Stelling van de week: Meisjes moeten tot en met 15 jaar bij jongens voetballen

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Even na praten

 

De stelling van deze week, afkomstig van Jan ten Caat, luidt: meisjes moeten tot en met 15 jaar bij jongens voetballen. Het is een onderwerp waarover de meningen vaak verdeeld zijn. Ook ik vind het geen eenvoudige stelling om zwart-wit te benaderen. Er zitten namelijk meerdere kanten aan het verhaal. Toch kom ik, wanneer ik puur kijk naar de ontwikkeling van de individuele speelster, tot de conclusie dat het voor veel meisjes beter is om tot hun zestiende jaar in een jongensteam uit te komen.



logo

Wanneer we kijken naar het huidige vrouwenvoetbal, zien we dat de sport enorme stappen heeft gezet. Het niveau stijgt jaarlijks, de aandacht groeit en steeds meer meisjes kiezen ervoor om te gaan voetballen. Tegelijkertijd hoor je nog regelmatig de discussie dat Nederlandse speelsters op technisch en fysiek vlak soms achterlopen op de absolute wereldtop. Natuurlijk heeft dat verschillende oorzaken, maar de jeugdopleiding speelt daarin een belangrijke rol.

Juist in die jeugdjaren wordt de basis gelegd voor de ontwikkeling van een voetballer of voetbalster. En daar ligt wat mij betreft ook de kracht van gemengd voetbal. Meisjes die spelen in een jongensteam worden wekelijks uitgedaagd op een hoog tempo. Ze moeten sneller handelen, sneller denken en sneller beslissingen nemen. De weerstand is vaak groter en dat zorgt ervoor dat speelsters gedwongen worden om zich voortdurend aan te passen.

Daarnaast speelt het fysieke aspect een belangrijke rol. Jongens ontwikkelen zich in de leeftijdscategorieën Onder 13, Onder 15 en Onder 16 vaak anders dan meisjes. Het speltempo ligt hoger, de duels zijn intensiever en de fysieke belasting is groter. Dat betekent niet dat meisjes dit niet aankunnen. Integendeel. Veel talentvolle speelsters laten juist zien dat zij zich uitstekend kunnen handhaven tussen de jongens. Door die omgeving worden zij sterker, weerbaarder en leren zij omgaan met situaties waarin zij net iets meer moeten leveren dan hun tegenstander.

Ook technisch gezien zie ik duidelijke voordelen. Omdat het spel sneller verloopt, krijgen speelsters minder tijd aan de bal. Daardoor worden balcontrole, passing, handelingssnelheid en inzicht continu aangescherpt. Wie zich staande houdt in een sterke jongenscompetitie, ontwikkelt vaak vaardigheden die later van grote waarde zijn in het vrouwenvoetbal.

Toch zou het te makkelijk zijn om alleen naar die voordelen te kijken. Er is namelijk ook een andere realiteit waar veel verenigingen mee te maken hebben. Zeker bij kleinere clubs is het aantal voetballende meisjes niet altijd groot genoeg om in iedere leeftijdscategorie een volledig meidenteam te vormen. Wanneer een vereniging bijvoorbeeld een MO17, MO19 of damesteam wil opzetten, zijn speelsters van vijftien jaar vaak hard nodig om voldoende bezetting te krijgen.

Daar ontstaat het dilemma. Kies je voor de optimale ontwikkeling van het individuele talent door haar nog een jaar bij de jongens te laten spelen? Of kies je ervoor om haar onderdeel te laten zijn van een meidenteam, zodat dat team überhaupt kan bestaan? Beide keuzes zijn verdedigbaar.

Voor verenigingen is het behoud van leden immers ook belangrijk. Een goed draaiend meiden- of vrouwenteam kan ervoor zorgen dat meer meisjes lid blijven van de club. Het creëert een eigen identiteit, vergroot de sociale binding en biedt een duidelijke doorstroom richting het seniorenvrouwenvoetbal. Wanneer alle talentvolle speelsters tot hun zestiende bij de jongens blijven spelen, kan dat de opbouw van meisjes- en vrouwenteams bemoeilijken.

Daarnaast moeten we niet vergeten dat voetbal meer is dan alleen ontwikkeling op technisch of fysiek vlak. Plezier, teamgevoel en sociale ontwikkeling zijn minstens zo belangrijk. Sommige meisjes voelen zich prettiger in een meidenteam en ontwikkelen zich daardoor juist beter. Niet iedere speelster heeft dezelfde ambities of dezelfde behoeften.

Daarom geloof ik ook niet in een verplichte regel voor iedereen. De mogelijkheid moet er zijn om talentvolle meisjes tot en met hun vijftiende jaar bij de jongens te laten spelen, maar er moet ruimte blijven voor maatwerk. Trainers, ouders, speelsters en verenigingen moeten samen kijken naar wat voor een specifieke speelster het beste is.

Toch, als ik de stelling puur beoordeel vanuit het perspectief van voetbalontwikkeling, kies ik uiteindelijk vóór de uitspraak van Jan ten Caat. De voordelen wegen voor mij zwaarder dan de nadelen. De hogere weerstand, het grotere speltempo, de fysieke uitdagingen en de technische ontwikkeling zorgen ervoor dat meisjes zich in deze leeftijdsfase optimaal kunnen ontwikkelen.

Dat betekent niet dat meidenteams minder belangrijk zijn. Integendeel. Een sterke meisjes- en vrouwenafdeling is essentieel voor de groei van het vrouwenvoetbal. Maar wanneer een speelster de kwaliteiten heeft om zich tussen de jongens te meten, dan zou een club haar die kans moeten bieden tot haar zestiende jaar.

Mijn conclusie is dan ook helder: voor de ontwikkeling van de individuele speelster is het beter wanneer zij tot en met haar vijftiende bij de jongens voetbalt. Daarna kan de overstap naar een MO17-, MO19- of damesteam worden gemaakt, waarbij zij de ervaringen, weerstand en vaardigheden die zij bij de jongens heeft opgedaan meeneemt. Uiteindelijk profiteert niet alleen de speelster daarvan, maar ook het vrouwenvoetbal als geheel.