Jeugdvoetbal in Fase 1: we moeten eerst de huidige generatie ouders opvoeden.
Ik zag het vanmorgen echt staan. Op Facebook. De O10-2 van GVAV Rapiditas had met maar liefst 2-30 gewonnen van een team van leeftijdsgenoten van een team van de samenwerkende verenigingen van Coendersborg. 2-30. Laat dat getal eens rustig op je inwerken. Twee tegen dertig.

En kennelijk vond iemand dat een prestatie die het vermelden waard was op sociale media. Een uitslag om trots op te zijn. Ik vraag me dan werkelijk af: waar zijn we in hemelsnaam mee bezig? Mijn eerste gedachte was niet eens dat de begeleiders van de winnende ploeg gefaald hadden. Mijn eerste gedachte was dat de begeleiders van beide teams per direct van hun taak zouden moeten worden ontheven. Hard? Jazeker.
Maar wie kinderen begeleidt, heeft een verantwoordelijkheid die verder gaat dan het neerzetten van een opstelling, het tellen van doelpunten en na afloop de uitslag doorgeven aan de ouders. Een begeleider hoort kinderen te begeleiden.
En bij een uitslag van 2-30 is er na verloop van tijd geen sprake meer van een wedstrijd. Dan is het geen sportieve uitdaging meer. Dan is het een demonstratie van ongelijkheid. Dan is het voor de ene ploeg een schiettent en voor de andere ploeg een langdurige vernedering. En dan kun je en mag je als begeleider niet gewoon blijven staan kijken.
Zaterdag stond ik bij een duel in Uithuizermeeden. Binnen vijf minuten wist ik al wie de wedstrijd ging winnen. Niet omdat ik helderziend ben, maar omdat het verschil tussen beide teams simpelweg overduidelijk was. Binnen vijf minuten.
Daar op Coendersborg heb je als begeleider dus ook ongeveer vijf minuten de tijd om na te denken. Wat kunnen we doen? Kunnen we spelers anders verdelen? Kunnen we afspraken maken? Kunnen we een speler die alles alleen kan beslissen eens een andere opdracht geven? Kunnen we de tegenstander meer ruimte geven? Kunnen we een extra regel invoeren? Kunnen we het spel aanpassen? Of, misschien nog veel belangrijker: kunnen we ervoor zorgen dat alle kinderen plezier houden in het voetballen? Dat is toch waar jeugdvoetbal over hoort te gaan? Niet over de vraag of je met 12-0, 17-1 of 2-30 hebt gewonnen.
Toch lijkt dat besef bij een deel van de volwassenen volledig verdwenen en dat is een hele trieste constatering En dan hebben we ook nog de sociale media. Want vroeger verloor een jeugdteam met 17-1 en wist hooguit een ouder, opa, oma en misschien de trainer het. Tegenwoordig moet zo’n uitslag blijkbaar de wereld in. “Wat hebben ze geweldig gespeeld!” Ja. Natuurlijk. Geweldig. 17-1. Tegen kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd. Wie wordt daar eigenlijk beter van? De kinderen die zeventien keer scoren? De kinderen die zeventien keer de bal uit het net mogen halen? De ouders die kunnen vertellen dat hun zoon of dochter ‘topscoorder’ was? Of de vereniging die weer een klinkende overwinning op Facebook kan zetten? Ik denk dat we elkaar iets wijs maken. We noemen het ontwikkeling. We noemen het competitie. We noemen het plezier. Maar ondertussen zijn we soms vooral bezig met volwassenen die zichzelf belangrijker maken dan het kind.
