Fasevoetbal maakt jeugdcompetities onnodig ingewikkeld

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Even na praten

Het is een herkenbaar beeld voor iedereen die, net als ik, regelmatig de app voetbal.nl opent. Wie de ontwikkelingen in het jeugdvoetbal een beetje volgt via deze app, kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat er iets fundamenteel mis is met de manier waarop competities tegenwoordig worden georganiseerd. Sterker nog: verbazing is eigenlijk nog een te zacht woord. Wie het geheel rustig bekijkt, komt al snel tot de conclusie dat een groot deel van wat er in het jeugdvoetbal gebeurt, misschien wel meer dan tachtig procent , inmiddels een soort grote farce is geworden.


logo

Neem bijvoorbeeld wedstrijden van een JO15-team die op een doordeweekse avond in maart worden ingepland. Op zichzelf is een avondwedstrijd niet per se een probleem, maar het wordt anders wanneer de uitspelende ploeg daarvoor bijna een uur in de auto moet zitten. Voor jeugdspelers van veertien of vijftien jaar betekent dat vaak laat thuiskomen op een schoolavond, terwijl ouders en begeleiders ook hun agenda moeten aanpassen. Het roept de vraag op of dit werkelijk de beste manier is om jeugdvoetbal te organiseren.

Nog vreemder wordt het wanneer je kijkt naar het systeem van fasevoetbal. Het idee erachter was ooit logisch: teams worden na een korte eerste periode opnieuw ingedeeld op basis van hun niveau, zodat wedstrijden gelijkwaardiger worden. In de praktijk lijkt het echter steeds vaker anders uit te pakken. Zo zien we dat in fase 2 soms tachtig procent of meer van de poules niet eens volledig wordt uitgespeeld. Wedstrijden worden afgelast, ingehaald of verdwijnen simpelweg van de planning. Toch wordt er vervolgens zonder problemen een nieuwe indeling voor fase 3 gemaakt, alsof alles volgens plan is verlopen.

Dat voelt vreemd. Hoe kun je een nieuwe fase beginnen als de vorige fase feitelijk nog niet eens is afgerond? Het lijkt alsof het systeem belangrijker is geworden dan de werkelijkheid op het veld. De administratie gaat door, de indelingen worden gemaakt, en ondertussen blijven er wedstrijden openstaan die nooit meer gespeeld worden.

Het gevolg van deze werkwijze is dat de verschillen tussen teams vaak groot blijven. Dat zien we terug in de uitslagen. In sommige poules zijn de scoreverschillen nog steeds enorm. In de onderbouw worden die grote uitslagen minder zichtbaar gemaakt of minder benadrukt, maar iedereen die het een beetje volgt weet dat ze er nog steeds zijn. Het staat eigenlijk als een paal boven water dat het huidige systeem daar weinig aan verandert.

Gisteren kwam dit onderwerp ook ter sprake tijdens een gesprek in Usquert. Zoals wel vaker bij discussies langs het veld ontstond er een levendig gesprek over fasevoetbal en de manier waarop competities tegenwoordig worden ingericht. Op een gegeven moment kwam er een voorstel op tafel dat eigenlijk verrassend simpel was: stop gewoon met dat hele fasesysteem.

In plaats daarvan zouden er weer volledige competities kunnen worden georganiseerd met bijvoorbeeld tien ploegen in een poule. Dat betekent negen wedstrijden vóór de winterstop en negen wedstrijden daarna. Zo weet iedereen waar hij aan toe is. De competitie is overzichtelijk, de planning duidelijk en alle teams spelen evenveel wedstrijden tegen elkaar.

Een bijkomend voordeel is dat er dan ruimte ontstaat voor een echte winterstop. In die periode zouden verenigingen bijvoorbeeld zaalvoetbaltoernooien kunnen organiseren. Dat gebeurde vroeger ook en zorgde vaak voor veel plezier en onderlinge betrokkenheid. Daarnaast krijgen trainers en leiders de kans om creatief te zijn met hun winterprogramma. Denk aan oefenwedstrijden, trainingen met een andere invulling of gezamenlijke activiteiten met het team.

Voor onze regio, ’t Hogeland, zou een dergelijke aanpak bovendien heel goed kunnen werken. Het niveauverschil tussen teams is hier over het algemeen niet extreem groot en de afstanden zijn relatief beperkt. Juist daarom is het verstandig om de competitie zoveel mogelijk regionaal te houden. Teams uit dorpen en plaatsen in dezelfde omgeving kunnen tegen elkaar spelen zonder dat er onnodig lange reizen nodig zijn.

Dat betekent ook dat er geen gekke situaties meer ontstaan waarin jeugdteams ineens in Friesland moeten spelen terwijl er dichterbij genoeg tegenstanders zijn. Natuurlijk is het soms leuk om eens tegen een club uit een andere regio te spelen, maar voor een reguliere competitie hoeft dat niet de norm te zijn. Regionaal voetbal houdt het overzichtelijk, betaalbaar en vooral gezellig.

Het belangrijkste punt blijft echter dat het huidige fasevoetbal steeds meer weg krijgt van een poppenkast. Wanneer een fase niet eens wordt afgemaakt, verliest het hele systeem zijn geloofwaardigheid. Dan is het misschien beter om eerlijk te erkennen dat het experiment niet heeft gebracht wat ervan werd verwacht.

Jeugdvoetbal hoort in de eerste plaats leuk en overzichtelijk te zijn voor spelers, trainers, ouders en verenigingen. Een duidelijk competitieformat helpt daarbij. Het huidige systeem, met steeds wisselende indelingen en half uitgespeelde fases, lijkt dat doel eerder te ondermijnen dan te ondersteunen.

Misschien is het daarom tijd om terug te gaan naar iets eenvoudigers. Een volledige competitie, duidelijke planning en meer ruimte voor regionale wedstrijden. Soms ligt de beste oplossing namelijk niet in ingewikkelde systemen, maar juist in het terugbrengen van structuur en logica.

Want uiteindelijk gaat jeugdvoetbal niet om schema’s of administratieve fases. Het gaat om kinderen die met plezier willen voetballen, om vrijwilligers die hun tijd investeren in een team en om verenigingen die een gemeenschap vormen. Als de organisatie van de competitie dat plezier in de weg staat, dan is het misschien hoog tijd om het systeem opnieuw tegen het licht te houden.