Walking Football bij SV Bedum: anderhalf uur voetballen is niet genoeg om fit te blijven
Op de donderdag van de herfstvakantie was het niet bepaald druk op het sportcomplex van SV Bedum. Waar normaal gesproken een mooie groep Walking Footballers klaarstaat om onder de bezielende leiding van trainer Henk aan de slag te gaan, waren er deze morgen nogal wat afmeldingen. En dat terwijl de eerste afzeggingen voor het prestigieuze toernooi op 4 november, waarin we het gaan opnemen tegen GEO uit Garmerwolde, ook al binnen waren gekomen.

Een vakantie, een huwelijksjubileumfeest en een medische ingreep die hopelijk in de komende twee weken wordt uitgevoerd, waren daar debet aan. Allemaal begrijpelijke redenen om een keer verstek te laten gaan. De altijd nuchtere coördinator zal er ongetwijfeld niet wakker van liggen. ,,Wanneer de selectie uit twaalf spelers bestaat, moet dat genoeg zijn.” was namelijk zijn commentaar Maar wat mij betreft zit daar nu precies de kneep. Want wanneer je serieus werk wilt maken van het Walking Football en met twee teams wilt deelnemen aan een 6 tegen 6-toernooi, denk ik dat het verstandig is om de selecties iets uit te breiden. Acht spelers per team lijkt mij een mooi uitgangspunt. Je hebt dan wat meer mogelijkheden om spelers af te wisselen, blessures op te vangen en ervoor te zorgen dat iedereen voldoende rust krijgt tijdens een wedstrijd. Want laten we eerlijk zijn: de fitheid laat bij menigeen, en dat geven de spelers zelf toe, nog wel wat te wensen over. En dat is helemaal geen schande. We zijn immers geen twintig meer en de jaren beginnen bij de meesten van ons toch wel een beetje mee te tellen. Maar dat betekent niet dat we onze lichamelijke conditie zomaar moeten laten versloffen. En juist daarover had ik het voorafgaand aan de training met een teamgenoot.
Gezondheid is niet vanzelfsprekend
Wanneer je ergens mee wordt geconfronteerd wat je liever niet had willen horen, bijvoorbeeld wanneer er gezondheidsproblemen aan het licht komen, ga je toch anders naar je eigen lichaam kijken. Op zo'n moment worden er door een arts vaak vragen gesteld over je dagelijkse bezigheden, je leefstijl en de manier waarop je aan je lichamelijke conditie werkt. Beweeg je voldoende? Sport je regelmatig? Maak je wandelingen? En wat doe je er eigenlijk aan om je lichaam zo sterk en gezond mogelijk te houden? Het zijn vragen die soms confronterend kunnen zijn, maar die je ook aan het denken zetten. Want hoe gemakkelijk is het om te zeggen dat je te druk bent, dat je geen tijd hebt om te sporten of dat het op onze leeftijd allemaal niet meer zo nodig is? Totdat je gezondheid je dwingt om daar anders over na te denken.Artsen worden vaak oprecht blij wanneer blijkt dat iemand voldoende beweegt en zijn best doet om een goede lichamelijke conditie te behouden. Natuurlijk biedt een goede conditie geen garanties. Je kunt gezond leven, veel sporten en toch met gezondheidsproblemen te maken krijgen. Maar je kunt er wel zelf iets aan doen om je lichaam zo goed mogelijk te onderhouden. En daar ligt volgens mij een belangrijke verantwoordelijkheid voor ons allemaal.
Ik spreek uit ervaring
Wanneer ik dit onderwerp aansnijd, doe ik dat niet omdat ik denk dat ik de wijsheid in pacht heb. Ik spreek vooral uit eigen ervaring. Een goede lichamelijke conditie heeft mij in het verleden al twee keer geholpen om moeilijke momenten door te komen. Dat besef ik maar al te goed. En nu ik voor de derde keer met een situatie te maken heb waarbij mijn gezondheid extra aandacht verdient, doe ik er opnieuw alles aan om mijn lichamelijke conditie zo goed mogelijk op peil te houden. Dat doe ik niet omdat ik iedere dag met tegenzin mijn sportschoenen aantrek, maar omdat ik weet hoe belangrijk het is om te blijven bewegen. Je lichaam is nu eenmaal geen machine die je jarenlang kunt gebruiken zonder er onderhoud aan te plegen. Wie een beetje goed voor zichzelf wil zorgen, zal daar tijd en energie in moeten steken. Daarom probeer ik mijn beweging over de week te verdelen. Regelmatig naar de sportschool gaan, dagelijks acht tot tien kilometer met Bietsj wandelen en daarnaast één keer per week Walking Football spelen: dat is voor mij een manier om actief te blijven.Maar laat ik meteen duidelijk zijn: ik ga niemand vertellen dat hij hetzelfde moet doen. Iedereen heeft zijn eigen mogelijkheden, beperkingen en omstandigheden. Wat voor de één haalbaar is, hoeft dat voor de ander helemaal niet te zijn. Bovendien is het verstandig om bij gezondheidsproblemen of twijfel over de belasting van je lichaam advies te vragen aan een arts of fysiotherapeut. Het gaat mij dan ook niet om de vraag wie de meeste kilometers maakt of wie het vaakst in de sportschool te vinden is. Het gaat erom dat we allemaal nadenken over wat we zelf kunnen doen om onze gezondheid te ondersteunen.
Walking Football is mooi, maar niet voldoende
En dan komen we bij Walking Football, de sport die ons iedere week bij SV Bedum bij elkaar brengt. Een prachtige sport, waarbij plezier, beweging, gezelligheid en kameraadschap hand in hand gaan. We ontmoeten elkaar, maken een praatje, lachen wat af en proberen ondertussen ook nog een aardig potje voetbal op de mat te leggen.De trainingen van Henk zijn meer dan prima. Daar ligt het wat mij betreft absoluut niet aan. Hij zorgt ervoor dat we in beweging komen en dat we op een leuke manier met elkaar kunnen voetballen. Maar één ding weet ik vrijwel zeker: met één keer per week anderhalf uur voetballen in Walking Football-tempo word je niet vanzelf fitter.
Natuurlijk is het beter dan helemaal niet bewegen. Iedere training telt mee en het is belangrijk dat we die wekelijkse afspraak blijven koesteren. Maar wie denkt dat anderhalf uur Walking Football voldoende is om de lichamelijke conditie op peil te houden, vraagt naar mijn mening te veel van dat ene sportmoment. Tijdens Walking Football wandelen we, passen we de bal, zoeken we ruimte en proberen we onze tegenstanders te slim af te zijn. Dat vraagt beweging en concentratie, maar de intensiteit is niet te vergelijken met een stevige wandeling, een fietstocht of een training waarbij je gericht aan je uithoudingsvermogen en spierkracht werkt.
Wie fitter wil worden, zal dus ook buiten het voetbalveld in beweging moeten komen. Dat hoeft allemaal niet ingewikkeld te zijn. Een extra wandeling, wat vaker de fiets pakken, regelmatig de trap nemen of thuis eenvoudige oefeningen doen, kan al een verschil maken. Het belangrijkste is dat je iets kiest wat bij je past en wat je kunt volhouden. En natuurlijk moet iedereen daarbij rekening houden met zijn eigen gezondheid en belastbaarheid. Het is niet de bedoeling om van de ene op de andere dag fanatiek te gaan sporten en vervolgens met allerlei klachten thuis te zitten. Rustig opbouwen en luisteren naar je lichaam zijn minstens zo belangrijk.