Trotse ouders en grootouders genieten in stilte

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Er zijn van die momenten waarop je langs een voetbalveld staat en je afvraagt waar je precies naar staat te kijken. Een jeugdwedstrijd? Of een wedstrijd waarin de Champions League-finale wordt gespeeld?
515442054 24178173598489282 4981330284453131560 n 1 1
Want het neemt hand over hand toe: de idioterie van schreeuwende ouders en grootouders langs de lijn bij een jeugdwedstrijd. Alsof iedere pass, iedere tackle en iedere verkeerde aanname van levensbelang is. Alsof er scouts van de grootste clubs van Europa op de parkeerplaats staan te wachten om na afloop meteen een contract uit te delen.

„Naar voren!” „Vrij!” „Schieten!” „Wat doe je nou?” „Dat had je moeten zien!”

En ondertussen klinkt vanaf een andere kant van het veld weer een ouder die blijkbaar precies weet hoe het moet. Het probleem is alleen: meestal weet niemand het precies omdat het dambord of het dartbord hun werkterrein was/is Jeugdvoetbal is geen volwassen voetbal. Kinderen zijn geen kleine profvoetballers. Ze zijn bezig met leren. Met vallen en opstaan. Met ontdekken waar ze moeten staan, wanneer ze moeten passen, hoe ze een bal moeten aannemen en misschien vooral: hoe ze plezier kunnen hebben in het spel. Maar langs de lijn lijkt dat besef , dankzij het gedrag van ouders en grootouders steeds meer te vervagen

Kreten zonder enige kennis van zaken vliegen over de velden en ondermijnen ondertussen het gezag van de trainers en begeleiders. Iemand die iedere week vrijwillig op het veld staat om kinderen iets te leren, moet vervolgens opboksen tegen ouders die vanaf de zijlijn denken dat ze tot de technische staf van Ajax, PSV of Feyenoord behoren Dat is niet alleen vermoeiend. Het is vooral onnodig.

Mijn vader

Ik heb zelf een prachtig voorbeeld gehad van hoe ik vandaag de dag als opa naar jeugdvoetbal kijk. Mijn eigen vader. Een man van weinig woorden en zeker langs de lijn. Hij stond nooit te roepen. Hij bemoeide zich nergens mee. Hij liep niet mee met iedere actie en.. hij vond het al helemaal niet nodig om de hele omgeving te laten weten hoe goed zijn zoon was. Na afloop, thuis, kon het anders zijn. Dan werd er rustig gezegd wat hij niet goed vond gaan. Vooral als het om mijn gedrag ging. En als ik aardig had gespeeld, kreeg ik dat ook te horen. „Je hebt wel aardig gespeeld.”

Niet: fantastisch. Niet: geweldig. Niet: jij wordt later profvoetballer. Gewoon: je hebt wel aardig gespeeld. Daar groeide ik mee op. En blijkbaar heeft dat zich ergens diep in mijn hoofd vastgezet, want inmiddels ben ik zelf opa en kijk ik op dezelfde manier naar jeugdvoetbal. Schreeuwen langs de lijn? Mij niet gezien. Mijn kleinkinderen tot grote hoogte opwaarderen omdat ze een doelpunt hebben gemaakt? Daar doe ik niet aan mee. Niet omdat ik niet trots ben. Integendeel. Ik ben hartstikke trots. Maar juist daarom hoef ik niet iedere zaterdag langs de lijn te staan schreeuwen alsof mijn kleinkind op het punt staat de finale van het WK te beslissen.

