45 inhaalduels, damescompetitie geeft het juiste voorbeeld

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Even na praten

Vijfenveertig duels. Dat is het aantal wedstrijden dat in de vier B-categoriecompetities die ik met Puurvoetbalonline volg, nog ingehaald moet worden. Vijfenveertig wedstrijden die vanaf het weekend van 20 en 21 september om wat voor reden dan ook niet zijn gespeeld. Dat is geen klein detail meer, dat is een structureel probleem.



logo

Het gaat om vier competities met voor de ploegen respectievelijk 20, 20, 20 en 18(de poule van Ezinge 2) wedstrijden. Wie even rekent, ziet meteen hoe scheef dit staat. Deze competities duren niet oneindig lang, de spelers/speelsters hoeven niet meer dan twintig weekenden per jaar actief te zijn. Voor de meeste spelers is dat echter simpelweg te veel gevraagd.

En dan heb ik het bewust over spelers. Want opvallend genoeg ligt het probleem vrijwel volledig bij de mannencompetities. In de competitie waar de dames van Zeester in uitkomen, hebben slechts drie ploegen een duel minder gespeeld. De overige acht ploegen hebben keurig hun geplande negen wedstrijden afgewerkt. Dat contrast is veelzeggend.

Waar bij de dames dus sprake is van overzicht en discipline, blijven bij de mannen maar liefst 42 wedstrijden liggen die nog ingehaald moeten worden. Tweeënveertig. Dat is geen toeval meer en ook geen pech. Dat is een patroon.

Een belachelijk hoog aantal, maar eerlijk is eerlijk: het verbaast mij totaal niet. Wie al wat langer meeloopt in het amateurvoetbal hoort deze geluiden al jaren. “Iedereen doet maar wat.” Wedstrijden worden zonder veel moeite verplaatst, afgelast of vooruitgeschoven. Belangen van clubs of individuele teams wegen vaak zwaarder dan het collectieve belang van een eerlijke en overzichtelijke competitie.

Het verhaal is altijd hetzelfde. We doen waar we zin in hebben. En de rest? Vrijwilligers, scheidsrechters, tegenstanders, supporters en zelfs de competitie zelf, die zoeken het maar uit. De gevolgen worden structureel onderschat of simpelweg genegeerd.

Vrijwilligers zijn hierbij de stille slachtoffers. Wedstrijdsecretarissen die keer op keer opnieuw moeten plannen. Scheidsrechterscoördinatoren die gaten in hun schema proberen te dichten. Mensen in de kantine die last-minute moeten opschalen of juist afschalen. En dat allemaal omdat wedstrijden te makkelijk van de kalender worden geveegd.

Ook sportief is het funest. Een competitie hoort een eerlijk verloop te hebben. Iedereen speelt ongeveer evenveel wedstrijden, in vergelijkbare fases van het seizoen. Maar wat krijgen we nu? Teams die al negen duels gespeeld hebben, tegenover ploegen die er pas zes of zeven hebben afgewerkt. Standen zeggen weinig, vorm is lastig te vergelijken en de druk op de slotfase van het seizoen wordt steeds groter.

En dan komt het moment dat alles ineens “moet”. Doordeweekse wedstrijden, selecties die dunner worden door blessures, werk en privéverplichtingen. Spelers haken af, de kwaliteit zakt en de kans op blessures neemt toe. Dat is niemand zijn belang. Het meest wrange is misschien nog wel dat het anders kan. De damescompetitie laat zien dat het mogelijk is. Daar wordt gepland, gespeeld en verantwoordelijkheid genomen. Niet perfect, maar wel aanzienlijk beter. Het verschil zit niet in het weer, niet in de kalender en niet in de regels. Het verschil zit in mentaliteit.