Aan de arbitrage in de Eredivisie is geen touw aan vast te knopen
De stelling ‘aan de arbitrage in de Eredivisie is geen touw aan vast te knopen’ vind ik eerlijk gezegd lastig te beantwoorden. Niet omdat ik het antwoord niet weet, maar omdat ik nooit een volledige wedstrijd uit de Eredivisie bekijk. Een wedstrijd van begin tot eind op TV bekijken ? Dat is bij mij inmiddels zeker tien jaar geleden, als het niet langer is.

Toch krijg ik iedere week genoeg mee. Via de socials en via ESPN Vandaag zie je tegenwoordig binnen enkele minuten alle situaties waar het over gaat. De doelpunten, de overtredingen, de rode kaarten, de discutabele strafschoppen en uiteraard de momenten waarop de VAR weer een hoofdrol opeist. Je hoeft dus geen negentig minuten op de bank te zitten om een mening over de arbitrage te kunnen vormen. En die mening is wat mij betreft bepaald niet positief. Sterker nog:ik vind de arbitrage in Nederland niet best. En dan druk ik mij nog bijzonder zacht uit.
Wat er dit weekend gebeurde, is daar opnieuw een uitstekend voorbeeld van. Neem de situatie rond Ruben van Bommel. De PSV'er maakte een overtreding waarvan een behoorlijk deel van voetballend Nederland dacht: dit is rood. De scheidsrechter dacht daar anders over. Kan gebeuren. Een scheidsrechter moet in een fractie van een seconde een beslissing nemen en kan iets verkeerd inschatten. Daar hebben we tegenwoordig de VAR voor. Tenminste, dat was ooit het idee. Maar ook de VAR zag kennelijk geen aanleiding om in te grijpen. Van Bommel kwam ermee weg en PSV kon verder met elf man.
Een dag later gebeurde er bij Telstar iets wat de discussie alleen maar groter maakt. Daar trok de arbiter wél resoluut de rode kaart. Geen twijfel, geen eindeloos overleg, gewoon rood. Klaar. Alleen bleek die rode kaart achteraf niet terecht en werd de kaart geseponeerd. Twee situaties. Twee verschillende beslissingen. Twee verschillende uitkomsten. En dat allemaal binnen één weekend.
Je kunt dan natuurlijk weer een leger aan analisten uitnodigen om uit te leggen waarom de ene situatie zus moet worden beoordeeld en de andere zo. Vervolgens krijgen we beelden uit vijf verschillende hoeken, lijntjes op het scherm, stilstaande beelden en deskundigen die met bloedserieuze gezichten vertellen dat de scheidsrechter volgens protocol heeft gehandeld. Maar als je voor de gemiddelde voetbalsupporter drie minuten later nog steeds moet uitleggen waarom iets géén rood was, terwijl een andere overtreding een dag later wél rood opleverde, dan is er iets fundamenteel mis. Voetbal is ingewikkeld genoeg zonder dat de arbitrage er iedere week een eigen puzzel van maakt. Het probleem is namelijk niet dat scheidsrechters fouten maken. Dat zullen ze altijd blijven doen. Scheidsrechters zijn mensen. Ze missen dingen. Ze staan verkeerd. Ze zien een overtreding anders dan een ander. Prima. Het probleem is dat we inmiddels beschikken over zoveel hulpmiddelen dat je mag verwachten dat de grootste fouten eruit worden gehaald. Dat gebeurt niet. Sterker nog, soms lijkt de VAR de verwarring alleen maar groter te maken. De ene keer wordt een scheidsrechter naar het scherm geroepen voor een overtreding die nauwelijks iemand had gezien. De andere keer gebeurt er niets bij een situatie waarvan half Nederland roept dat er iets aan de hand is. Vervolgens verschijnt er ergens een verklaring waarom de VAR niet mocht ingrijpen. Protocol.
Dat woord begint inmiddels bijna synoniem te worden voor: we kunnen het ook niet uitleggen. En ondertussen worden trainers, spelers en supporters ieder weekend tot wanhoop gedreven. Neem Telstar. Een rode kaart kan in het voetbal enorme gevolgen hebben. Het verandert een wedstrijd. Het verandert de tactiek. Het verandert de kansen op een overwinning. En uiteindelijk kan één verkeerde beslissing zelfs gevolgen hebben voor de eindklassering. Dat is geen detail. Dat is voetbal.
Telstar speelde met tien man verder, terwijl achteraf bleek dat de rode kaart geseponeerd werd. Je kunt vervolgens zeggen dat je nooit met zekerheid kunt bewijzen dat Telstar met elf tegen elf wel had gewonnen. Natuurlijk niet. Maar iedereen die ooit een wedstrijd heeft gespeeld of gevolgd, weet wat het betekent om een groot deel van een wedstrijd met een man minder te spelen. En juist daarom zijn dergelijke fouten zo frustrerend. Telstar speelde tegen een Cambuur dat, als ik de beelden en reacties mag geloven, bepaald geen wonderploeg was. Met elf tegen elf had de thuisploeg misschien helemaal niet verloren. Nu werd het 2-2 en verspeelde Telstar twee punten. Twee punten die aan het einde van het seizoen zomaar enorm belangrijk kunnen blijken. Wie betaalt daarvoor de rekening? De scheidsrechter? De VAR? De KNVB? Of zeggen we gewoon dat het voetbal is en dat fouten erbij horen?
Dat laatste argument hoor je nogal eens. En ja, fouten horen erbij. Maar dan moeten we ook eerlijk zijn: als een scheidsrechter een fout maakt, mag daar best kritiek op komen. Zeker wanneer die fout met alle beschikbare technologie niet wordt hersteld. Want supporters moeten zich ondertussen maar neerleggen bij beslissingen die ze niet begrijpen. Spelers moeten hun mond houden. Trainers moeten oppassen dat ze na afloop niet worden geschorst omdat ze iets te kritisch zijn. En analisten mogen vervolgens twintig minuten uitleggen waarom een beslissing die niemand begrijpt tóch logisch is. Sorry, maar dat gaat er bij mij niet meer in. De arbitrage in de Eredivisie heeft een probleem, duidelijkheid. En dat probleem los je niet op met nóg meer camera's, nóg meer protocollen of nóg meer uitleg achteraf. Je lost het op door kwaliteit te leveren. Door consequent te fluiten. Door duidelijk te zijn. Door dezelfde overtreding in dezelfde omstandigheden hetzelfde te beoordelen. Want dát is waar het uiteindelijk om draait. Niet dat iedere scheidsrechter iedere beslissing goed heeft. Wel dat spelers, trainers en supporters ongeveer weten waar ze aan toe zijn. Op dit moment lijkt dat niet het geval. Iedere week opnieuw is het wachten op de volgende arbitrale soap. Een rode kaart hier, een penalty daar, een VAR-momentje ergens anders. Vervolgens ontstaat er discussie, komen de analisten met hun uitleg en begint de volgende speelronde. En wij? Wij mogen weer proberen er een touw aan vast te knopen. Maar eerlijk gezegd: dat lukt allang niet meer. Dus als mij wordt gevraagd wat ik vind van de stelling ‘aan de arbitrage in de Eredivisie is geen touw aan vast te knopen’, dan heb ik mijn antwoord inmiddels wel klaar. Dat is nog zacht uitgedrukt: De arbitrage in de Eredivisie is gewoon slecht. En zolang de mensen die verantwoordelijk zijn dat niet hardop durven toegeven, zal er helemaal niets veranderen.