Stelling van de week: Buitenspel t/m JO17 afschaffen of aanleren?
Deze week kwam Jan ten Caat met een prikkelende stelling. Geen buitenspel t/m JO17. Een gewaagde uitspraak waar ik het maar gedeeltelijk mee eens ben. Want wie eerlijk is, weet: voordat een jeugdspeler voor het eerst het grote veld opstapt, weet hij van buitenspel ongeveer evenveel als een pinguïn van patat bakken, helemaal niets. En dat is ook niet zo gek.

Tot en met de onderbouw wordt er gespeeld op kleinere velden, vaak zonder buitenspelregel. Spelers ontwikkelen daar hun techniek, spelinzicht en vooral hun plezier in het spel. Maar zodra de overstap naar het grote veld wordt gemaakt, verandert er ineens veel. Het veld is groter, de ruimtes zijn anders en ,daar is ‘ie’’ , de buitenspel doet zijn intrede. Een regel die zelfs doorgewinterde voetballiefhebbers bij de senioren nog regelmatig hoofdbrekens bezorgt.
De vraag is dan ook: moet je tot de JO17 veel aandacht besteden aan het aanleren van buitenspel? In theorie klinkt dat logisch. Als spelers moeten doorgroeien naar de senioren hoort die regel erbij. Je kunt redeneren dat het juist in deze fase belangrijk is om tactisch inzicht te ontwikkelen. Leren wanneer je moet diep gaan en hoe je als verdediging samen opstapt. Allemaal waardevolle facetten van het moderne voetbal.
Maar heeft dat in de praktijk kans van slagen?
Ik denk eerlijk gezegd van niet. De buitenspelregel zorgt al sinds jaar en dag voor discussie, frustratie en misverstanden. Zelfs op het allerhoogste niveau is er wekelijks gedoe. Met grensrechters, met de VAR, met millimeters en met interpretaties. Als je in het betaald voetbal, met professionele arbitrage, communicatiemiddelen en eindeloze herhalingen ,nog steeds eindeloze discussies hebt over buitenspel, wat mogen we dan verwachten op een regenachtige zaterdagochtend bij een duel van de JO17-3 van FC Rottumerplaat
.In het jeugdvoetbal staat er langs de lijn in 101 van de 100 gevallen geen opgeleide assistent-scheidsrechter. Nee, daar staat vaak een goedwillende vader die vooral chauffeur is, in een grijs verleden furore maakte in de plaatselijke korfbalvereniging of simpelweg is aangewezen omdat hij toch al langs de lijn stond. Of het is een ‘supergemotiveerde’ wisselspeler die mag vlaggen omdat hij te laat was bij het vertrek naar de uitwedstrijd. Allemaal mensen met de beste bedoelingen, maar zonder specifieke kennis of ervaring
En precies daar ontstaat de ellende.
Een vlag die te laat omhooggaat. Een moment van twijfel. Een verdediging die blijft staan terwijl de aanvaller doorgaat. Een coach die ontploft. Ouders die zich ermee bemoeien. Voor je het weet is er ‘stront aan de knikker’, zoals dat zo mooi heet. Wedstrijden die bedoeld zijn om spelers beter te maken, verzanden in discussies over een beslissing die niemand echt goed heeft kunnen beoordelen.
Is dat wat we willen in het jeugdvoetbal?
De kernvraag zou moeten zijn: wat is het doel van jeugdvoetbal? Gaat het om het zo exact mogelijk nabootsen van het betaald voetbal? Of gaat het om ontwikkeling, plezier en het leren van het spel in de breedste zin? Natuurlijk is tactiek belangrijk. Natuurlijk moeten spelers leren lopen zonder bal en ruimtes herkennen. Maar moet dat per se gekoppeld zijn aan een regel die op amateurniveau nauwelijks goed te handhaven is?
Door buitenspel in het jeugdvoetbal (tijdelijk) los te laten, haal je een grote bron van frustratie weg. Het spel wordt eenvoudiger, overzichtelijker en eerlijker in de zin dat beslissingen minder afhankelijk zijn van een toevallige vlagger. Spelers kunnen zich richten op techniek, samenspel en creativiteit. Trainers kunnen werken aan positionering zonder dat iedere diepe bal eindigt in discussie.
Critici zullen zeggen dat je spelers daarmee iets onthoudt. Dat ze op latere leeftijd alsnog moeten wennen aan buitenspel. Dat klopt. Maar is dat echt een onoverkomelijk probleem? Spelers zijn flexibel. Ze passen zich snel aan. Bovendien kun je in trainingen aandacht besteden aan het principe van diepte en timing, zonder dat er in wedstrijden een vlag aan te pas komt.
Misschien is het tijd om in het jeugdvoetbal andere keuzes te durven maken dan in het betaald voetbal. Daar waar miljoenenbelangen meespelen, hoort een strakke handhaving van regels. Maar bij jeugd gaat het om ontwikkeling en plezier. Om leren winnen én verliezen. Om samen groeien.
Dus ja, ik begrijp de stelling van Jan ten Caat. Aandacht besteden aan buitenspel klinkt logisch. Maar als we eerlijk kijken naar de praktijk op de amateurvelden, zie ik meer nadelen dan voordelen. Zolang we afhankelijk zijn van goedbedoelende, maar vaak incapabele assistenten langs de lijn, blijft buitenspel een bron van gedoe. Misschien moeten we het simpel houden. In het jeugdvoetbal doen we niet aan buitenspel.
Dat scheelt bakken vol ellende — en levert waarschijnlijk vooral meer voetbal op.