Training SV Bedum Oldstars: Alles verliezen heeft ook een voordeel
Woensdag 10 juni stond de laatste training onder leiding van trainer Henk op het programma. Tegelijkertijd betekende het ook voorlopig afscheid nemen van een aantal Old Stars, die de komende weken koers zetten richting uiteenlopende vakantieadressen. Het was zo'n ochtend waarop je al bij aankomst merkt dat de zomervakantie voorzichtig bezit neemt van de agenda's. Niet iedereen was aanwezig, sommige vaste gezichten ontbraken en de groep was daardoor een stuk kleiner dan gebruikelijk.

Toch hadden zich nog zestien enthousiaste ‘trainingsbeesten’ gemeld voor deze laatste sessie. Dat aantal was voor trainer Henk voldoende reden om het programma iets aan te passen. Waar er normaal gesproken vaak ruimte is voor verschillende oefenvormen, besloot hij deze keer om veel tijd in te ruimen voor partijvormen. Een keuze waar ik persoonlijk weinig moeite mee heb. Sterker nog, ik ben al jaren een groot voorstander van zoveel mogelijk partijspelen tijdens een training. Uiteindelijk zijn dat toch de momenten waarop alles samenkomt: techniek, inzicht, conditie, samenspel en natuurlijk de eeuwige drang om te winnen.
Door de afwezigheid van een aantal vaste krachten werd gekozen voor partijtjes van vier tegen vier. Voor buitenstaanders klinkt dat misschien overzichtelijk, maar iedereen die ooit een 4-tegen-4-partij heeft gespeeld weet dat het een van de zwaarste spelvormen is die er bestaat. Er zijn weinig momenten om uit te rusten, de ruimtes zijn groot en iedere fout wordt genadeloos afgestraft. Je bent voortdurend in beweging, zowel aanvallend als verdedigend.
Helemaal lastig wordt het wanneer je tegenover een ploeg staat die uit louter ‘lopers’ bestaat. Zo'n team waarvan de spelers blijven gaan alsof ze net aan de warming-up zijn begonnen. Dan weet je vooraf al dat het een pittige ochtend gaat worden.
Maar goed, daar draait het uiteindelijk niet om. Op onze leeftijd gaat het allang niet meer uitsluitend om winnen. Natuurlijk wil iedereen nog steeds als winnaar van het veld stappen en wordt er tijdens een partijtje fanatiek gestreden om iedere bal. Maar de belangrijkste winst zit toch in het feit dat je anderhalf uur actief bezig bent. Anderhalf uur bewegen, lachen, mopperen, coachen en genieten van het spelletje dat ons al decennialang bezighoudt. Binnen zo'n training zijn er drie mogelijke uitkomsten: je wint, je speelt gelijk of je verliest. Ons team besloot deze ochtend echter om zich volledig op die laatste categorie te richten. Verliezen deden we namelijk met overtuiging. Niet één geen twee maar drie keer. Alle drie de partijtjes gingen verloren.
Dat klinkt misschien dramatisch, maar eigenlijk viel dat best mee. Natuurlijk wordt er na iedere nederlaag even gewezen naar gemiste kansen, verkeerde passes of een moment van onoplettendheid. Dat hoort er nu eenmaal bij. Toch moet je soms ook gewoon erkennen dat de tegenstander beter was. Of fitter. Of simpelweg gelukkiger. Bovendien heeft verliezen ook zijn voordelen.
Dat klinkt misschien als een goedkope troostprijs, maar er zit wel degelijk een kern van waarheid in. Wanneer je een training lang alles wint, ontstaat al snel het idee dat je onoverwinnelijk bent. Een reeks nederlagen zorgt daarentegen voor enige bescheidenheid. Het houdt je met beide benen op de grond en geeft je tegelijkertijd het gevoel dat er ruimte voor verbetering is. En laten we eerlijk zijn: statistisch gezien moet het op een gegeven moment weer een keer de goede kant op vallen.
