Als pesten door volwassen wordt genegeerd, staat een jonge keeper er écht alleen voor
Vijfentwintig mensen op het veld, en drie mogen geen fouten maken. De keepers en de scheidsrechter. Het is een opmerking die blijft hangen, omdat hij pijnlijk waar is. Want waar een spits nog een kans mag missen en een verdediger een fout kan herstellen, wordt een keeper afgerekend op elk moment van twijfel. Eén fout, en het is raak. Maar wat er buiten het veld gebeurt, is soms nog schrijnender dan wat er binnen de lijnen plaatsvindt.

Deze week kwamen er verhalen binnen uit zowel Limburg als Oost-Groningen. Verhalen die niet gaan over tactiek of techniek, maar over iets fundamentelers: veiligheid, begeleiding en respect. Over jonge keepers die er alleen voor staan. Over kinderen die niet alleen een doel moeten verdedigen, maar ook zichzelf. Neem het verhaal van een jongen uit een jeugdteam. Hij vindt keepen leuk. Hij staat er met plezier. Totdat hij een fout maakt, en dat moment wordt aangegrepen om hem te bespotten. Niet één keer, maar structureel. Hij komt huilend thuis. Zijn alleenstaande moeder zoekt contact met de begeleiding. En wat volgt? Geen begrip, geen actie, geen verantwoordelijkheid. Alleen een muur van onverschilligheid.
Laat iedereen dat even goed bezinken. Dit gaat niet over topsport. Dit gaat over een kind.
En dan lees je in dezelfde week een uitspraak van ontwikkelingspsycholoog Marielle Balledux: “Het kind leert zo niet om zelf problemen op te lossen.”
Pardon? We hebben het hier niet over een volwassen speler die een conflict heeft in de kleedkamer. We hebben het over een kind van tien jaar. Tien . Dat is een leeftijd waarop je nog bezig bent met basisveiligheid, vertrouwen en sociale ontwikkeling. Een leeftijd waarop begeleiding geen luxe is, maar een absolute voorwaarde.
Het idee dat een kind van die leeftijd zelf pestgedrag moet oplossen, is niet alleen naïef, het is gevaarlijk. Want wat leert zo’n kind werkelijk, als er niet wordt ingegrepen?
Niet weerbaarheid. Niet zelfstandigheid.
Nee, het leert dat het er alleen voor staat. Dat volwassenen wegkijken. Dat onrecht blijkbaar normaal is. En dat fouten maken bestraft wordt met pestgedrag. Dat is geen ontwikkeling. Dat is afbraak.
Iedereen die ooit met jeugdteams heeft gewerkt, weet dat pestgedrag geen uitzondering is. Het is iets dat altijd op de loer ligt. In elke kleedkamer, op elk veld, in elke leeftijdsgroep. En juist daarom ligt daar een taak, nee, een plicht, voor trainers en begeleiders. Niet om te relativeren. Niet om het “onderling op te laten lossen”. Maar om direct in te grijpen. Duidelijk. Consequent. Zonder twijfel.
Want kinderen testen grenzen. Dat is normaal. Maar als volwassenen die grenzen niet bewaken, verschuiven ze. En dan ontstaat er ruimte voor gedrag dat niets meer met sport te maken heeft. Het meest schrijnende in dit verhaal is misschien nog wel de reactie van de begeleiding. Of beter gezegd: het gebrek daaraan. Want op het moment dat ouders aankloppen met een concreet probleem, een kind dat gepest wordt, is er maar één juiste reactie: luisteren, erkennen en handelen.
Alles minder dan dat is falen. En dat falen heeft gevolgen. Niet alleen voor dat ene kind, maar voor het hele team. Voor de cultuur. Voor het vertrouwen in de club. Want als één speler niet veilig is, is niemand dat echt. We praten in het voetbal graag over ontwikkeling. Over opleiden. Over talent. Maar wat betekent dat allemaal, als we de basis niet op orde hebben?
Een kind dat zich onveilig voelt, ontwikkelt niet.
Een kind dat wordt uitgelachen, durft geen risico’s te nemen.
Een keeper die bang is om fouten te maken, wordt nooit beter.
Zo simpel is het.
En laten we eerlijk zijn: keepen is misschien wel de meest ondankbare positie op het veld. Je staat letterlijk alleen. Elk moment van twijfel wordt uitvergroot. En juist daarom verdienen jonge keepers extra aandacht, extra begeleiding en extra bescherming. Niet minder. Dus nee, dit is geen verhaal over kinderen die moeten leren hun eigen problemen op te lossen. Dit is een verhaal over volwassenen die hun verantwoordelijkheid niet nemen.
Over clubs die wegkijken.
Over begeleiders die hun rol onderschatten.
