Promoveren naar de vierde klasse is geen garantie op een langer verblijf
Wie de huidige stand in de vierde klasse op zaterdag en zondag bekijkt, kan niet anders dan concluderen dat het voor veel ploegen bijzonder lastig is om zich op dit niveau staande te houden. De cijfers zijn veelzeggend en roepen tegelijkertijd een interessante vraag op: is promoveren vanuit de vijfde klasse wel altijd een stap vooruit als de kans groot is dat je een seizoen later alweer terugkeert op het niveau waar je vandaan kwam?

| Club |
Punten |
Resultaat vorig seizoen |
| Zaterdag |
||
| Ens |
1 |
Gepromoveerd |
| NOK |
1 |
4e klasse |
| Oosterlittens |
1 |
4e klasse |
| SSS’68 |
1 |
4e klasse |
| Friese Boys |
0 |
4e klasse |
| Eastermar |
0 |
4e klasse |
| Amicitia VMC |
1 |
Gepromoveerd |
| Glimmen |
1 |
4e klasse |
| Zeester |
1 |
Gepromoveerd |
| Angelslo |
1 |
Gepromoveerd |
| Pekela |
1 |
Gepromoveerd |
| Zondag |
||
| Blauw Rood’20 |
1 |
Gepromoveerd |
| Mildam |
0 |
4e klasse |
| Farmsum |
0 |
Gepromoveerd |
| DWZ |
0 |
Gepromoveerd |
| FVV |
0 |
Gepromoveerd |
| DVC’59 |
0 |
Gepromoveerd |
| Oranje Zwart |
1 |
Degradatie uit derde klasse |
Dat zijn cijfers die je niet zomaar naast je neer kunt leggen. Natuurlijk zegt een stand na vijf wedstrijden niet alles over de rest van een seizoen. Een ploeg kan groeien, spelers kunnen terugkeren van blessures en soms is er maar één overwinning nodig om het vertrouwen terug te krijgen. Toch laten deze cijfers zien hoe groot de stap naar de vierde klasse voor veel clubs kan zijn.
Promotie is mooi, maar wat volgt daarna?
In de voetballerij wordt promotie vaak gezien als de ultieme beloning voor een goed seizoen. Terecht, want spelers, trainers en vrijwilligers werken daar met elkaar naartoe. Een kampioenschap of promotie via de nacompetitie levert mooie momenten op en zorgt voor enthousiasme binnen een vereniging. Maar daarna begint het echte werk pas.
De laatste jaren lijkt het steeds vaker voor te komen dat ploegen vanuit de vijfde klasse promoveren, om vervolgens slechts één seizoen op een hoger niveau actief te zijn. De terugkeer naar de vijfde klasse volgt dan sneller dan gehoopt. Dat roept de vraag op of de vierde klasse voor sommige verenigingen simpelweg een te grote stap is geworden.
Niet iedere ploeg die promoveert, beschikt automatisch over de kwaliteit om zich een klasse hoger te handhaven. Het verschil in weerstand, wedstrijdtempo en individuele kwaliteit kan aanzienlijk zijn. Waar een team in de vijfde klasse nog regelmatig het verschil kan maken met strijdlust, organisatie en een sterke teamgeest, wordt dat in de vierde klasse soms een stuk moeilijker.
En laten we eerlijk zijn: voor sommige selecties is de vijfde klasse misschien wel het niveau waarop ze het beste tot hun recht komen. Dat klinkt wellicht hard, maar daar hoeft helemaal niets mis mee te zijn. Niet iedere vereniging hoeft hogerop. Ook op een lager niveau kun je met plezier voetballen, een hecht team vormen en als club een belangrijke rol spelen in de gemeenschap.
De trainer mag niet automatisch de rekening betalen
Toch ligt daar wat mij betreft wel een gevoelig punt. Want wie spreekt er binnen een vereniging openlijk uit dat de vierde klasse misschien te hoog gegrepen is? Een trainer zal dat niet snel in het openbaar zeggen. Een bestuur evenmin. Dat is begrijpelijk, want niemand wil het eigen team bij voorbaat tekortdoen of het vertrouwen van spelers ondermijnen.
Intern zal er ongetwijfeld weleens worden gesproken over de kwaliteit van de selectie en de vraag of die voldoende is om op dit niveau mee te komen. Dat gesprek hoort er ook bij. Maar waar ik voor zou waken, is dat de trainer vervolgens als eerste verantwoordelijk wordt gehouden wanneer de resultaten tegenvallen.
Een trainer kan een selectie beter laten voetballen, tactische keuzes maken, spelers ontwikkelen en een team smeden. Maar hij kan niet zomaar een kwaliteitsverschil wegpoetsen. Als de individuele mogelijkheden van een selectie onvoldoende zijn om structureel punten te pakken, moet je ook naar de samenstelling van die selectie kijken. Het is te gemakkelijk om bij een reeks nederlagen direct te twijfelen aan de kwaliteiten van de man voor de groep.
Niet iedere promotie hoeft een blijvertje op te leveren
Misschien moeten we daarom anders naar promotie kijken. Natuurlijk wil iedere club vooruit en is het prachtig wanneer een vereniging een stap omhoog kan zetten. Maar promoveren mag geen doel op zich worden als de sportieve gevolgen niet realistisch worden ingeschat.
De cijfers na vijf wedstrijden zijn geen definitief oordeel, maar ze maken wel duidelijk dat de overgang naar de vierde klasse voor veel ploegen een flinke uitdaging vormt. En zolang we blijven verwachten dat iedere promovendus zich daar zonder meer moet kunnen handhaven, blijven we trainers en spelers mogelijk afrekenen op verwachtingen die niet realistisch zijn.
Soms is de vierde klasse een mooie volgende stap. Soms blijkt het een niveau te hoog. Dat laatste erkennen, hoeft geen schande te zijn. Het getuigt juist van realisme wanneer een vereniging durft te kijken naar wat met de beschikbare spelersgroep haalbaar is.
Want uiteindelijk draait amateurvoetbal niet alleen om promoveren, maar ook om continuïteit, plezier en presteren op een niveau dat bij de vereniging past. En misschien is het tijd dat we dat binnen het voetbal wat vaker hardop durven uitspreken.