Jeugdvoetbal in Fase 1 zou juist de plek moeten zijn waar kinderen ontdekken wat voetbal is. Waar ze leren dribbelen, passen, samenwerken, vallen, opstaan, lachen en soms verliezen. Verliezen hoort erbij. Sterker nog: verliezen is misschien wel een van de belangrijkste lessen die sport een kind kan meegeven. Maar dan moet verliezen wel onderdeel zijn van een wedstrijd. Als je na een kwartier al weet dat je heel veel doelpunten om de oren gaat krijgen leer je geen wedstrijdmentaliteit. Je leert vooral dat voetbal verschrikkelijk kan zijn. En aan de andere kant geldt precies hetzelfde. Als je als acht- of negenjarige leert dat een wedstrijd geslaagd is omdat je met 30-2 hebt gewonnen, welke boodschap geven we dan mee? Dat de tegenstander er niet toe doet? Dat doelpunten belangrijker zijn dan plezier? Dat winnen belangrijker is dan ontwikkelen? Dat je vooral moet zorgen dat jouw kind op Facebook kan schitteren? Welkom in de wereld van de hyper-ouders. De ouders die langs de lijn staan alsof de Champions League-finale op het spel staat. Die iedere actie kapot analyseren. Die roepen dat er moet worden doorgeschoven, afgejaagd of geschoten. Die na afloop precies weten welke kinderen goed waren en welke niet. En natuurlijk gaat het na afloop de sociale media op. Want stel je voor dat niemand weet dat jouw kind vandaag dertien keer heeft gescoord. Daar moeten we het toch vooral ook even over hebben. Want Facebook is geen prijzenkast voor kinderuitslagen Een jeugdwedstrijd hoeft niet online bewezen te worden. Sterker nog: sommige uitslagen kun je beter gewoon begraven. Niet omdat ze niet gebeurd zijn, maar omdat ze niets toevoegen. Een kind dat met 17-1 wint, hoeft daar geen digitale schouderklop van honderden mensen. En een kind dat met 2-30 verliest, hoeft al helemaal niet onderdeel te worden van de digitale opschepperij van anderen. Laat kinderen verdomme gewoon voetballen. Laat ze fouten maken. Laat ze winnen. Laat ze verliezen. En vooral: laat volwassenen eindelijk eens begrijpen dat zij niet het belangrijkste onderdeel binnen het jeugdvoetbal zijn. De begeleider is er niet om een scorebord bij elkaar te schieten. De ouder is er niet om een carrière te managen. De vereniging is er niet om zoveel mogelijk overwinningen op Facebook te verzamelen. Het kind staat centraal. Dat klinkt zo eenvoudig. Maar blijkbaar is het voor sommigen een ingewikkeld concept. Dus aan alle trainers, leiders, begeleiders en ouders zou ik willen vragen: kijk volgende keer eens niet naar het scorebord. Kijk naar de gezichten van de kinderen. Kijk naar degene die na de tiende tegengoal steeds stiller wordt.
Kijk naar degene die na twintig minuten nauwelijks nog naar de bal durft te gaan. En kijk ook naar degene die bij 20-0 nog steeds staat te juichen omdat hij toevallig een bal heeft onderschept. Daar zit het jeugdvoetbal. Niet in 2-30. Niet in 17-1. En al helemaal niet in het Facebookberichtje van ouders waarin we elkaar vertellen hoe geweldig we het allemaal gedaan hebben. Als volwassenen dat niet meer kunnen zien, moeten we misschien niet de kinderen opnieuw uitleggen wat sportiviteit betekent. Dan moeten we eerst de huidige generatie ouders opvoeden.

En kennelijk vond iemand dat een prestatie die het vermelden waard was op sociale media. Een uitslag om trots op te zijn. Ik vraag me dan werkelijk af: waar zijn we in hemelsnaam mee bezig? Mijn eerste gedachte was niet eens dat de begeleiders van de winnende ploeg gefaald hadden. Mijn eerste gedachte was dat de begeleiders van beide teams per direct van hun taak zouden moeten worden ontheven. Hard? Jazeker.
Maar wie kinderen begeleidt, heeft een verantwoordelijkheid die verder gaat dan het neerzetten van een opstelling, het tellen van doelpunten en na afloop de uitslag doorgeven aan de ouders. Een begeleider hoort kinderen te begeleiden.
En bij een uitslag van 2-30 is er na verloop van tijd geen sprake meer van een wedstrijd. Dan is het geen sportieve uitdaging meer. Dan is het een demonstratie van ongelijkheid. Dan is het voor de ene ploeg een schiettent en voor de andere ploeg een langdurige vernedering. En dan kun je en mag je als begeleider niet gewoon blijven staan kijken.
Zaterdag stond ik bij een duel in Uithuizermeeden. Binnen vijf minuten wist ik al wie de wedstrijd ging winnen. Niet omdat ik helderziend ben, maar omdat het verschil tussen beide teams simpelweg overduidelijk was. Binnen vijf minuten.
Daar op Coendersborg heb je als begeleider dus ook ongeveer vijf minuten de tijd om na te denken. Wat kunnen we doen? Kunnen we spelers anders verdelen? Kunnen we afspraken maken? Kunnen we een speler die alles alleen kan beslissen eens een andere opdracht geven? Kunnen we de tegenstander meer ruimte geven? Kunnen we een extra regel invoeren? Kunnen we het spel aanpassen? Of, misschien nog veel belangrijker: kunnen we ervoor zorgen dat alle kinderen plezier houden in het voetballen? Dat is toch waar jeugdvoetbal over hoort te gaan? Niet over de vraag of je met 12-0, 17-1 of 2-30 hebt gewonnen.