Wanneer je drie partijtjes achter elkaar verliest, groeit automatisch de hoop dat de volgende training beter zal verlopen. Dat is misschien geen wetenschappelijk bewezen theorie, maar onder voetballers leeft die gedachte al generaties lang. Na een slechte dag volgt vanzelf weer een goede. Alleen zal het nog wel even duren voordat we kunnen ontdekken of die theorie klopt. Voor mij breekt namelijk een periode aan waarin het zelf voetballen tijdelijk naar de achtergrond verdwijnt. De maand augustus staat al jarenlang in het teken van het meewerken aan diverse voetbalbijlagen. Een mooie traditie die veel tijd vraagt, maar waar ik nog altijd met veel plezier aan werk. Het betekent wel dat de voetbalschoenen voorlopig in de kast blijven staan. Sterker nog, gevoelsmatig verwacht ik niet dat ik ze vóór september weer uit het vet haal.
Dat is op zichzelf geen ramp. Een paar weken rust kunnen lichaam en geest soms ook goed gebruiken. Bovendien biedt het de gelegenheid om vanaf de zijlijn te genieten van alle ontwikkelingen die het nieuwe seizoen met zich meebrengt.
Voor de vaste trainingsgroep betekent het dat we elkaar na de zomer weer treffen. Ongetwijfeld zullen de vakantieverhalen dan rijkelijk over tafel gaan. De één komt terug van een zonnige bestemming, de ander heeft een actieve vakantie achter de rug en weer een ander zal beweren dat hij tijdens zijn vakantie dagelijks heeft getraind. Of dat werkelijk zo is, blijft meestal een raadsel.
Wat geen raadsel is, is dat ik ook na de zomer trouw zal blijven aan mijn zorgvuldig opgebouwde reputatie als ‘mooiweervoetballer’. Die titel draag ik met verve en ik ben niet van plan daar afstand van te doen. Regen, harde wind en koude ochtenden blijven omstandigheden die ik echt niet meer ga trotseren Maar zodra de omstandigheden aangenaam zijn zal de drang om te winnen ongetwijfeld direct terugkeren. En wie weet. Misschien winnen we dan eindelijk weer eens een wedstrijdje. Of zelfs twee. Want hoe vervelend drie nederlagen op rij ook zijn, alles verliezen heeft uiteindelijk toch één groot voordeel: het kan bijna alleen maar beter worden.

Toch hadden zich nog zestien enthousiaste ‘trainingsbeesten’ gemeld voor deze laatste sessie. Dat aantal was voor trainer Henk voldoende reden om het programma iets aan te passen. Waar er normaal gesproken vaak ruimte is voor verschillende oefenvormen, besloot hij deze keer om veel tijd in te ruimen voor partijvormen. Een keuze waar ik persoonlijk weinig moeite mee heb. Sterker nog, ik ben al jaren een groot voorstander van zoveel mogelijk partijspelen tijdens een training. Uiteindelijk zijn dat toch de momenten waarop alles samenkomt: techniek, inzicht, conditie, samenspel en natuurlijk de eeuwige drang om te winnen.
Door de afwezigheid van een aantal vaste krachten werd gekozen voor partijtjes van vier tegen vier. Voor buitenstaanders klinkt dat misschien overzichtelijk, maar iedereen die ooit een 4-tegen-4-partij heeft gespeeld weet dat het een van de zwaarste spelvormen is die er bestaat. Er zijn weinig momenten om uit te rusten, de ruimtes zijn groot en iedere fout wordt genadeloos afgestraft. Je bent voortdurend in beweging, zowel aanvallend als verdedigend.
Helemaal lastig wordt het wanneer je tegenover een ploeg staat die uit louter ‘lopers’ bestaat. Zo'n team waarvan de spelers blijven gaan alsof ze net aan de warming-up zijn begonnen. Dan weet je vooraf al dat het een pittige ochtend gaat worden.
