Verrast maar ook weer niet
Heel lang was het in de voetbalwereld bijna een zekerheid: een trainer bleef maximaal drie seizoenen bij een club. Daarna was het tijd voor iets nieuws. Soms kwam dat doordat de trainer zelf toe was aan een andere uitdaging, maar het gebeurde ook regelmatig dat een club na drie jaar vond dat de samenwerking lang genoeg had geduurd. Drie seizoenen leek nu eenmaal een soort ongeschreven regel waar niet al te veel van werd afgeweken.

Er was zelfs een club, Ezinge, die deze termijn vroeger in de statuten had vastgelegd. Dat had destijds ook gevolgen voor toenmalig trainer Onno van Dijk. Door een versterkte promotieregeling liep hij een promotie op zijn cv mis. Een bijzonder voorbeeld van hoe regels en gewoontes binnen het voetbal soms bepalender kunnen zijn dan de prestaties op het veld. Want als je als trainer goed werk levert en de samenwerking prettig verloopt, waarom zou je dan eigenlijk na drie seizoenen afscheid moeten nemen?
Tegenwoordig kijken clubs daar toch anders tegenaan. Trainers blijven steeds vaker langer dan drie seizoenen bij dezelfde vereniging en dat is niet eens zo vreemd. Waar vroeger een nieuwe trainer na een paar jaar bijna vanzelfsprekend werd gevonden, lijkt continuïteit tegenwoordig steeds belangrijker te worden. Als een trainer goed functioneert, de spelersgroep achter hem staat en het bestuur tevreden is, is er weinig reden om alleen vanwege de duur van de samenwerking op zoek te gaan naar een opvolger.
Daar komt nog iets bij. Wanneer een trainer zelf niet direct toe is aan een nieuwe uitdaging, vinden clubs het steeds vaker prima om met elkaar verder te gaan. Natuurlijk moet er sprake zijn van wederzijds vertrouwen en moeten de resultaten en de ontwikkeling van de selectie daar aanleiding toe geven. Maar als beide partijen tevreden zijn, waarom zou je dan onnodig veranderen? Een nieuwe trainer betekent immers niet automatisch dat alles beter wordt.
Toch speelt er op de achtergrond nog een andere ontwikkeling mee: het vinden van een geschikte hoofdtrainer lijkt voor veel verenigingen bepaald geen eenvoudige opgave meer. Het aantal belangstellenden voor een vacature neemt steeds meer af en daarmee wordt de zoektocht naar een nieuwe trainer een stuk ingewikkelder. Waar een vereniging vroeger misschien kon kiezen uit meerdere kandidaten, kan het tegenwoordig zomaar gebeuren dat het aantal serieuze gegadigden behoorlijk tegenvalt of nihil is
Een belangrijke oorzaak daarvan lijkt de periode rond en na corona te zijn. Een behoorlijk aantal trainers is sindsdien van het toneel verdwenen. Trainers die jarenlang met plezier langs de lijn stonden, trainingen verzorgden en hun vrije avonden op het voetbalveld doorbrachten, ontdekten dat het leven zonder die verplichtingen ook best prettig kon zijn. Geen wedstrijdbesprekingen, geen trainingsavonden en geen gedoe wanneer de resultaten een tijdje tegenvallen. Sommigen besloten na die periode dat ze niet meer de ambitie hadden om het trainingspak opnieuw aan te trekken.
Dat is natuurlijk begrijpelijk. Het trainerschap bij een amateurvereniging vraagt veel tijd en energie. Naast de trainingen en wedstrijden zijn er de gesprekken met spelers, het contact met de technische commissie en het bestuur, en de verwachtingen van supporters en andere betrokkenen. En dat allemaal vaak naast een gewone baan en een privéleven. Wie eenmaal afstand heeft genomen van die verantwoordelijkheden, denkt misschien wel twee keer na voordat hij opnieuw aan een trainersklus begint.
Ondertussen is de trainerscarrousel alweer voorzichtig gaan draaien. De eerste mutaties worden bekend, hier en daar is duidelijk dat een trainer vertrekt en verenigingen weten dat ze op zoek moeten naar een nieuwe hoofdtrainer. Dat hoort bij deze periode van het seizoen. Toch is het interessant om te zien hoe snel de zoektocht naar een opvolger tegenwoordig onderwerp van gesprek wordt. Wie regelmatig op de voetbalvelden rondloopt en zijn oor te luisteren legt, weet dat dit vorig seizoen bij verschillende verenigingen behoorlijk wat stress heeft opgeleverd. Er moest een nieuwe trainer komen, maar de geschikte kandidaten stonden niet bepaald in de rij. Soms duurde het langer dan gehoopt voordat er duidelijkheid kwam. En wanneer de ene vereniging een trainer vastlegt, kan dat bij een andere club juist weer voor extra druk zorgen. De spoeling wordt immers niet groter wanneer meerdere verenigingen tegelijkertijd op zoek zijn.
Dat het dit jaar anders zal gaan, lijkt dan ook niet vanzelfsprekend. Ook nu zullen clubs zich moeten afvragen wat ze willen, welke trainer bij hun vereniging past en hoe ze voorkomen dat ze straks achter de feiten aanlopen. Want wachten tot het laatste moment kan riskant zijn. Zeker wanneer je als bestuur eigenlijk al weet dat je tevreden bent over de huidige trainer past het logische van een contractverlenging.
Je kunt als buitenstaander opkijken wanneer een trainer voor een vierde, vijfde of langer bij dezelfde vereniging blijft. Misschien had je verwacht dat beide partijen na verloop van tijd wel toe zouden zijn aan iets anders. Maar wanneer je wat beter naar de situatie kijkt, is zo'n verlenging vaak helemaal niet verrassend. Een trainer die goed in de groep ligt, weet wat er binnen de club speelt en prettig samenwerkt met het bestuur, vertegenwoordigt immers ook waarde die niet altijd direct in de ranglijst terug te zien is.
Voor een club betekent een verlenging bovendien dat er rust ontstaat. De technische staf kan verder bouwen aan de selectie, spelers weten waar ze aan toe zijn en het bestuur hoeft niet maandenlang gesprekken te voeren met mogelijke kandidaten. Dat is geen garantie op succes, maar het voorkomt wel een hoop onzekerheid.
Natuurlijk moet een verlenging nooit alleen voortkomen uit angst om geen andere trainer te vinden. Er moet een goede reden zijn om met elkaar door te gaan. Maar wanneer het gevoel goed is, de samenwerking werkt en beide partijen nog voldoende uitdaging zien, is het verstandig om daar tijdig over te praten. Dus ja, soms kun je verrast worden door een contractverlenging. Maar als je er even over nadenkt, ben je dat ergens ook weer niet.
Want waarom zou je afscheid nemen van iets wat goed werkt, alleen omdat er vroeger een ongeschreven regel bestond dat drie seizoenen wel genoeg waren? Misschien is het in het huidige amateurvoetbal juist verstandig om niet vast te houden aan oude gewoontes.
Voor verenigingen die tevreden zijn over hun hoofdtrainer, is de boodschap daarom simpel: wacht niet tot de trainerscarrousel op volle toeren draait. Ga op tijd met elkaar om tafel en spreek uit wat je wilt. Want voordat je het weet, slaat de stress van de zoektocht naar een nieuwe trainer ook binnen jouw vereniging toe. En dan blijkt die contractverlenging waar je eerst nog even van opkeek achteraf misschien wel de meest logische beslissing te zijn geweest.