De kleedkamer is geen discotheek of filmstudio

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns



Geen mobiele telefoons in de kleedkamers. Ik las het gisteren op een clubsite en dacht: kijk, daar kan ik me nou volledig in vinden. Een besluit van een club waar je eigenlijk alleen maar achter kunt staan. Want een kleedkamer moet een plek zijn waar iedereen zich thuis mag voelen. Waar je jezelf kunt zijn, zonder dat je bang hoeft te zijn dat iemand met een telefoon in de hand opnames maakt, foto's neemt of op een andere manier de privacy van een ander aantast. Tot zover dus helemaal eens.

johan 1



Maar ergens halverwege het verder prima bericht bleef mijn blik toch even hangen. Er werd voor een mobiele telefoon in de kleedkamer een uitzondering gemaakt voor het afspelen van muziek. En daar begrijp ik dan weer helemaal niets van. Muziek in een kleedkamer. Ik vind het eerlijk gezegd een lachertje van de eerste orde. Een bak herrie uit een lawaaibox die ervoor moet zorgen dat een elftal beter gaat presteren op het veld. Ik heb het nooit begrepen. In mijn periode als jeugdtrainer was het in ieder geval nooit een thema. Wij hadden geen muziek nodig om ons op te laden. We hadden elkaar. En misschien zit daar wel precies het verschil.

Tegenwoordig lijkt het alsof er voor ieder moment van de dag een soundtrack nodig is. In de auto, thuis, tijdens het sporten, op het terras en dus blijkbaar ook in de kleedkamer. Een stilte lijkt bijna iets geworden waar we ons ongemakkelijk bij voelen. Ik begrijp het best hoor. Muziek kan ontspanning geven, sfeer creëren en herinneringen oproepen. Bij mij thuis is het vaak een geluid op de achtergrond. In de auto is het een mooi alternatief voor het monotone geluid van de motor maar verder is het voor mij niets.Maar een kleedkamer is wat mij betreft iets anders.

Daar zitten kinderen, jongeren of volwassenen met totaal verschillende muziekvoorkeuren. De een houdt van Nederlandstalig, de ander van hardstyle, een derde van rock en een vierde heeft misschien helemaal geen behoefte aan muziek. En toch staat daar dan iemand met een lawaaibox alsof hij persoonlijk verantwoordelijk is voor de geluidsvoorziening van het hele team. Waarom eigenlijk? En het blijft tegenwoordig niet altijd bij de kleedkamer.

Vorige week zag ik in Uithuizermeeden iets wat de gekte voor mij helemaal compleet maakte. Een jeugdploeg, leeftijd O10. Blauwe broekjes, witte shirts. Niks bijzonders aan. Gewoon een stel jonge voetballers op weg naar het veld.

Maar één speler liep te zeulen met zo'n enorme lawaaibox. En naast hem liep een trotse leider te shinen. Samen met nog een opa stond ik ernaar te kijken. We keken elkaar aan en eigenlijk hoefden we niets te zeggen. We dachten hetzelfde. Deze flauwekul was bij ons als leider niet gebeurd. Niet omdat wij tegen gezelligheid zijn. Integendeel. Een kleedkamer mag behoorlijk luidruchtig zijn. Er wordt gelachen, geouwehoerd en soms behoorlijk veel onzin uitgekraamd. Maar het kwam wel vanuit de spelers zelf. Vanuit de groep. En misschien is dat wel waar ik moeite mee heb. Het lijkt soms alsof we tegenwoordig alles voor kinderen willen organiseren. Zelfs de sfeer. Een box mee naar het veld. Muziek aan. Even lekker knallen. Alsof een team zonder harde muziek niet in de juiste stemming kan komen. Terwijl ik juist geloof dat je een team sterker maakt door ze met elkaar te laten praten. Door ze samen in een kleedkamer te zetten. Door ze samen te laten douchen. Dat laatste klinkt misschien ouderwets, maar ik vind het nog steeds belangrijk. Bij mij zou er nooit een mobiele telefoon mee de kleedkamer in zijn gegaan. Niet omdat ik kinderen iets wilde ontzeggen, maar omdat ik vond en vind dat er regels nodig zijn. In mijn periode als jeugdtrainer werd er op de club gedoucht. Altijd. Want juist daar gebeurt iets wat je op het veld niet kunt organiseren. Daar, in die veilige omgeving, wordt het teamgevoel gekweekt. Daar worden onder het toeziend oog van begeleiders geintjes uitgehaald. Daar worden wedstrijden nabesproken. Daar wordt gelachen om een misser. Daar wordt iemand die een slechte wedstrijd heeft gespeeld weer een beetje opgebeurd. En daar horen de leiders te zijn. Voor en na een training. Voor en na een wedstrijd. Niet op afstand met een telefoon in de hand. Niet alleen langs de lijn. En wat mij betreft ook niet met een lawaaibox op de schouder. Een kleedkamer is namelijk meer dan een ruimte waar je je voetbalkleding aantrekt. Daar leren kinderen rekening met elkaar te houden. Daar ontstaan vriendschappen. Daar leer je dat niet iedereen hetzelfde is. Dat de een stiller is dan de ander. Dat iemand soms een duwtje nodig heeft. Dat er gelachen mag worden, maar dat je ook moet weten wanneer een grap te ver gaat. En precies daarom ben ik zo blij met clubs die zeggen: geen mobiele telefoons in de kleedkamer. Maar laten we dan ook consequent zijn. Als we zeggen dat de kleedkamer een veilige omgeving moet zijn waarin iedereen zich thuis voelt, waarom moet er dan een uitzondering worden gemaakt voor muziek? Waarom zou één persoon mogen bepalen wat de rest van de groep moet horen? Wat is dat voor onzin. Maak ruimte voor een gesprek, een grap en voor elkaar. Ik weet dat ik hiermee waarschijnlijk als een ouderwetse voetbalromanticus word weggezet. Prima. Daar kan ik prima mee leven. Ik heb geen moeite met verandering en begrijp heel goed dat tijden veranderen. Maar niet iedere verandering is automatisch een verbetering. Soms is het verstandig om iets van vroeger gewoon te behouden. Zoals de kleedkamer. Een plek zonder telefoons, camera's en lawaaiboxen die een sportcomplex laat weten dat er een team onderweg is. Een plek waar kinderen gewoon kinderen kunnen zijn. En niet onbelangrijk...waar de leiders op een juiste manier de begeleiders van een team zijn