Trainingskamp of teambuildingtrip?
Trainingskamp of teambuildingtrip?
Opeens ging het vanmorgen weer over trainingskampen in warmere oorden. Van die trips die, zo laten de filmpjes op sociale media zien en de verhalen ons doen geloven, niet altijd even geschikt zijn voor mensen die het alcoholgebruik hebben afgezworen. Zon, korte broeken, muziek op standje festival en ergens op de achtergrond een bal. Het beeld is bekend.
Alsof het zo moest zijn, verscheen er kort daarna een bericht op mijn telefoon.
“Hoe gek wil je het hebben. Ook al sta je onderaan, dan nog ga je op ‘trainingskamp’ naar Spanje. Dit mag je nooit een trainingskamp noemen. Dit zijn gewoon vakantietripjes met veel lawaai en drank. In mijn periode als trainer zou ik gezegd hebben: veel plezier ermee, maar ik blijf thuis!”
Ik moest lachen om die reactie. Niet uit minachting, maar uit herkenning. Want eerlijk is eerlijk: zo denk ik zelf ook vaak over het fenomeen trainingskampen in warme oorden, zeker als het om amateurclubs gaat. Natuurlijk zijn er legio ploegen die er serieus werk van maken, die daadwerkelijk twee keer per dag trainen, herstellen, analyseren en bouwen aan automatismen. Maar net zo goed zijn er de verhalen, en die zijn talrijk, waarin het drankgebruik minstens zo’n grote rol speelt als de trainingsarbeid.
Juist daarom besloot ik er een stelling van te maken:
“Een club die een verblijf in warmere oorden een trainingskamp noemt, maakt zich belachelijk.”
Die stelling legde ik voor aan Jan ten Caat, iemand die het amateurvoetbal al decennia van binnenuit kent. Het antwoord van Jan was genuanceerd, zoals je dat niet altijd van hem mag verwachten.
“Ik denk dat het per club verschilt,” stelde hij. “Er zijn wel degelijk clubs die serieus trainen en die hebben dit jaar een goede keuze gemaakt door de zon op te zoeken. Maar normaal gesproken is het voor een amateurclub een beetje overdreven om een paar honderd kilometer van huis te trainen.” Jan raakt daarmee meteen de kern. Want waarom zou je als amateurclub, met beperkte trainingsuren, beperkte middelen en spelers die overdag gewoon werken, zo nodig naar het buitenland moeten? De toegevoegde waarde zit zelden in het gras of het klimaat, maar bijna altijd in iets anders. “Er zijn ook clubs,” vervolgde Jan, “waarbij je in de verste verte niet kan spreken van een trainingskamp. Dat is als er een heel gevolg van commissieleden, sponsors en zelfs ouders meegaan. Als er dan ook nog eens te lezen is dat er een stevig biertje gedronken kan worden vóór een zogenaamde ‘training’, dan moeten we echt spreken van een gezellig vakantie-uitje.”
Duidelijke woorden. En daar valt weinig tegenin te brengen. Want op het moment dat de entourage groter wordt dan de spelersgroep, en het avondprogramma belangrijker lijkt dan de ochtendtraining, verliest het woord trainingskamp zijn betekenis. Dan is het geen sportieve investering meer, maar een sociaal evenement met een bal erbij.
Jan plaatst er wel een belangrijke kanttekening bij: “Maar zolang er geen sponsor- of clubgelden in gestoken worden, is dat geen enkel probleem lijkt mij. Dan mogen ze van mij zuipen wat ze willen.”
En ook daar heeft hij een punt. Want wie zijn wij om te oordelen over wat volwassen amateurs in hun vrije tijd doen, zolang de club er niet financieel of sportief onder lijdt? Probleem ontstaat het pas wanneer prestaties uitblijven, verwachtingen hoog zijn en het etiket ‘trainingskamp’ wordt geplakt op iets wat daar nauwelijks op lijkt.
Het fenomeen trainingskampen in warmere oorden is daarmee een verhaal op zich. En ja, ik ben het grotendeels eens met die eerste, felle spreker van vanochtend. Zeker als ik even kijk naar de club met dezelfde naam als mijn woonplaats. Een club die na een eerste seizoenshelft met slechts één punt onderaan bungelt, maar wel afreist naar Spanje. Natuurlijk is zo’n trip leuk. Voor de spelers, voor de staf, voor iedereen die meegaat. Even weg uit de sleur, zon op het gezicht, geen natte trainingsvelden en een hoop onderlinge gezelligheid. En laten we eerlijk zijn: geen enkele trainer gaat daarheen met een map vol ‘spannende’ tactische vondsten of conditionele schema’s waar je drie maanden op kunt teren. De echte winst zit ergens anders. In teambuilding. In samen eten, samen lachen, samen een biertje drinken en elkaar beter leren kennen. In het smeden van een groep die bereid is om in de tweede seizoenshelft nog meer voor elkaar door het vuur te gaan.
Noem het dan ook gewoon zo. Geen trainingskamp, maar een teambuildingtrip. Een uitje dat bedoeld is om de neuzen dezelfde kant op te krijgen, om het plezier terug te brengen en om met frisse energie aan de tweede helft van het seizoen te beginnen. Als dat leidt tot betere resultaten dan heeft het zijn doel misschien alsnog gediend. Maar laten we vooral eerlijk blijven. Tegen onszelf, tegen de buitenwereld en tegen het spelletje dat we allemaal zo liefhebben. Want trainen doe je op het veld. En zuipen… dat kan overal.