De winterstop is voorbij, het verbazen is terug

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Even na praten



Na de winterstop is het amateurvoetbal weer begonnen. De lijnen zijn opnieuw gekalkt, de thermoshirts afgestoft en de goede voornemens nog net niet helemaal verdwenen. En met het eerste fluitsignaal keerde ook een van de mooiste nevenactiviteiten van het amateurvoetbal terug: het verbazen. Niet het gezonde soort verbazing waarbij je denkt “goh, dat had ik niet zien aankomen”, maar die diepe, vermoeiende verbazing waarbij je hoofd langzaam begint te schudden en je jezelf hoort mompelen: dit kan toch niet waar zijn. En toch is het elke week weer raak.

logo



Afgelopen zaterdag werd er eindelijk weer in competitieverband gevoetbald. En direct waren daar de eerste momenten van verbazing. Niet zozeer op het veld, maar ernaast…. gewoon in een bestuurskamer. Vanuit het niets dook er een bijzonder verhaal op over een ouder die wel interesse had om een jeugdteam te trainen, maar daar wel ruim voor beloond wilde worden. Geen vrijwilligersvergoeding, geen symbolisch bedrag, maar een duidelijke financiële eis. Een eis waar de club in kwestie, zoals zoveel amateurclubs, uiteraard niet aan kon en vooral niet aan wilde voldoen.

Tot zover niets nieuws onder de zon. Clubs die geen geld hebben, ouders die denken dat hun inzet goud waard is. Dat gebeurt vaker. Wat dit verhaal echter bijzonder maakt, is wat er daarna gebeurde.

Mijn bron wist niet exact om welk jeugdteam het ging, maar eerlijk is eerlijk: dat detail is in deze eigenlijk ook niet relevant. Het principe blijft hetzelfde, ongeacht of het om de O8 of de O17 gaat. Want toen de club voet bij stuk hield, kwam er een ‘oplossing’ die je niet vaak tegenkomt in het amateurvoetbal.

De ouders van de jeugdspelers besloten namelijk zelf de portemonnee te trekken. In plaats van dat de club betaalde, legden de ouders samen geld bij elkaar om deze trainer toch voor de groep te krijgen. Volgens mijn bron ging het om een bedrag van 30 euro per speler. Reken dat door bij een team van tien spelers en je komt uit op een bedrag waarbij je gerust mag zeggen dat deze ouder-trainer een aardige onderhandeling heeft gevoerd.

Laat dat even bezinken.

Een jeugdtrainer die niet door de club wordt betaald, maar door een select groepje ouders. Ouders die blijkbaar vonden dat deze trainer zó waardevol was, dat ze bereid waren, naast de contributie, er maandelijks voor te betalen. En daarmee werd de oorspronkelijke ‘nee’ van de club effectief omzeild.

Dat een club hier niet bepaald vrolijk van wordt, laat zich raden. Want waar stopt dit? Vandaag betaalt een groep ouders samen een trainer, morgen staat de volgende jeugdtrainer op de stoep met de mededeling dat zijn vergoeding ook omhoog moet. En als dat niet gebeurt? Dan stopt hij er misschien wel mee. Of hij vraagt de ouders om bij te springen. Zo ontstaat er onrust. Ongelijkheid. Scheve gezichten. En precies dat is waar geen enkele club op zit te wachten.

Het amateurvoetbal draait immers, hoe cliché het ook klinkt, nog altijd grotendeels op vrijwilligers. Op mensen die er staan omdat ze het leuk vinden, omdat ze iets willen betekenen voor de jeugd en omdat ze onderdeel willen zijn van een vereniging. Natuurlijk mag daar best een vergoeding tegenover staan. Niemand ontkent dat trainers tijd, energie en kennis investeren. Maar wanneer ouders individueel trainers gaan ‘inhuren’ voor hun eigen kinderen, schuurt dat aan alle kanten.

Want wat zegt dit over de positie van de club? Wat zegt het over gelijkheid binnen teams en binnen de vereniging? En wat zegt het tegen ouders die dat bedrag misschien niet zomaar kunnen of willen betalen?

De club zit nu met een trainer/ouder op het veld die in feite niet door de vereniging wordt gedragen, maar door een selecte groep ouders. Een constructie die misschien goed bedoeld is, maar die op termijn voor flinke problemen kan zorgen.

Het is een verontrustende ontwikkeling, omdat het amateurvoetbal hiermee een stapje opschuift richting iets wat het eigenlijk niet wil zijn. Minder vereniging, meer dienstverlener. Minder samen, meer individueel belang.

En daar mag je best verbaasd over zijn. Sterker nog: daar móét je misschien wel verbaasd over zijn. Want als dit de nieuwe norm wordt, dan staan we pas echt aan het begin van een reeks verhalen waarbij het hoofd alleen nog maar harder gaat schudden.

Het amateurvoetbal is weer begonnen. En het verbazen ook. Helaas.