B-categorie: blijf mij vooral een zeikerd noemen
Waar voor de A-categorie in district Noord de competitie in het weekend van 12 en 13 september begint, is dat voor de teams die uitkomen in de senioren-B-categorie een week later. Een nieuw seizoen staat dus voor de deur. Nieuwe indelingen, nieuwe wedstrijden, nieuwe kansen en hopelijk vooral veel voetbalplezier. Maar er is ook iets anders dat met de start van een nieuw seizoen weer begint: mijn kritische blik op de B-categorie.

Een categorie waar ik met Puurvoetbal vorig seizoen de nodige aandacht aan heb besteed. Niet omdat ik het leuk vind om voortdurend met mijn vingertje te wijzen. Niet omdat ik op zoek ben naar problemen. En al helemaal niet omdat ik het nodig vind om mezelf belangrijk te maken. Nee, simpelweg omdat er vorig seizoen voldoende gebeurde waarvan je je serieus mocht afvragen: hoe kan dit eigenlijk?
Zo werd duidelijk dat er bij de senioren in de B-categorie in de provincie Groningen geen competitie volledig werd uitgespeeld. Dat alleen al zou genoeg moeten zijn om als betrokken voetbalbestuurders eens stevig achter de oren te krabben. Maar daar bleef het niet bij.
In alle competities werden duels schriftelijk afgewerkt. Natuurlijk kan er altijd een reden zijn waarom een wedstrijd niet gespeeld kan worden. Een tekort aan spelers, omstandigheden op het veld, problemen met de accommodatie of andere bijzondere situaties. Dat begrijp ik allemaal. Maar wanneer het schriftelijk afwerken van wedstrijden onderdeel wordt van de normale gang van zaken, moet je jezelf toch afvragen wat je nog precies aan het organiseren bent. Een competitie is bedoeld om wedstrijden te spelen. Niet om zoveel mogelijk uitslagen administratief in Sportlink te krijgen. En dan hebben we het nog over iets veel ernstigers.
Geschorste spelers die onder een andere naam gewoon door konden blijven voetballen. Daar kan ik werkelijk met mijn verstand niet bij. Een speler wordt geschorst. Daar zit een reden achter. Vervolgens zou die speler onder een andere naam gewoon weer binnen de lijnen kunnen verschijnen. Dan kun je mij vertellen dat er regels, procedures en controles zijn, maar dan schieten die regels hun doel volledig voorbij. Want wat heb je aan een schorsing als die in de praktijk eenvoudig te omzeilen is? En dan was er ook nog het verhaal van spelers die in de A-categorie meer duels hadden gespeeld dan toegestaan en aan het einde van het seizoen ineens een B-categorieteam kwamen versterken. Ook daar kun je natuurlijk allerlei redenen voor bedenken. Maar regels zijn regels. Als vooraf duidelijk is hoeveel wedstrijden een speler in een bepaalde categorie mag spelen om vervolgens nog speelgerechtigd te zijn in een andere categorie, dan moet dat voor iedereen gelden. Niet alleen voor de clubs die zich keurig aan de regels houden. Dit alles kwam vorig seizoen gewoon voor. En eerlijk gezegd heb ik geen enkele reden om ervan uit te gaan dat het in het seizoen 2026-2027 allemaal vanzelf verdwenen is. Misschien word ik straks positief verrast. Dat hoop ik zelfs.
Maar ik blijf liever kritisch en constateer aan het einde van het seizoen dat het allemaal veel beter is gegaan, dan dat ik mijn mond houd en in mei opnieuw dezelfde verhalen hoor. Daarom vond ik de vraag die ik vorige week kreeg eigenlijk best verrassend. “Blijf je kritisch kijken naar wat er in de B-categorie gebeurt?”
Het antwoord daarop is heel eenvoudig. Ja. Dat blijf ik doen. Of het nu iets opvallends bij de senioren betreft of iets wat binnen het jeugdvoetbal gebeurt: als ik zaken tegenkom waarvan ik vind dat ze niet kloppen, zal ik ze blijven aankaarten. Dat is misschien niet altijd populair. Dat weet ik. Via via hoor ik regelmatig dat er mensen zijn die mij een zeikerd vinden. Iemand die zich er niet mee moet bemoeien. Iemand die vooral naar zijn eigen zaken moet kijken. Nou, prima. Dat mag. Iedereen mag zijn mening hebben. Maar ik blijf het zeggen: je bemoeien met iets waar je hart ligt, moet je altijd blijven doen. Doe je dat niet, dan doe je vooral jezelf tekort.
Ik heb niet de illusie dat ik persoonlijk de voetbalwereld binnen de B-categorie kan verbeteren. Ik ga niet doen alsof één column ervoor zorgt dat alle problemen verdwijnen. Maar opvallende zaken durven benoemen is een ander verhaal. Zeker wanneer het gaat om zaken die rechtstreeks invloed hebben op de eerlijkheid van een competitie. Want laten we eerlijk zijn: een geschorste speler die een week later vrolijk meespeelt in een lager team kan natuurlijk niet. Dat is geen kwestie van een mening. Dat is een kwestie van eerlijkheid. En het wordt helemaal vreemd wanneer vervolgens niemand durft in te grijpen. Nu mag iedereen zeggen: waar bemoei je je mee? Maar het bijzondere is dat ik vervolgens iets te vaak iets anders hoor. “Je hebt gelijk.”
Maar wat heb ik eraan dat ik gelijk krijg wanneer er vervolgens niets gebeurt? Er zijn genoeg mensen binnen het voetbal die achteraf kunnen vertellen dat iets niet goed is gegaan. Die tijdens een gesprek zeggen dat ze het ook allemaal wel vreemd vinden. Die onder vier ogen vertellen dat bepaalde zaken eigenlijk niet door de beugel kunnen. Maar wanneer het erop aankomt, blijft het vaak angstvallig stil. Want ja, het is natuurlijk wel een club uit de buurt. Of een team waar je bevriend mee bent. Of een bekende speler. Of iemand die je al twintig jaar kent. En dus houden we elkaar de hand boven het hoofd. Totdat het weer misgaat. En dan zeggen we achteraf opnieuw: “Dit hadden we eigenlijk niet moeten laten gebeuren.” Daar moet je als vereniging vanaf. Een clubbestuur heeft verantwoordelijkheid. Niet alleen voor het eerste elftal, niet alleen voor de financiële cijfers en niet alleen voor de activiteiten in de kantine. Een bestuur is er ook om grenzen te bewaken niet meer en niet minder..