Kinderen hebben geen publiek nodig dat ze groter maakt dan ze zijn

Wat mij misschien nog wel het meest tegenstaat, is het voortdurend ophemelen. Dat eeuwige: „Wat ben jij toch goed!” Een kind maakt drie doelpunten en ineens wordt er gesproken alsof de volgende stap vanzelfsprekend richting betaald voetbal gaat. Een aardige wedstrijd wordt een „fantastische wedstrijd”. Een goede pass wordt een „oogstrelende combinatie”. Een kind dat toevallig een paar keer goed staat, heeft volgens het wedstrijdverslag „positioneel uitstekend gespeeld”. En als het team met 7-2 wint, lijkt het soms alsof we getuige zijn geweest van een historisch voetbalwonder. Kom op zeg. Het zijn kinderen. Ze moeten nog bijna alles leren. Ze moeten leren verliezen. Ze moeten leren winnen zonder zichzelf geweldig te vinden. Ze moeten leren omgaan met fouten. Ze moeten leren luisteren. Ze moeten leren samenwerken. Ze moeten leren dat je niet iedere bal zelf hoeft te hebben. En misschien wel het belangrijkste: ze moeten leren dat voetbal vooral leuk is en ..ze moeten vooral vriendjes met de bal worden Daar hoort ruimte bij om fouten te maken. Een kind dat een verkeerde pass geeft, moet niet onmiddellijk vanaf de kant horen wat het fout heeft gedaan. Laat de trainer dat maar uitleggen. Daar staat hij voor. En misschien leert dat kind juist wel meer van een verkeerde pass dan van tien keer „goed zo!” roepen.

De wedstrijdverslagen

En dan hebben we nog een ander fenomeen: de wedstrijdverslagen van de teams in vooral de onderbouw. Wat mij betreft zouden clubs daar eens kritisch naar moeten kijken. Want wekelijks lees ik daarin meer voetbalonzin dan sommige wereldleiders dagelijks bij elkaar weten te praten. „Oogstrelende combinaties.” „Positioneel uitstekend.” „De juiste instelling.” „Dominant in balbezit.” „Tactisch sterk.” Soms moet ik twee keer kijken of ik per ongeluk niet het verslag van een willekeurig eredivisieduel heb geopend. Maar nee. Het gaat over kinderen van acht, negen of tien jaar. Kinderen die soms nog achter de bal aanrennen alsof ze met z'n allen achter één speeltuig aan zitten. En dat is helemaal niet erg. Dat hoort erbij! Sterker nog.. dat deden wij vroeger ook en dat heet jeugdvoetbal. De onderbouw is juist de plek waar kinderen alles nog moeten leren. Waar ze soms vergeten waar ze moeten staan. Waar ze liever met de bal aan hun voet drie tegenstanders proberen uit te spelen dan de vrije medespeler aan te spelen. Waar een doelpunt soms meer het gevolg is van geluk dan van een briljante aanval. Prachtig toch? Waarom moeten we daar dan meteen een professioneel voetbalverhaal van maken?

Laat ze voetballen

Het mooiste wat je een jeugdspeler kunt geven, is niet de zekerheid dat hij geweldig is. Het mooiste wat je kunt geven, is de ruimte om beter te worden. Laat kinderen zelf ontdekken, fouten maken, verliezen. Laat ze na een slechte wedstrijd balen en na een goede wedstrijd genieten. Maar stop met de onzin van het voortdurend vergroten van prestaties. Want uiteindelijk doe je daar niemand een plezier mee en als schrijver maak je jezelf meer dan belachelijk.Een kind dat voortdurend hoort hoe geweldig hij speelt, kan gemakkelijk gaan geloven dat er niets meer te leren valt. En juist in voetbal is er altijd iets te leren. Vandaag ben je de beste van het veld. Volgende week misschien niet.

Vandaag scoor je drie keer. Volgende week raak je geen bal goed. Vandaag win je met 8-1. Volgende week verlies je met 1-8. Dat is voetbal. En daar kunnen kinderen juist enorm veel van leren.

Dus opa, oma, papa en mama...

Ga gerust mee. Sta langs de lijn. Juich als er wordt gescoord. Klap voor een mooie actie. Steun je kind of kleinkind als het even tegenzit. Maar doe het vooral met mate.

Laat de trainer trainer zijn. Laat het kind voetballer zijn. En laat jezelf gewoon ouder of grootouder zijn. Je hoeft niet de bondscoach te spelen. Je hoeft geen tactische aanwijzingen te geven. Je hoeft niet na iedere actie te laten horen hoe goed jouw kind is. En je hoeft al helemaal geen wedstrijdverslag te schrijven alsof je zojuist verslag hebt gedaan van een Europese topwedstrijd

Maar geniet vooral in stilte. Want uiteindelijk is het misschien wel het grootste compliment dat je een kind kunt geven als je na afloop zegt: „Ik heb je zien genieten.” En als het echt een goede wedstrijd was? Dan kun je altijd nog zeggen wat mijn vader tegen mij zei: „Je hebt wel aardig gespeeld.” Meer hoeft het soms niet te zijn. Echt niet.