Competitievervalsing is geen incident, maar een systeemfout
De discussie over competitievervalsing in het amateurvoetbal laait steeds meer op. Vaak wordt gedaan alsof het gaat om enkele incidenten, een paar verenigingen die de grenzen opzoeken of een team dat toevallig een keer spelers tekort komt. Maar wie goed kijkt naar wat er tegenwoordig vooral in de B-categorie gebeurt, ziet een veel groter probleem. Het rommelt niet een beetje. Het rommelt structureel zo viel uit onderstaande reactie te lezen:

Als wedstrijdsecretaris krijg ik de laatste weken van het seizoen steeds vaker te maken met wedstrijden die nooit gespeeld worden. Teams zeggen af, wedstrijden worden schriftelijk afgehandeld en uitslagen verschijnen zonder dat er een bal is geraakt. Dat gebeurt niet incidenteel, maar op grote schaal.
Ook binnen onze eigen vereniging hebben we dit meegemaakt. Ons zesde elftal moest uit spelen tegen een derde team. Op hetzelfde complex zou ook hun tweede elftal thuis spelen. Dat tweede elftal hebben we nergens gezien, maar opvallend genoeg stond er later wel gewoon een uitslag op papier. Toeval? Misschien. Maar het zijn precies dit soort situaties die steeds vaker vragen oproepen.
Nog opvallender zijn verenigingen die een derde en vierde elftal hebben ingeschreven. De ene week speelt het derde thuis en wordt het vierde op papier afgedaan. Een week later is het precies andersom. Officieel klopt alles wellicht binnen de regels, maar iedereen die langer dan een paar jaar in het amateurvoetbal rondloopt weet dat dit niet altijd de werkelijkheid weerspiegelt.
Bij onze vereniging hanteren we een simpel uitgangspunt: teams helpen elkaar. Als er ergens spelers tekort zijn, kijken we samen hoe iedereen toch kan voetballen. Uiteindelijk schrijven spelers zich in om wedstrijden te spelen en niet om op zaterdagmiddag een berichtje te krijgen dat het duel niet doorgaat. Helaas blijkt dat niet overal de norm te zijn.
Een andere discussie die de afgelopen jaren speelde, is die van de verplichte promotie. Tussen ongeveer 2020 en 2024 konden kampioenen daar vaak niet onderuit, tenzij er sprake was van een volledig gewijzigd team. Sinds 2025 werkt de KNVB met een teamindex, waarbij de sterkte van een ploeg wordt meegewogen in de competitie-indeling.
Dat systeem heeft ongetwijfeld voordelen, maar zorgt ook voor nieuwe vraagstukken. In theorie kan een team promoveren, maar het is ook mogelijk dat een ploeg op hetzelfde niveau blijft spelen en toch in een sterkere klasse wordt ingedeeld. Hoe dit in de praktijk precies uitpakt, zal de komende jaren moeten blijken. Veel verenigingen,waaronder wij, kijken dan ook met belangstelling uit naar de indelingen voor het nieuwe seizoen.
Toch ligt daar niet de grootste frustratie. Die zit bij veel clubs in de aanwezigheid van tweede elftallen in de lagere competities. Iedereen kent het fenomeen. In september tref je een ploeg met elf fitte, jonge spelers die ogenschijnlijk elke week samen spelen. Kom je diezelfde tegenstander na de winterstop weer tegen, dan staat er een compleet ander elftal tegenover je. De samenstelling verandert voortdurend, afhankelijk van blessures, beschikbaarheid en belangen elders binnen de vereniging. Natuurlijk mag een club haar teams organiseren zoals zij dat wil. Maar voor de tegenstanders voelt het vaak alsof zij gedurende één seizoen tegen meerdere verschillende teams spelen. Het resultaat is een competitie waarin de sportieve waarde steeds vaker ter discussie staat. Niet omdat één vereniging iets verkeerd doet, maar omdat teveel verenigingen meedoen aan een cultuur waarin het eigen belang boven het competitiebelang wordt geplaatst. Daar zit de kern van het probleem, aldus een volger van Puurvoetbalonline
Daar ben ik het mee eens, verenigingen wijzen graag naar elkaar als het gaat om schriftelijke afhandelingen, strategische afzeggingen of het doorschuiven van spelers naar teams waar zij normaal gesproken niet spelen. Maar ondertussen gebeurt het bijna overal. Iedereen veroordeelt het gedrag van anderen, terwijl men er zelf regelmatig aan meedoet zodra het beter uitkomt. Dat maakt deze ontwikkeling zo zorgelijk. Competitievervalsing ontstaat niet alleen wanneer iemand bewust een regel overtreedt. Het ontstaat ook wanneer clubs voortdurend de grenzen van de regels opzoeken en daarbij vergeten waar competitievoetbal eigenlijk om draait: eerlijke sportieve strijd.
In de tijd dat ik zelf nog op zondag voetbalde, was deze discussie niet aan de orde. Je pakte je sporttas, meldde je op het sportpark of het vertrekpunt voor een uitwedstrijd en speelde gewoon je wedstrijd. Soms won je, soms verloor je, maar de uitslag werd bepaald op het veld. Tegenwoordig lijkt dat steeds minder vanzelfsprekend. Dat is misschien wel de meest trieste constatering. Niet dat er incidenten plaatsvinden, maar dat steeds meer amateurclubs deze gang van zaken normaal zijn gaan vinden. Alsof het erbij hoort. Alsof een schriftelijke afhandeling gelijkwaardig is aan een gespeelde wedstrijd. Alsof spelers schuiven tussen teams geen invloed heeft op de geloofwaardigheid van een competitie. Het amateurvoetbal verdient beter.
Zolang verenigingen hun eigen verantwoordelijkheid blijven ontlopen en vooral naar anderen wijzen, zal er weinig veranderen. De KNVB kan regels aanpassen, systemen invoeren en controles uitvoeren, maar uiteindelijk ligt de oplossing bij de clubs zelf. Want een eerlijke competitie begint niet bij de bond.
Die begint bij de verenigingen die bereid zijn om sportiviteit weer belangrijker te maken dan het resultaat.