Kampioen? Dan promoveren. Tijd voor een duidelijke KNVB-regel
Op weg naar huis vanuit de sportschool bleef één opmerking hangen. Een simpele zin, maar wel één die precies de kern van een steeds groter probleem in het amateurvoetbal raakt: “Ook in de B-categorie moet je als kampioen promoveren.”

Een rake opmerking. Eentje waar veel voetballers, trainers, leiders en clubbestuurders zich waarschijnlijk in zullen herkennen. Want hoewel kampioen worden in vrijwel iedere sport automatisch wordt gekoppeld aan promotie, blijkt dat in delen van het amateurvoetbal lang niet altijd vanzelfsprekend. Sterker nog, we kennen allemaal wel voorbeelden van teams die jaar na jaar bovenaan eindigen, de schaal omhooghouden en vervolgens doodleuk op hetzelfde niveau blijven spelen. Niet omdat ze niet goed genoeg zijn voor een hogere klasse, maar omdat ze simpelweg niet willen promoveren. En juist daar schuurt het voor mij.
Kampioen worden hoort iets op te leveren
Voetbal speel je om te winnen. Dat geldt voor een eerste elftal, maar net zo goed voor een tweede, derde of vierde team. Een competitie is immers opgezet om prestaties te belonen en mindere prestaties te corrigeren. Daarom voelt het vreemd dat een ploeg kampioen kan worden en vervolgens gewoon in dezelfde klasse mag blijven uitkomen. Wat is dan nog de waarde van een kampioenschap is mijn vraag Een titel hoort een beloning met zich mee te brengen. Die beloning is promotie naar een hoger niveau. Niet het recht om nog een jaar dezelfde tegenstanders te verslaan. In de B-categorie zien we teams die structureel boven de concurrentie uitsteken, maar geen enkele ambitie hebben om een stap hogerop te zetten. Dat mag officieel misschien binnen de regels passen, maar sportief gezien voelt het voor veel clubs oneerlijk. Sterker nog het is bloed irritantDe competitie raakt uit balans
Het probleem zit namelijk niet alleen in het feit dat een kampioen niet promoveert. Het grotere probleem is wat dat doet met de rest van de competitie. Wanneer een team meerdere seizoenen achter elkaar de sterkste is, weten concurrenten vaak vooraf al hoe laat het is. Zeker wanneer dat team ieder jaar grotendeels intact blijft en zelfs nog versterking krijgt. Want ook dat zien we regelmatig gebeuren. Een speler die afscheid neemt van het eerste elftal sluit zich aan bij een lager team dat al kampioen is geworden. Op papier klinkt dat misschien logisch. In de praktijk wordt het krachtsverschil daardoor vaak alleen maar groter. Gevolg? Andere teams beginnen een seizoen met het gevoel dat de titelstrijd eigenlijk al beslist is voordat de eerste bal heeft gerold. Dat is niet goed voor de competitie, niet goed voor de motivatie van spelers en uiteindelijk ook niet goed voor het amateurvoetbal.Vriendenteams zijn prachtig, maar niet ten koste van de competitie
Laat één ding duidelijk zijn: vriendenteams zijn een verrijking voor iedere vereniging. Ze zorgen voor gezelligheid, binding en vaak voor een gezonde derde helft. Niets mis mee. Het probleem ontstaat pas wanneer een vriendenteam jarenlang op een niveau blijft spelen dat eigenlijk te laag is voor de kwaliteiten die binnen de selectie aanwezig zijn. Dan verandert een leuk vriendenteam langzaam in een ploeg die de competitie domineert zonder de ambitie te hebben om een sportieve volgende stap te zetten. Voor de eigen spelers kan dat prettig zijn. Voor de concurrentie is het een ander verhaal. Een competitie hoort immers spannend te zijn. Teams moeten het gevoel hebben dat er iets te winnen valt. Dat een kampioenschap haalbaar is wanneer je goed presteert. Wanneer één ploeg structureel boven de rest uitstijgt en toch niet promoveert, verdwijnt dat gevoel steeds meer.De KNVB kan dit eenvoudig oplossen
Daarom is het misschien tijd voor een duidelijke en vooral eenvoudige regel vanuit de KNVB: Kampioen worden betekent promoveren. Punt.Geen uitzonderingen. Geen discussies. Geen formulieren waarop een club kan aangeven liever een klasse lager te blijven spelen. Gewoon dezelfde logica die overal in de sport geldt. Presteer je het beste? Dan ga je omhoog. Presteer je onvoldoende? Dan ga je omlaag. Dat systeem zorgt voor doorstroming, houdt competities gezond en voorkomt dat dezelfde ploegen jarenlang op een niveau blijven hangen waar ze eigenlijk niet meer thuishoren. Bovendien zorgt promotie ervoor dat kampioenschappen weer de waarde krijgen die ze verdienen.
Een vreemde tegenstelling
Eigenlijk is het best bijzonder wanneer je er goed over nadenkt. Bij een promotiewedstrijd van het eerste elftal staat vaak het hele dorp op zijn kop. Spandoeken verschijnen langs de route naar het sportpark. De kantine zit stampvol. Soms wordt er zelfs een artiest geregeld om het feest compleet te maken. De lokale horeca draait overuren en iedereen praat er dagen later nog over na. Terecht overigens, want promotie is iets moois. Maar tegelijkertijd zien we bij sommige lagere teams dat een kampioenschap juist wordt gevierd omdat men in dezelfde klasse mag blijven voetballen. Dat voelt op zijn minst vreemd. Want waar wordt dan precies feest om gevierd? Een kampioenschap hoort het bewijs te zijn dat je klaar bent voor een hoger niveau. Niet een bevestiging dat je nog een jaar dezelfde competitie mag domineren.In het belang van het amateurvoetbal
Het amateurvoetbal staat al onder druk. Clubs hebben moeite om vrijwilligers te vinden, teams verdwijnen door teruglopende ledenaantallen en competities worden steeds kwetsbaarder. Juist daarom is het belangrijk dat de sportieve beleving overeind blijft. Spelers moeten het gevoel hebben dat prestaties ertoe doen. Dat een kampioenschap daadwerkelijk iets oplevert. Dat een competitie eerlijk is ingericht voor iedereen die eraan deelneemt. Verplichte promotie voor kampioenen zou daarin een belangrijke stap kunnen zijn. Niet omdat vriendenteams moeten verdwijnen. Integendeel. Maar wel omdat iedere competitie recht heeft op een gezonde sportieve balans. Wie kampioen wordt, heeft bewezen te sterk te zijn voor zijn huidige niveau. Dan hoort daar maar één conclusie bij. Kampioen worden is promoveren. Geen uitzonderingen. Geen ontsnappingsroutes. Gewoon promoveren.Dat is eerlijk voor de concurrentie, goed voor de competitie en uiteindelijk beter voor het Nederlandse amateurvoetbal. Misschien wordt het tijd dat de KNVB daar eens serieus werk van maakt.