SV Bedum Oldstars : De kop is er weer af
Op woensdag 12 augustus stond de eerste training van de sv Bedum Oldstars op het programma. De kop is er weer af en daarmee zijn we onderweg naar een nieuw seizoen. Een seizoen waarvan niemand weet wat het ons gaat brengen. Dat is misschien ook wel het mooie van voetbal en zeker van Walking Football: je begint opnieuw, zonder dat je precies weet wat er op je pad komt.

Op deze eerste training waren er een groot aantal trainingslustigen naar het sportpark in Bedum gekomen. Het was mooi om te zien dat de vakantieperiode blijkbaar geen reden was om het voetbal helemaal los te laten. De voetbalschoenen werden weer aangetrokken, de ballen lagen klaar en de eerste gesprekken langs de lijn maakten duidelijk dat iedereen elkaar toch wel had gemist.
Een van de aanwezigen was de inmiddels tachtig jaar geworden Bram Bakker. Een prachtige leeftijd en wanneer je dan nog steeds een balletje kunt én wilt trappen, is dat alleen maar mooi. Het zegt ook iets over wat voetbal met een mens kan doen. Leeftijd wordt bij Walking Football misschien wat minder belangrijk. Natuurlijk merk je dat het lichaam niet meer hetzelfde is als vroeger, maar de wil om te bewegen, samen te zijn en een balletje te trappen blijft.
Trainer Henk Diepenbroek begon deze woensdag met een rustige training. Ik vond dat eigenlijk een prima idee. Na een zomer waarin de meesten hun eigen programma hebben gevolgd, is het niet verstandig om meteen vol gas te beginnen. Eerst weer even wennen aan de bal, aan elkaar en aan het bewegen. Rustig opbouwen dus en zorgen dat iedereen heelhuids de eerste weken doorkomt.
Voor mij persoonlijk was die rustige start echter nog steeds behoorlijk pittig. Mijn sportieve zomer had door fysiek en mentaal ongemak een flinke knauw gekregen. Daardoor voelde ik op deze woensdagmorgen precies wat iemand voelt die te weinig heeft gedaan om een beetje fit aan de eerste training te verschijnen. De benen waren zwaar, de conditie bleek ergens onderweg te zijn achtergebleven en na afloop was de conclusie eenvoudig: hier valt voor mij nog wel wat werk te verrichten.
Natuurlijk waren er meer spelers die niet helemaal fit aan de eerste training begonnen. De een had in de vakantie vooral andere dingen gedaan, de ander had misschien wat minder bewogen en weer een ander voelde gewoon dat de jaren beginnen te tellen. Maar uiteindelijk begint het allemaal bij jezelf. En misschien is dat ook wel een prettige gedachte. Als je weet waar het ‘probleem’ vandaan komt, kun je er namelijk iets aan doen. Al moet je eigenlijk niet eens willen spreken van een probleem. Het is eerder een constatering: je bent op dit moment nog niet zo fit als je zou willen zijn.
Dan is er maar één oplossing. Ergens mee aan de slag gaan en proberen om weer voldoende fit te worden. Niet alleen voor jezelf, maar ook omdat je graag van waarde wilt zijn voor je team. Want Walking Football doe je niet alleen voor jezelf. Het gaat om het samen spelen, elkaar helpen, plezier maken en vooral samen op het veld staan.
Maar dat was woensdagmorgen bij mij duidelijk nog niet het geval en ergens baal je daar toch stevig van. Je wilt graag meer kunnen, langer kunnen doorgaan en niet na een training het gevoel hebben dat je accu volledig leeg is. Bij het terugrijden naar huis naar Ezinge denk je daar dan toch even over na. Maar tijdens die rit kwam ook iets anders bij mij naar boven. Iets wat eigenlijk veel belangrijker is dan een slechte conditie of een training die wat zwaar viel.
Het fysieke ongemak dat Wessel Hoekzema is overkomen. Het besef dat Martin Broekmans er niet meer is. De ziekte van Jakob, die zijn leven bepaalt. En Henk van Oosten, die zo graag voetbalt, maar die door de chemokuren op dit moment te vermoeid is om naar de training te komen.
Zo zijn er velen die hun sores hebben. Mensen die iedere dag met hun eigen zorgen, verdriet, beperkingen of onzekerheden te maken hebben. En wanneer je wat ouder wordt, kom je dat helaas steeds vaker tegen. Binnen een groep als de Oldstars zie je dat misschien nog wel sterker. We hebben allemaal een verleden, allemaal onze verhalen en allemaal dingen waar we liever niet iedere dag bij stilstaan. Juist daarom is het eigenlijk bijzonder dat we op woensdagmorgen met elkaar op een voetbalveld staan. Sommigen fit, anderen wat minder fit. De een loopt wat makkelijker dan de ander en weer een ander moet vanwege zijn lichaam voortdurend rekening houden met wat wel en niet kan. Maar uiteindelijk staan we daar allemaal met hetzelfde doel: samen een balletje trappen. En onderweg naar huis dacht ik daarom: waar maak ik me eigenlijk druk om?
Dat ik op de eerste training niet fit genoeg was? Dat ik na een aantal oefeningen moest constateren dat er nog heel wat conditie moet worden opgebouwd? Dat ik in de zomer te weinig heb kunnen doen om goed voorbereid aan het nieuwe seizoen te beginnen? Eigenlijk is dat allemaal betrekkelijk.
Want zolang je gezond genoeg bent om je voetbalschoenen aan te trekken, naar Bedum te rijden en samen met anderen een balletje te trappen, heb je iets om dankbaar voor te zijn. Natuurlijk mag je balen als het niet gaat zoals je wilt. Natuurlijk mag je jezelf voornemen om de komende weken wat meer te bewegen. Maar laat het vooral geen probleem worden. We moeten op onze leeftijd misschien wat minder kijken naar wat we niet meer kunnen en wat vaker genieten van wat nog wél kan. En dus kwam ik onderweg naar Ezinge tot een eenvoudige conclusie: het maakt niet uit of je een training voor de keutel te duur bent. Wees vooral blij dat je een balletje kunt trappen.
Daar gaat het uiteindelijk om. Niet om hoe hard je loopt, hoeveel minuten je volhoudt of hoe goed je nog bent. Het gaat om het moment dat je op het veld staat, om de bal die naar je toe rolt, om een medespeler die je aanspeelt en om de lach na een mislukte pass of een doelpunt dat misschien allang niet meer zo belangrijk is als vroeger. De kop is er weer af. Een nieuw seizoen ligt voor ons. We weten niet wat het ons gaat brengen. Misschien krijgen we te maken met blessures, ziekte of andere tegenslagen. Misschien zijn er mooie momenten, nieuwe spelers, goede wedstrijden en vooral veel plezier. Maar zolang we woensdagmorgen met elkaar op het veld kunnen staan, is dat op zichzelf al een overwinning. Dus die conditie? Daar ga ik de komende tijd maar eens wat aan doen. Want volgende keer wil ik niet opnieuw het gevoel hebben dat ik voor de keutel te duur ben. Maar voorlopig ben ik vooral blij. Blij dat ik er was. Blij dat ik een balletje kon trappen. En vooral blij dat we samen weer onderweg zijn.