In zaterdag 5E bepalen teams zelf het speelschema

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Even na praten

Er zijn van die besluiten waarvan je niet meteen weet of je ze moet toejuichen of juist met gefronste wenkbrauwen moet bekijken. De nieuwste ontwikkeling rondom de vijfde klasse van het standaardvoetbal valt zonder twijfel in die categorie. Waar de invoering van weekendvoetbal in de tweede en derde klasse nog enigszins past binnen een bredere trend van flexibilisering, gooit de KNVB het in de vijfde klasse over een totaal andere boeg: volledige vrijheid.

.

logo

Althans, bijna volledig. Clubs krijgen vanaf het seizoen 2026-2027 alleen nog een begin- en einddatum van de competitie. Alles daartussen? Dat mogen de clubs zelf uitzoeken. Wanneer je speelt, waar je speelt, en hoe je het inplant – zolang je maar twee keer tegen iedere tegenstander speelt.

Het klinkt als een droom voor iedereen die ooit heeft lopen puzzelen met afgelastingen, spelers die op zaterdag werken, of elftallen die structureel incompleet zijn. Geen stress meer over inhaalweekeden, geen boetes of dwang vanuit Zeist, maar simpelweg: regel het onderling.

En laten we eerlijk zijn: die realiteit was er eigenlijk al.

Wie dit seizoen een beetje de vijfde klasse heeft gevolgd, weet dat de regie van de KNVB naarmate het seizoen vordert steeds verder verwatert. Zeker na de winterstop lijkt het systeem vooral nog een richtlijn in plaats van een strak schema. Wedstrijden worden verplaatst, verschoven of in overleg anders ingepland, en zolang iedereen het ermee eens is, kijkt niemand er echt van op.

Totdat daar ineens die heilige datum is: het weekend van 23 en 24 mei. Dan moet alles gespeeld zijn. Dan moet de competitie klaar zijn. Dan is er geen ruimte meer, geen rek, geen flexibiliteit. Alsof er maandenlang een soort vrije interpretatie van het programma bestaat, om vervolgens ineens keihard de rem erop te zetten.

Het is precies die tegenstrijdigheid die de niet bestaande werkgroep blijkbaar ook heeft gezien. Als clubs tocal de ruimte nemen, en krijgen, om hun eigen weg te vinden, waarom zou je dat niet toejuichen? Waarom zou je blijven doen alsof je de controle hebt, terwijl die controle in de praktijk allang verdwenen is?

De ‘’pilot’ voor de vijfde klasse is daarmee misschien wel minder revolutionair dan hij op papier lijkt. Toch roept het ook vragen op. Want vrijheid klinkt mooi, maar betekent in de praktijk ook dat je afhankelijk wordt van de bereidheid en organisatiekracht van clubs zelf. Niet iedere vereniging heeft dezelfde mogelijkheden. Niet ieder bestuur is even slagvaardig. En niet ieder team beschikt over de flexibiliteit om doordeweeks of op afwijkende tijden te spelen. Daar zit meteen de spanning van dit experiment. Want waar de ene club floreert in vrijheid, kan de andere juist verdrinken in keuzestress en organisatorische chaos.


Een mooie proef of een kansloze onderneming

Neem het voorbeeld van de nieuwe fusieclub in de voormalige gemeente De Marne. Een vereniging die, heel praktisch, kan besluiten om een aantal wedstrijden in Leens te spelen omdat daar verlichting is. Dat is slim, creatief en getuigt van meedenken. Maar het betekent ook dat je als tegenstander misschien ineens op een doordeweekse avond naar een andere locatie moet. Past dat in jouw planning? Kun je dan een representatief elftal op de been brengen?

En wat gebeurt er als clubs er onderling niet uitkomen? Wie hakt dan de knoop door? Blijft de KNVB op de achtergrond beschikbaar als scheidsrechter, of wordt er verwacht dat verenigingen dat zelf oplossen?

Het risico bestaat dat de competitie minder een vaste structuur wordt en meer een soort onderhandelingsarena. Wie het beste kan plannen, het meeste kan schuiven en de meeste flexibiliteit heeft, pakt indirect een sportief voordeel. En dat wringt met het idee van een eerlijke competitie.

Aan de andere kant: misschien is dat ook wel precies waar de vijfde klasse om draait. Dit is geen betaald voetbal, geen topamateurisme, maar de onderste laag van het standaardvoetbal. Hier spelen werkroosters, studie, blessures en sociale verplichtingen een minstens zo grote rol als tactiek en vorm.

Waarom zou je daar een strak keurslijf op loslaten?

Misschien is het juist verfrissend dat de KNVB hier een stap terug doet. Dat ze erkennen dat controle niet altijd de oplossing is, en dat vertrouwen soms beter werkt. Dat clubs zelf prima in staat zijn om afspraken te maken, compromissen te sluiten en hun eigen competitie vorm te geven.

En misschien levert het ook wel iets moois op. Avondwedstrijden onder kunstlicht, creatieve speelmomenten, meer betrokkenheid tussen clubs die samen hun programma moeten afstemmen. Een competitie die minder voorspelbaar is, maar misschien juist daardoor levendiger.

Toch blijft het een experiment met rafelranden. Want hoe bewaak je de sportiviteit? Hoe voorkom je dat teams strategisch gaan plannen om tegenstanders te benadelen? Hoe zorg je ervoor dat de competitie niet uitloopt, of juist in een paar weken wordt afgewerkt?

Het zijn vragen waar nog geen duidelijke antwoorden op zijn. En dat is misschien ook wel het eerlijke van deze pilot: het is een sprong in het diepe.

De vijfde klasse wordt daarmee een proeftuin. Geen weekendvoetbal, maar iets wat misschien nog wel radicaler is: zelfregulering. Een competitie waarin de KNVB niet langer de dirigent is, maar hooguit de stille toeschouwer.

Of dat gaat werken? Dat weten we pas over een paar jaar. Maar één ding is zeker: saai wordt het niet.


Natuurlijk is het bovenstaande dikke onzin. Er is geen club die zijn eigen schema mag bepalen.. Hoewel… wanneer ik nu naar bijvoorbeeld zaterdag 5E kijk ……..