Maar goed, daar draait het uiteindelijk niet om. Op onze leeftijd gaat het allang niet meer uitsluitend om winnen. Natuurlijk wil iedereen nog steeds als winnaar van het veld stappen en wordt er tijdens een partijtje fanatiek gestreden om iedere bal. Maar de belangrijkste winst zit toch in het feit dat je anderhalf uur actief bezig bent. Anderhalf uur bewegen, lachen, mopperen, coachen en genieten van het spelletje dat ons al decennialang bezighoudt. Binnen zo'n training zijn er drie mogelijke uitkomsten: je wint, je speelt gelijk of je verliest. Ons team besloot deze ochtend echter om zich volledig op die laatste categorie te richten. Verliezen deden we namelijk met overtuiging. Niet één geen twee maar drie keer. Alle drie de partijtjes gingen verloren.
Dat klinkt misschien dramatisch, maar eigenlijk viel dat best mee. Natuurlijk wordt er na iedere nederlaag even gewezen naar gemiste kansen, verkeerde passes of een moment van onoplettendheid. Dat hoort er nu eenmaal bij. Toch moet je soms ook gewoon erkennen dat de tegenstander beter was. Of fitter. Of simpelweg gelukkiger. Bovendien heeft verliezen ook zijn voordelen.
Dat klinkt misschien als een goedkope troostprijs, maar er zit wel degelijk een kern van waarheid in. Wanneer je een training lang alles wint, ontstaat al snel het idee dat je onoverwinnelijk bent. Een reeks nederlagen zorgt daarentegen voor enige bescheidenheid. Het houdt je met beide benen op de grond en geeft je tegelijkertijd het gevoel dat er ruimte voor verbetering is. En laten we eerlijk zijn: statistisch gezien moet het op een gegeven moment weer een keer de goede kant op vallen.
Wanneer je drie partijtjes achter elkaar verliest, groeit automatisch de hoop dat de volgende training beter zal verlopen. Dat is misschien geen wetenschappelijk bewezen theorie, maar onder voetballers leeft die gedachte al generaties lang. Na een slechte dag volgt vanzelf weer een goede. Alleen zal het nog wel even duren voordat we kunnen ontdekken of die theorie klopt. Voor mij breekt namelijk een periode aan waarin het zelf voetballen tijdelijk naar de achtergrond verdwijnt. De maand augustus staat al jarenlang in het teken van het meewerken aan diverse voetbalbijlagen. Een mooie traditie die veel tijd vraagt, maar waar ik nog altijd met veel plezier aan werk. Het betekent wel dat de voetbalschoenen voorlopig in de kast blijven staan. Sterker nog, gevoelsmatig verwacht ik niet dat ik ze vóór september weer uit het vet haal.
Dat is op zichzelf geen ramp. Een paar weken rust kunnen lichaam en geest soms ook goed gebruiken. Bovendien biedt het de gelegenheid om vanaf de zijlijn te genieten van alle ontwikkelingen die het nieuwe seizoen met zich meebrengt.
Voor de vaste trainingsgroep betekent het dat we elkaar na de zomer weer treffen. Ongetwijfeld zullen de vakantieverhalen dan rijkelijk over tafel gaan. De één komt terug van een zonnige bestemming, de ander heeft een actieve vakantie achter de rug en weer een ander zal beweren dat hij tijdens zijn vakantie dagelijks heeft getraind. Of dat werkelijk zo is, blijft meestal een raadsel.
Wat geen raadsel is, is dat ik ook na de zomer trouw zal blijven aan mijn zorgvuldig opgebouwde reputatie als ‘mooiweervoetballer’. Die titel draag ik met verve en ik ben niet van plan daar afstand van te doen. Regen, harde wind en koude ochtenden blijven omstandigheden die ik echt niet meer ga trotseren Maar zodra de omstandigheden aangenaam zijn zal de drang om te winnen ongetwijfeld direct terugkeren. En wie weet. Misschien winnen we dan eindelijk weer eens een wedstrijdje. Of zelfs twee. Want hoe vervelend drie nederlagen op rij ook zijn, alles verliezen heeft uiteindelijk toch één groot voordeel: het kan bijna alleen maar beter worden.