelijk is, dan kan een voetbalschool daar een prima rol in spelen. Maar het verhaal verandert wanneer zo’n voetbalschool ouders en kinderen een beeld voorschotelt dat weinig met de werkelijkheid te maken heeft.Want daar zit volgens mij precies het probleem.

Een commerciële voetbalschool moet natuurlijk kinderen beter willen maken. Daar betalen ouders tenslotte voor. Maar een voetbalschool moet ook zijn verantwoordelijkheid nemen tegenover die kinderen en hun ouders. En die verantwoordelijkheid gaat verder dan alleen het aanbieden van een training, het uitdelen van een certificaat of vertellen dat het kind goed bezig is.

Je mag van een voetbalschool verwachten dat het eerlijk is over de kwaliteiten van haar leerlingen. Sterker nog: soms zou het beste advies dat een voetbalschool kan geven juist kunnen zijn: ‘Je zoon of dochter heeft misschien niet het talent om op een hoog niveau te voetballen.’ Dat klinkt hard. Misschien zelfs veel te hard. Maar eerlijkheid kan ook een vorm van begeleiding zijn. Niet ieder kind dat dol is op voetbal, heeft namelijk het talent om een goede voetballer of voetbalster te worden. En daar is helemaal niets mis mee. Voetbal is geen talentenwedstrijd waarin ieder kind uiteindelijk een contract bij een profclub moet krijgen. Voor de meeste kinderen is voetbal gewoon een hobby. Een manier om plezier te hebben, vrienden te ontmoeten, te bewegen en onderdeel te zijn van een team.

Het probleem ontstaat wanneer kinderen en ouders het idee krijgen dat een paar extra trainingen automatisch betekent dat de stap naar een hoger jeugdteam of misschien zelfs het betaald voetbal binnen handbereik komt. Daar moeten commerciële voetbalscholen wat mij betreft heel voorzichtig mee omgaan.

Want wanneer een voetbalschool alleen maar vertelt wat een kind allemaal goed doet, terwijl er nauwelijks wordt gesproken over de beperkingen en ontwikkelpunten, kan dat een verkeerd beeld creëren. Ouders gaan vervolgens denken dat hun kind eigenlijk veel beter is dan de trainer van de vereniging laat zien.

En dan begint de ellende.

De vader of moeder die misschien meer verstand heeft van het oppompen van een fietsband dan van voetbal, begrijpt niet waarom zoon of dochter niet in het hoogste team van de leeftijdscategorie speelt. Volgens de voetbalschool is het immers een talent. Het kind heeft extra trainingen gevolgd, heeft misschien een certificaat gekregen en heeft te horen gekregen dat de ontwikkeling goed verloopt. Hoe kan het dan dat de eigen vereniging het kind niet op waarde weet te schatten?

Het antwoord is natuurlijk niet altijd dat de vereniging gelijk heeft. Ook trainers kunnen fouten maken. Ook jeugdspelers kunnen verkeerd worden ingeschat. Ontwikkeling verloopt bovendien niet bij ieder kind hetzelfde. De ene speler is op tienjarige leeftijd verder dan de ander en een paar jaar later kan de situatie volledig anders zijn.Maar juist daarom moet een commerciële voetbalschool eerlijk zijn.

Commerciële voetbalscholen, en daar reken ik ook de programma’s onder waarbij kinderen bijvoorbeeld kunnen trainen als een prof bij via een betaaldvoetbalorganisatie, hebben een commerciële doelstelling. Ze moeten geld verdienen om te kunnen bestaan. Dat is op zichzelf niet vreemd. Een bakker verkoopt brood, een sportschool verkoopt abonnementen en een voetbalschool verkoopt trainingen. Maar bij kinderen ligt het natuurlijk iets gevoeliger. Je verkoopt namelijk niet alleen een training. Je verkoopt ook verwachtingen. En wanneer ouders honderden euro’s uitgeven omdat ze denken dat hun kind daardoor een serieuze kans krijgt om een veel betere voetballer te worden, vind ik dat je daar als aanbieder eerlijk over moet zijn.

Een training kan een kind technisch beter maken. Een goede trainer kan ervoor zorgen dat een speler meer zelfvertrouwen krijgt, beter leert passen, aannemen, dribbelen of positie kiezen. Maar een voetbalschool kan niet zomaar talent creëren wanneer de basis daarvoor bij dat kind ontbreekt. En daar zou wat mij betreft veel duidelijker over gesproken mogen worden.

Het zou daarom helemaal niet verkeerd zijn als een commerciële voetbalschool aan het begin van een traject duidelijk maakt wat ouders wel en niet mogen verwachten. Geen verkooppraatjes maar gewoon een eerlijk verhaal: dit kunnen we trainen, hier kunnen we verbetering zien, maar wij kunnen niet garanderen dat jouw kind uiteindelijk op een hoger niveau gaat voetballen. Sterker nog, misschien zou een tussentijdse evaluatie wel een verplicht onderdeel moeten zijn. Niet alleen vertellen wat goed gaat, maar ook aangeven waar de beperkingen liggen. En wanneer aan het einde van een cursus ieder kind vervolgens een prachtig certificaat krijgt met een hoge beoordeling, vraag ik mij af wat zo’n certificaat eigenlijk waard is. Want wat zegt het wanneer bijna iedereen goed tot uitstekend wordt beoordeeld?

Dan ontstaat het risico dat het certificaat vooral een herinnering is aan een leuke cursus, terwijl ouders het interpreteren als een objectieve bevestiging dat hun kind bijzonder veel talent heeft. En vervolgens ligt het probleem bij de vereniging.

Daar staat dan een jeugdtrainer met een groep kinderen waarvan er eentje volgens de ouders eigenlijk in het hoogste team hoort te spelen. De voetbalschool heeft immers gezegd dat het een talent is. De trainer ziet dat misschien anders en laat het kind regelmatig op de bank zitten of speelt het in een lager team. Wie heeft er dan gelijk?

Dat is niet altijd eenvoudig te beantwoorden. Maar het is wel een situatie die je kunt voorkomen door vanaf het begin duidelijk en eerlijk te communiceren. Daarom ben ik het uiteindelijk niet eens met de stelling dat commerciële voetbalscholen verboden moeten worden. Ik zie namelijk best de meerwaarde. Kinderen die extra willen trainen, kunnen daar plezier aan beleven. Ze kunnen nieuwe vaardigheden leren en soms net dat beetje extra begeleiding krijgen dat binnen de reguliere vereniging niet mogelijk is. Maar daar staat wat mij betreft wel één belangrijke voorwaarde tegenover: eerlijkheid. Een commerciële voetbalschool moet niet alleen durven zeggen wat een kind goed kan, maar ook wat het niet kan. En misschien nog belangrijker: wat het waarschijnlijk ook nooit zal kunnen. Dat laatste klinkt misschien hard, maar kinderen hebben niets aan valse verwachtingen. Ouders evenmin. Dus nee, van mij hoeven commerciële voetbalscholen niet verboden te worden. Maar wanneer je als commerciële voetbalschool kinderen en ouders vertelt dat ze talent hebben, zou ik wel graag willen weten waarop die conclusie is gebaseerd. Want uiteindelijk gaat het bij jeugdvoetbal niet om het mooiste certificaat, de beste commerciële belofte of de duurste extra training. Het gaat om het kind. En dat kind verdient vooral één ding: een eerlijk verhaal.