Vijfdeklassers zoeken een trainer, de KNVB zoekt een diploma: welkom in de wereld van de hypocrisie

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

 




Moet het trainers die alleen in de vijfde klasse actief willen zijn gemakkelijker worden gemaakt? Een prima stelling voor een stevige discussie in het amateurvoetbal. Al is het eigenlijk een vraag waarop de KNVB het antwoord allang lijkt te hebben gegeven. Een diploma is een diploma, licentiepunten zijn licentiepunten en zonder de juiste papieren en punten wordt het lastig om je trainerscarrière voort te zetten. Althans, dat is de gedachte achter het beleid van de bond. Maar wie iets verder kijkt dan de reglementen en de vergadertafels in Zeist, ziet een werkelijkheid die steeds moeilijker te rijmen valt met die starre houding.


515442054 24178173598489282 4981330284453131560 n 1 1
Want laten we eerlijk zijn: het amateurvoetbal is geen speeltuin waarin iedere vereniging onbeperkt kan winkelen in een etalage vol gediplomeerde trainers. Zeker niet in de onderste regionen van het standaardvoetbal. Daar staan clubs te springen om iemand die het trainingsveld betreedt, op zaterdag of zondag zijn ploeg begeleidt en vooral bereid is om zich met hart en ziel in te zetten voor een vereniging. Een trainer die de spelers beter wil maken, de groep bij elkaar houdt en ervoor zorgt dat er iedere week een elftal op het veld staat. Maar wat als die trainer niet over het vereiste diploma beschikt? Dan begint het probleem.

Waar zijn de trainers gebleven?

Het tekort aan trainers is niet uit de lucht komen vallen. Tijdens de coronaperiode stopten veel trainers met hun werkzaamheden. Competities vielen stil, het verenigingsleven kwam op zijn gat te liggen en voor sommigen was dat het moment om definitief afscheid te nemen van het trainersvak. Eenmaal uit het trainingspak gekropen, bleek de weg terug voor velen niet meer zo aantrekkelijk. Ook in de jaren daarna hebben trainers hun trainingspak aan de wilgen gehangen. De veranderende mentaliteit van spelers, de toenemende verwachtingen en de beperkte waardering die trainers soms krijgen spelen daarbij ongetwijfeld een rol. Wie iedere week tijd, energie en emoties in een elftal steekt, maar daarvoor vooral kritiek terugkrijgt, kan op een gegeven moment ook denken: bekijk het maar.

Het gevolg laat zich raden. Vacatures stapelen zich op, terwijl het aantal beschikbare trainers achterblijft. Vooral vijfdeklassers voelen de pijn. Waar verenigingen vroeger meerdere sollicitanten konden uitnodigen voor een gesprek, mogen ze tegenwoordig blij zijn wanneer er überhaupt iemand reageert. En soms blijft het helemaal stil. Dan zou je verwachten dat de KNVB meedenkt. Dat de bond begrijpt dat de praktijk in de kelder van het amateurvoetbal nu eenmaal anders is dan bij een ambitieuze eersteklasser. Dat er ruimte ontstaat voor maatwerk, voor redelijkheid en voor oplossingen die ervoor zorgen dat clubs niet met de handen in het haar zitten. Maar nee, de reglementen blijven leidend. Het papiertje lijkt soms belangrijker dan de persoon die daadwerkelijk op het veld staat.

Het diploma als heilige graal

Begrijp me niet verkeerd: ik ben absoluut niet tegen trainersopleidingen. Een goede opleiding kan een trainer veel bijbrengen. Tactisch inzicht, trainingsmethoden, omgang met spelers en kennis van het spel zijn allemaal zaken die bijdragen aan de ontwikkeling van een elftal. Niemand hoeft te beweren dat een diploma waardeloos is. Maar we moeten ook niet doen alsof iedere gediplomeerde trainer automatisch een betere trainer is dan iemand zonder het juiste papiertje. In het amateurvoetbal draait het om veel meer dan alleen een diploma. Ervaring, persoonlijkheid, betrokkenheid en het vermogen om een groep te motiveren zijn minstens zo belangrijk. Bovendien moet je jezelf afvragen hoeveel zin het heeft om trainers die uitsluitend op vijfdeklasseniveau actief willen zijn licentiepunten te laten halen. Niet iedereen heeft de ambitie om hogerop te komen. Niet iedere trainer droomt van een carrière langs de lijn bij een vierde of derdeklasser. Sommige trainers willen gewoon op zaterdag of zondagmiddag met een groep liefhebbers op het veld staan en na afloop een biertje drinken in de kantine. Wat is daar mis mee? Moet zo iemand werkelijk worden ontmoedigd omdat hij niet aan alle formele eisen voldoet? Of zou de KNVB juist moeten kijken hoe deze groep trainers behouden kan blijven voor het voetbal?