Toch lijkt dat besef bij een deel van de volwassenen volledig verdwenen en dat is een hele trieste constatering En dan hebben we ook nog de sociale media. Want vroeger verloor een jeugdteam met 17-1 en wist hooguit een ouder, opa, oma en misschien de trainer het. Tegenwoordig moet zo’n uitslag blijkbaar de wereld in. “Wat hebben ze geweldig gespeeld!” Ja. Natuurlijk. Geweldig. 17-1. Tegen kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd. Wie wordt daar eigenlijk beter van? De kinderen die zeventien keer scoren? De kinderen die zeventien keer de bal uit het net mogen halen? De ouders die kunnen vertellen dat hun zoon of dochter ‘topscoorder’ was? Of de vereniging die weer een klinkende overwinning op Facebook kan zetten? Ik denk dat we elkaar iets wijs maken. We noemen het ontwikkeling. We noemen het competitie. We noemen het plezier. Maar ondertussen zijn we soms vooral bezig met volwassenen die zichzelf belangrijker maken dan het kind.
Jeugdvoetbal in Fase 1 zou juist de plek moeten zijn waar kinderen ontdekken wat voetbal is. Waar ze leren dribbelen, passen, samenwerken, vallen, opstaan, lachen en soms verliezen. Verliezen hoort erbij. Sterker nog: verliezen is misschien wel een van de belangrijkste lessen die sport een kind kan meegeven. Maar dan moet verliezen wel onderdeel zijn van een wedstrijd. Als je na een kwartier al weet dat je heel veel doelpunten om de oren gaat krijgen leer je geen wedstrijdmentaliteit. Je leert vooral dat voetbal verschrikkelijk kan zijn. En aan de andere kant geldt precies hetzelfde. Als je als acht- of negenjarige leert dat een wedstrijd geslaagd is omdat je met 30-2 hebt gewonnen, welke boodschap geven we dan mee? Dat de tegenstander er niet toe doet? Dat doelpunten belangrijker zijn dan plezier? Dat winnen belangrijker is dan ontwikkelen? Dat je vooral moet zorgen dat jouw kind op Facebook kan schitteren? Welkom in de wereld van de hyper-ouders. De ouders die langs de lijn staan alsof de Champions League-finale op het spel staat. Die iedere actie kapot analyseren. Die roepen dat er moet worden doorgeschoven, afgejaagd of geschoten. Die na afloop precies weten welke kinderen goed waren en welke niet. En natuurlijk gaat het na afloop de sociale media op. Want stel je voor dat niemand weet dat jouw kind vandaag dertien keer heeft gescoord. Daar moeten we het toch vooral ook even over hebben. Want Facebook is geen prijzenkast voor kinderuitslagen Een jeugdwedstrijd hoeft niet online bewezen te worden. Sterker nog: sommige uitslagen kun je beter gewoon begraven. Niet omdat ze niet gebeurd zijn, maar omdat ze niets toevoegen. Een kind dat met 17-1 wint, hoeft daar geen digitale schouderklop van honderden mensen. En een kind dat met 2-30 verliest, hoeft al helemaal niet onderdeel te worden van de digitale opschepperij van anderen. Laat kinderen verdomme gewoon voetballen. Laat ze fouten maken. Laat ze winnen. Laat ze verliezen. En vooral: laat volwassenen eindelijk eens begrijpen dat zij niet het belangrijkste onderdeel binnen het jeugdvoetbal zijn. De begeleider is er niet om een scorebord bij elkaar te schieten. De ouder is er niet om een carrière te managen. De vereniging is er niet om zoveel mogelijk overwinningen op Facebook te verzamelen. Het kind staat centraal. Dat klinkt zo eenvoudig. Maar blijkbaar is het voor sommigen een ingewikkeld concept. Dus aan alle trainers, leiders, begeleiders en ouders zou ik willen vragen: kijk volgende keer eens niet naar het scorebord. Kijk naar de gezichten van de kinderen. Kijk naar degene die na de tiende tegengoal steeds stiller wordt.
Kijk naar degene die na twintig minuten nauwelijks nog naar de bal durft te gaan. En kijk ook naar degene die bij 20-0 nog steeds staat te juichen omdat hij toevallig een bal heeft onderschept. Daar zit het jeugdvoetbal. Niet in 2-30. Niet in 17-1. En al helemaal niet in het Facebookberichtje van ouders waarin we elkaar vertellen hoe geweldig we het allemaal gedaan hebben. Als volwassenen dat niet meer kunnen zien, moeten we misschien niet de kinderen opnieuw uitleggen wat sportiviteit betekent. Dan moeten we eerst de huidige generatie ouders opvoeden.