Als 23-5 een klasseprestatie wordt genoemd, zijn we iets kwijtgeraakt
Het was zaterdag dat het in de bestuurskamer van SIOS opeens ter sprake kwam. Niet een transfer, niet een scheidsrechterlijke beslissing, niet de vraag of het eerste elftal drie punten zou pakken. Nee, het ging over iets wat steeds vaker opvalt in het jeugdvoetbal: de enorme uitslagen in vooral de onderbouw. Een onderwerp waar je als voetballiefhebber niet vrolijk van wordt.

Want laten we eerlijk zijn: wat is er nou leuk aan een wedstrijd die eindigt in 23-5? Wat leert een kind van een wedstrijd waarin het krachtsverschil zo groot is dat de ene ploeg nauwelijks weerstand ondervindt en de andere ploeg vooral bezig is met proberen de schade beperkt te houden? Juist daarom heeft de KNVB er bewust voor gekozen om bij de Onder 8 tot en met Onder 10 geen uitslagen en standen te publiceren. Niet omdat uitslagen ineens verboden zijn. Niet omdat kinderen niet zouden mogen winnen. Maar omdat bij deze leeftijdscategorieën het ontwikkelen van kinderen en het vergroten van het spelplezier centraal moet staan. De KNVB schrijft daar zelf over: “Bij de Onder 8 t/m Onder 10 pupillen worden geen uitslagen en standen gepubliceerd. Dit is in lijn met de ontwikkeling van de nieuwe wedstrijdvormen waarbij het draait om het vergroten van het spelplezier van pupillen.”
Een duidelijke boodschap, zou je denken. Maar vervolgens blijkt dat er in de praktijk nog altijd mensen rondlopen die van dat hele idee weinig tot niets hebben begrepen.
In het weekend van 5 september kwam ik een uitslag tegen van 2-30. En op 14 september zag ik er opnieuw eentje voorbijkomen. Dit keer zelfs voorzien van een wedstrijdverslag op sociale media. Middelstum O10-1 had met 23-5 gewonnen van Winsum O10-3. De razende reporter die het verslag schreef, sloot af met één woord: Klasse.
Daar moest ik toch even van slikken. Want wat is hier precies klasse aan? Dat je met 23-5 hebt gewonnen? Dat je 23 keer hebt kunnen scoren tegen een ploeg die kennelijk nauwelijks weerstand kon bieden? Dat je als team een tegenstander volledig van de mat hebt gespeeld? Of zouden we misschien eens moeten nadenken over de vraag wat er tijdens zo'n wedstrijd werkelijk gebeurt? Ik durf de stelling wel aan dat bij een dergelijke uitslag het plezier voor een groot gedeelte van de kinderen ver te zoeken is. Niet alleen bij de verliezers, maar óók bij de winnaars. Natuurlijk zullen er een of twee kinderen tussen lopen die boven het maaiveld uitsteken. Die een tegenstander voorbijlopen alsof die er niet staat en vervolgens de bal tegen het net schieten. Voor zo'n kind kan het fantastisch zijn. Doorgaan, scoren, juichen en weer beginnen. Maar wat doet de rest? Die staan erbij, kijken ernaar en wachten tot de bal weer hun kant op komt. En dan heb je nog de vraag wat ze ervan leren.
Een voetballer wordt beter door weerstand. Door een tegenstander die het hem moeilijk maakt. Door situaties waarin hij moet nadenken. Door keuzes te maken onder druk. Door te ontdekken dat een actie niet altijd lukt. Door een duel te verliezen en de volgende keer te proberen het anders te doen.
Maar wat leer je wanneer je met 23-5 wint? Je leert misschien vooral dat je heel vaak kunt scoren. En als je met 23-5 wint omdat de tegenstander nauwelijks weerstand kan bieden, leer je als verdediger bijvoorbeeld ook niet hoe je moet verdedigen. Je hoeft geen moeilijke keuzes te maken. Je hoeft niet voortdurend goed te staan. Je wordt nauwelijks gedwongen om samen te werken. Je staat immers vrijwel de hele wedstrijd op de helft van de tegenstander. Dat geldt overigens ook voor de ploeg die verliest.
De vijf doelpunten die Winsum maakte, zouden op papier misschien nog iets positiefs kunnen lijken. Kijk eens, ze hebben toch vijf keer gescoord. Maar wellicht zegt dat helemaal niets over de ontwikkeling van de ploeg. Misschien kwam het juist doordat de tegenstander onvoldoende had geleerd om goed te verdedigen. Ook daar is nauwelijks sprake van weerstand. En laat dat nou precies zijn wat kinderen nodig hebben om beter te leren voetballen. Het probleem zit daarom niet alleen in de uitslag. Het probleem zit in de reactie op die uitslag. Want wanneer een reporter een 23-5 afsluit met “Klasse”, geef je kinderen, ouders en trainers een boodschap mee. Je zegt eigenlijk: winnen met een zo groot mogelijke marge is iets om trots op te zijn. Terwijl bij de KNVB voor de onderbouw juist een andere boodschap wordt verkondigd. Plezier.,Ontwikkeling. Samen spelen. Leren. Fouten maken. Opnieuw proberen. En vooral: iedere week proberen beter worden.
Misschien zou een reporter bij een 23-5 eens moeten schrijven: “Hier hebben beide ploegen vandaag weinig aan gehad.” Dat klinkt minder feestelijk. Maar het zou zomaar dichter bij de werkelijkheid kunnen liggen. Want jeugdvoetbal is geen volwassen voetbal in het klein. Een O10-speler hoeft niet te leren hoe hij een wedstrijd met 23-5 wint. Hij moet leren voetballen. Hij moet leren bewegen, vrijlopen, samenspelen, verdedigen, aanvallen en vooral plezier krijgen in het spelletje. En ja, daar hoort winnen soms bij. Natuurlijk. Kinderen mogen juichen. Ze mogen blij zijn wanneer ze winnen. Een overwinning kan prachtig zijn. Maar wanneer het verschil structureel zo groot is dat de wedstrijd voor beide partijen geen echte wedstrijd is, moeten wij als volwassenen misschien eens verder kijken dan de eindstand. De KNVB heeft met het afschaffen van het publiceren van uitslagen en standen bij de Onder 8 tot en met Onder 10 een duidelijke richting gekozen.
Alleen moeten wij als leiders, trainers, ouders, clubbestuurders en mensen die verslag doen van jeugdwedstrijden daar vervolgens wel naar handelen. Anders blijft het bij een plan op papier. Want als wij iedere grote overwinning vervolgens pontificaal op sociale media zetten, voorzien van teksten als “wat een klasse”, zijn we eigenlijk precies datgene aan het doen wat de KNVB probeert te voorkomen: van jeugdvoetbal opnieuw een wedstrijdje maken waarin het resultaat belangrijker wordt dan de ontwikkeling. En misschien is dat wel de meest trieste conclusie die zaterdag in de bestuurskamer van SIOS werd getrokken.
Niet dat er te vaak ruim wordt gewonnen. Maar dat volwassenen daar vervolgens trots op zijn. Daarmee maken we het jeugdvoetbal in de onderbouw niet beter. We maken het kapot. En wie dat overdreven vindt, moet misschien maar eens naast een tienjarig jongetje of meisje gaan staan dat na een wedstrijd met 23-5 van het veld loopt. Niet naast degene die 23 keer heeft gescoord. Maar naast degene die vijf keer de bal uit het eigen doel heeft gehaald. En dan eens vragen: “Vond je dit leuk?”
IK WEET HET ANTWOORD WEL!!!