De stroman en het grote toneelspel

In de laatste column van Modderpoel werd beschreven hoe het er in de praktijk bij sommige verenigingen aan toegaat. Daarbij viel het woord stroman. Een term die tot nadenken stemt, want blijkbaar wordt er soms gezocht naar constructies om aan de regels van de bond te voldoen zonder dat de feitelijke situatie daarmee overeenkomt. Ik ben daar duidelijk over: een trainer die op het wedstrijdformulier staat, hoort doordeweeks op het trainingsveld te staan en op zaterdag of zondag op de bank te zitten. Dat lijkt mij niet meer dan logisch. Als je verantwoordelijk bent voor een elftal, moet je die verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk dragen. Maar wat gebeurt er wanneer een vijfdeklasser maandenlang vergeefs zoekt naar een geschikte trainer? Wanneer niemand reageert op de vacature en de vereniging uiteindelijk iemand vindt die uitstekend bij de groep past, maar niet over de vereiste papieren beschikt? Dan ontstaat de situatie waarin clubs noodgedwongen naar kunstgrepen gaan zoeken. Niet omdat ze zo graag de regels willen omzeilen, maar omdat ze simpelweg verder moeten. Een vereniging kan moeilijk tegen haar spelers zeggen dat er geen trainer is en dat ze het dit seizoen zelf maar moeten uitzoeken. En precies daar schuurt het wat mij betreft. Een systeem dat bedoeld is om kwaliteit te waarborgen, kan er in de praktijk toe leiden dat verenigingen zich gedwongen voelen om naar schijnoplossingen te zoeken. Dat lijkt mij niet bepaald de bedoeling.

Twee maten, twee gewichten?

Wat het verhaal vervolgens nog merkwaardiger maakt, is de indruk dat de ene vereniging meer ruimte krijgt dan de andere. Bij de ene club lijkt er een oogje te worden dichtgeknepen, terwijl een andere vereniging tegen de regels aanloopt en op de vingers wordt getikt. Als dat inderdaad zo gebeurt, hebben we een probleem dat groter is dan alleen het tekort aan trainers. Regels moeten voor iedereen gelden. Daarover bestaat geen discussie. Maar dan moet de KNVB ze ook consequent toepassen. Het kan niet zo zijn dat de ene club met een vergelijkbare situatie wegkomt en de andere club de rekening gepresenteerd krijgt. Dat is niet alleen moeilijk uit te leggen, het ondermijnt ook het vertrouwen in de bond. En laat ik dat nu behoorlijk hypocriet vinden.

Want wat is het beleid van de KNVB eigenlijk waard wanneer de uitvoering ervan afhankelijk lijkt te zijn van de vereniging waar het om gaat? Een regel die voor de ene club heilig is en voor de andere club kennelijk rekbaar blijkt, is geen overtuigend beleid. Dat past bij het beeld wat ik van de KNVB heb, een logge en oneerlijke organisatie

Tijd voor gezond verstand

De KNVB zou er verstandig aan doen om eens serieus naar de situatie in de vijfde klasse te kijken. Niet door opleidingen af te schaffen of iedere vorm van kwaliteitsbewaking overboord te gooien, maar door onderscheid te maken tussen verschillende niveaus en ambities. Waarom geen duidelijk omschreven regeling voor trainers die op het laagste niveau actief willen zijn? Denk aan een beperkte bevoegdheid, een praktische cursus of een overgangsregeling waarbij iemand van binnen de club onder bepaalde voorwaarden aan de slag kan.

Ook zou de bond helder moeten communiceren over de handhaving. Welke regels gelden precies? Welke uitzonderingen zijn mogelijk? En waarom zou een vereniging in de ene situatie wel en in een vergelijkbare situatie geen ruimte krijgen? Dat zijn geen onredelijke vragen. Dat is het absolute minimum dat je van een bond mag verwachten. Want uiteindelijk gaat het niet om diploma's, licentiepunten of de vraag wie er op papier verantwoordelijk is. Het gaat om het amateurvoetbal zelf. Om verenigingen die met beperkte middelen proberen hun elftallen draaiende te houden. Om spelers die willen trainen en wedstrijden willen spelen. En om trainers die bereid zijn om hun vrije tijd op te offeren voor hun club.

Misschien moet de KNVB zich eens afvragen of het amateurvoetbal er werkelijk bij gebaat is wanneer een vijfdeklasser zonder trainer komt te zitten omdat de bond vasthoudt aan een diploma-eis. En als er dan toch regels worden gehandhaafd, doe dat dan voor iedereen op dezelfde manier. Geen willekeur, geen schimmige constructies en geen verschil tussen clubs waarbij het wel of niet door de vingers worden gezien. Want dat heb ik in de achter mij liggende jaren al te vaak met eigen ogen gezien!