En over uitspraken die de realiteit van jeugdvoetbal compleet missen. Als we willen dat kinderen plezier houden in sport, moeten we beginnen bij de basis: een veilige omgeving. Waar fouten maken mag. Waar respect de norm is. En waar begeleiding vanzelfsprekend is. Want uiteindelijk gaat het niet om winnen of verliezen. Het gaat om een jongen die met plezier onder de lat staat, en niet huilend van het veld loopt. En als we dat niet kunnen garanderen, moeten we ons serieus afvragen waar we in hemelsnaam mee bezig zijn.

Deze week kwamen er verhalen binnen uit zowel Limburg als Oost-Groningen. Verhalen die niet gaan over tactiek of techniek, maar over iets fundamentelers: veiligheid, begeleiding en respect. Over jonge keepers die er alleen voor staan. Over kinderen die niet alleen een doel moeten verdedigen, maar ook zichzelf. Neem het verhaal van een jongen uit een jeugdteam. Hij vindt keepen leuk. Hij staat er met plezier. Totdat hij een fout maakt, en dat moment wordt aangegrepen om hem te bespotten. Niet één keer, maar structureel. Hij komt huilend thuis. Zijn alleenstaande moeder zoekt contact met de begeleiding. En wat volgt? Geen begrip, geen actie, geen verantwoordelijkheid. Alleen een muur van onverschilligheid.
Laat iedereen dat even goed bezinken. Dit gaat niet over topsport. Dit gaat over een kind.
En dan lees je in dezelfde week een uitspraak van ontwikkelingspsycholoog Marielle Balledux: “Het kind leert zo niet om zelf problemen op te lossen.”
Pardon? We hebben het hier niet over een volwassen speler die een conflict heeft in de kleedkamer. We hebben het over een kind van tien jaar. Tien . Dat is een leeftijd waarop je nog bezig bent met basisveiligheid, vertrouwen en sociale ontwikkeling. Een leeftijd waarop begeleiding geen luxe is, maar een absolute voorwaarde.
Het idee dat een kind van die leeftijd zelf pestgedrag moet oplossen, is niet alleen naïef, het is gevaarlijk. Want wat leert zo’n kind werkelijk, als er niet wordt ingegrepen?
Niet weerbaarheid. Niet zelfstandigheid.
Nee, het leert dat het er alleen voor staat. Dat volwassenen wegkijken. Dat onrecht blijkbaar normaal is. En dat fouten maken bestraft wordt met pestgedrag. Dat is geen ontwikkeling. Dat is afbraak.
Iedereen die ooit met jeugdteams heeft gewerkt, weet dat pestgedrag geen uitzondering is. Het is iets dat altijd op de loer ligt. In elke kleedkamer, op elk veld, in elke leeftijdsgroep. En juist daarom ligt daar een taak, nee, een plicht, voor trainers en begeleiders. Niet om te relativeren. Niet om het “onderling op te laten lossen”. Maar om direct in te grijpen. Duidelijk. Consequent. Zonder twijfel.
Want kinderen testen grenzen. Dat is normaal. Maar als volwassenen die grenzen niet bewaken, verschuiven ze. En dan ontstaat er ruimte voor gedrag dat niets meer met sport te maken heeft. Het meest schrijnende in dit verhaal is misschien nog wel de reactie van de begeleiding. Of beter gezegd: het gebrek daaraan. Want op het moment dat ouders aankloppen met een concreet probleem, een kind dat gepest wordt, is er maar één juiste reactie: luisteren, erkennen en handelen.
Alles minder dan dat is falen. En dat falen heeft gevolgen. Niet alleen voor dat ene kind, maar voor het hele team. Voor de cultuur. Voor het vertrouwen in de club. Want als één speler niet veilig is, is niemand dat echt. We praten in het voetbal graag over ontwikkeling. Over opleiden. Over talent. Maar wat betekent dat allemaal, als we de basis niet op orde hebben?
Een kind dat zich onveilig voelt, ontwikkelt niet.
Een kind dat wordt uitgelachen, durft geen risico’s te nemen.
Een keeper die bang is om fouten te maken, wordt nooit beter.
Zo simpel is het.
En laten we eerlijk zijn: keepen is misschien wel de meest ondankbare positie op het veld. Je staat letterlijk alleen. Elk moment van twijfel wordt uitvergroot. En juist daarom verdienen jonge keepers extra aandacht, extra begeleiding en extra bescherming. Niet minder. Dus nee, dit is geen verhaal over kinderen die moeten leren hun eigen problemen op te lossen. Dit is een verhaal over volwassenen die hun verantwoordelijkheid niet nemen.
Over clubs die wegkijken.
Over begeleiders die hun rol onderschatten.
En over uitspraken die de realiteit van jeugdvoetbal compleet missen. Als we willen dat kinderen plezier houden in sport, moeten we beginnen bij de basis: een veilige omgeving. Waar fouten maken mag. Waar respect de norm is. En waar begeleiding vanzelfsprekend is. Want uiteindelijk gaat het niet om winnen of verliezen. Het gaat om een jongen die met plezier onder de lat staat, en niet huilend van het veld loopt. En als we dat niet kunnen garanderen, moeten we ons serieus afvragen waar we in hemelsnaam mee bezig zijn.