FC LEO zoekt na winterstop alsnog het vuur
Met het ingaan van de winterstop is het voor veel clubs uit het verspreidingsgebied van de Ommelander Courant een logisch moment om de balans op te maken. Eerder werd al uitgebreid stilgestaan bij de prestaties en vooruitzichten van onder meer Winsum, Zeester, VVSV’09, Ezinge en Usquert. Voor de overige verenigingen uit de regio is het nu tijd om terug te grijpen op de verwachtingen die trainers voorafgaand aan het seizoen uitspraken in de voetbalbijlage van de Ommelander Courant en deze te vergelijken met de huidige realiteit. In deze reeks is FC LEO de laatste in de rij.

“Nog één keer als zelfstandige vereniging willen vlammen.” Met die woorden sprak trainer Eduard Zuidema voorafgaand aan het seizoen de ambitie uit namens FC LEO. De club uit Leens staat immers voor een bijzondere periode, waarin het mogelijk haar laatste seizoen als zelfstandige vereniging afwerkt. Extra motivatie, zo was de gedachte, om er sportief gezien nog één keer alles uit te halen.
Van dat vlammen is in de eerste seizoenshelft echter nog weinig terechtgekomen. Na elf gespeelde wedstrijden bezetten de Leensters de tiende plaats op de ranglijst met tien punten. Een positie die onderin de middenmoot ligt, maar die bij nadere beschouwing allesbehalve comfortabel is. De voorsprong op nummer elf Stedum bedraagt slechts twee punten, terwijl die ploeg bovendien twee wedstrijden minder heeft gespeeld. De marge naar beneden is dus flinterdun.
De cijfers laten zien dat FC LEO moeite heeft om wedstrijden naar zich toe te trekken. Te vaak bleven de oranjehemden steken op een gelijkspel of gingen ze met lege handen van het veld, terwijl het spelbeeld daar niet altijd aanleiding toe gaf.
Dat maakt de uitgangspositie richting de tweede seizoenshelft uitdagend. Willen Zuidema en zijn ploeg alsnog enigszins recht doen aan de uitgesproken ambitie, dan zal het echte vlammen in de resterende dertien wedstrijden moeten plaatsvinden. Alleen met een sterke reeks kan FC LEO nog aansluiting vinden bij de bovenste zes ploegen, een doel dat vooraf als realistisch werd beschouwd maar inmiddels ver weg lijkt.
Toch is het niet alleen maar kommer en kwel, het programma na de winterstop is nog allesbehalve uitzichtloos en zijn er genoeg wedstrijden waarin punten gepakt kunnen worden.
De vraag is vooral of FC LEO erin slaagt om constanter te worden. In een competitie waarin de verschillen klein zijn, kan een korte opleving al snel leiden tot een sprong op de ranglijst. Maar het omgekeerde geldt net zo goed: een valse start na de winterstop kan de ploeg verder naar beneden drukken.
Voorlopig is de conclusie dat de eerste seizoenshelft als matig kan worden bestempeld. De ambitie was duidelijk, de uitvoering bleef achter. Of daar in de tweede helft van het seizoen verandering in komt, zal de tijd moeten leren. Eén ding is zeker: wil FC LEO dit misschien wel laatste seizoen als zelfstandige vereniging met een goed gevoel afsluiten, dan zal het vuur na de winterstop echt moeten ontbranden.

“Nog één keer als zelfstandige vereniging willen vlammen.” Met die woorden sprak trainer Eduard Zuidema voorafgaand aan het seizoen de ambitie uit namens FC LEO. De club uit Leens staat immers voor een bijzondere periode, waarin het mogelijk haar laatste seizoen als zelfstandige vereniging afwerkt. Extra motivatie, zo was de gedachte, om er sportief gezien nog één keer alles uit te halen.
Van dat vlammen is in de eerste seizoenshelft echter nog weinig terechtgekomen. Na elf gespeelde wedstrijden bezetten de Leensters de tiende plaats op de ranglijst met tien punten. Een positie die onderin de middenmoot ligt, maar die bij nadere beschouwing allesbehalve comfortabel is. De voorsprong op nummer elf Stedum bedraagt slechts twee punten, terwijl die ploeg bovendien twee wedstrijden minder heeft gespeeld. De marge naar beneden is dus flinterdun.
De cijfers laten zien dat FC LEO moeite heeft om wedstrijden naar zich toe te trekken. Te vaak bleven de oranjehemden steken op een gelijkspel of gingen ze met lege handen van het veld, terwijl het spelbeeld daar niet altijd aanleiding toe gaf.
Dat maakt de uitgangspositie richting de tweede seizoenshelft uitdagend. Willen Zuidema en zijn ploeg alsnog enigszins recht doen aan de uitgesproken ambitie, dan zal het echte vlammen in de resterende dertien wedstrijden moeten plaatsvinden. Alleen met een sterke reeks kan FC LEO nog aansluiting vinden bij de bovenste zes ploegen, een doel dat vooraf als realistisch werd beschouwd maar inmiddels ver weg lijkt.
Toch is het niet alleen maar kommer en kwel, het programma na de winterstop is nog allesbehalve uitzichtloos en zijn er genoeg wedstrijden waarin punten gepakt kunnen worden.
De vraag is vooral of FC LEO erin slaagt om constanter te worden. In een competitie waarin de verschillen klein zijn, kan een korte opleving al snel leiden tot een sprong op de ranglijst. Maar het omgekeerde geldt net zo goed: een valse start na de winterstop kan de ploeg verder naar beneden drukken.
Voorlopig is de conclusie dat de eerste seizoenshelft als matig kan worden bestempeld. De ambitie was duidelijk, de uitvoering bleef achter. Of daar in de tweede helft van het seizoen verandering in komt, zal de tijd moeten leren. Eén ding is zeker: wil FC LEO dit misschien wel laatste seizoen als zelfstandige vereniging met een goed gevoel afsluiten, dan zal het vuur na de winterstop echt moeten ontbranden.