Wanneer het vrouwenvoetbal zichzelf niet serieus neemt…

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Even na praten

De stelling van deze week van Jan ten Caat was er eentje die bleef hangen: “Wanneer het damesvoetbal zichzelf niet serieus neemt, hoeven anderen dat ook niet te doen.”


logo



Het had net zo goed andersom geformuleerd kunnen worden: het vrouwenvoetbal wordt belangrijker gemaakt dan het eigenlijk is. Want dat is het gevoel dat je steeds vaker bekruipt wanneer je de huidige hype rond het vrouwenvoetbal in Nederland volgt.

Dankzij het open kanaal van ESPN kunnen we tegenwoordig op veel zondagen ‘genieten’ van de wedstrijden in de Eredivisie Vrouwen. Volgens presentatrice Fresia zouden dat duels zijn waarbij je bijna van de bank glijdt van de spanning. Maar wie daadwerkelijk kijkt, ziet vooral een competitie die moeite heeft om het niveau te bieden die bij topvoetbal horen.

En daarmee komen we meteen bij de kern van de stelling van Jan: serieus genomen worden begint bij jezelf.

Neem bijvoorbeeld de plannen van de KNVB voor de Eredivisie Vrouwen. De competitie moet straks bestaan uit tien teams die drie keer tegen elkaar spelen. Een competitie-opzet die vooral laat zien dat men worstelt met het creëren van een stabiele en sterke structuur. In plaats van groei lijkt het eerder een krimpmodel.

Moeten we dit serieus nemen? Dat is lastig. Want een competitie waarin clubs drie keer per seizoen tegen dezelfde tegenstander spelen, voelt eerder als een noodoplossing dan als een ambitieus plan voor de toekomst.

Tegelijkertijd horen we vanuit Zeist vooral positieve geluiden. Het vrouwenvoetbal in Nederland zou een sterke groei doormaken. De belangstelling neemt toe, er komen meer meisjes bij de clubs en de Oranje Leeuwinnen zorgen nog altijd voor een zekere uitstraling.

Maar die positieve verhalen botsen met de realiteit van de competitie. Als het vrouwenvoetbal daadwerkelijk zo’n vlucht neemt, waarom wordt de Eredivisie dan kleiner in plaats van groter? Groei zou immers betekenen dat er meer clubs klaarstaan om op het hoogste niveau te spelen.

Het vrouwenvoetbal heeft onmiskenbaar stappen gezet sinds het EK van 2017, toen Nederland Europees kampioen werd en het land massaal achter de Oranje Leeuwinnen stond. Die zomer gaf het vrouwenvoetbal een enorme impuls. Stadions zaten vol, wedstrijden werden massaal bekeken en jonge meiden kregen nieuwe idolen.

Maar een hype is nog geen fundament.

De echte ontwikkeling van een sport zit niet alleen in internationale successen of televisiedeals. Die zit in sterke competities, goede jeugdopleidingen en clubs die structureel investeren in kwaliteit.

Daar lijkt het in Nederland nog altijd aan te ontbreken. Veel clubs balanceren financieel op de rand, teams wisselen voortdurend van samenstelling en het niveauverschil binnen de competitie is groot. Dat maakt het lastig om van een volwassen profcompetitie te spreken.

Het gevolg is dat wedstrijden vaak weinig spanning kennen en dat het tempo en de technische kwaliteit achterblijven bij wat voetballiefhebbers gewend zijn in het mannenvoetbal. Dat is geen verwijt aan de speelsters, die doen wat ze kunnen binnen de mogelijkheden die er zijn , maar wel een constatering over de staat van de competitie.

Wanneer supporters en media daar kritisch naar kijken, wordt dat soms gezien als gebrek aan respect voor het vrouwenvoetbal. Maar juist het tegenovergestelde is waar. Kritiek betekent dat men de sport serieus neemt.

En precies daarom is het vreemd dat de KNVB kiest voor een competitieopzet die eerder lijkt op improvisatie dan op visie.

Als je wil dat mensen het vrouwenvoetbal serieus nemen, moet je zelf ook laten zien dat je het serieus neemt. Dat betekent investeren in een sterke competitie, duidelijke plannen voor groei en een structuur die ambitie uitstraalt.

Niet een competitie van tien teams die drie keer tegen elkaar spelen.

Het vrouwenvoetbal in Nederland verdient een toekomst waarin het kan groeien op basis van kwaliteit en stabiliteit. Maar dat begint bij eerlijk kijken naar waar de sport nu staat. Zolang beleid en realiteit niet op elkaar aansluiten, blijft de stelling van Jan ongemakkelijk actueel: Wanneer het vrouwenvoetbal zichzelf niet serieus neemt, hoeven anderen dat inderdaad ook niet te doen.