Tien minuten strafbank in de vierde en vijfde klasse: KNVB, zijn jullie de weg kwijt?
Er zijn van die momenten waarop je een bericht van de KNVB leest en denkt: dit moet satire zijn. Een grap. Een verborgen camera. Een bestuurskamer vol mensen die na het derde kopje koffie besloten hebben eens lekker te kijken hoe ver ze het amateurvoetbal nog kunnen pesten. Maar nee. Het is bloedserieus.

In het seizoen 2026/'27 wordt tijdens het hele bekertoernooi bij de mannen een tijdstraf van tien minuten ingevoerd bij een gele kaart wegens onsportief gedrag. De maatregel werd de afgelopen twee seizoenen al getest vanaf de achtste finales van het amateurbekertoernooi. Blijkbaar heeft iemand daar dusdanig enthousiast naar gekeken dat de conclusie is getrokken: dit moeten we vooral groter maken. Welkom in het Nederlandse amateurvoetbal. Het idee zal op papier ongetwijfeld prachtig klinken. Sportief gedrag stimuleren. Spelers die protesteren, de bal wegtrappen, een hervatting vertragen, een schwalbe maken of bewust hands plegen, kunnen tien minuten naar de tijdstrafbank. Prachtig.
Alleen heeft iemand bij de KNVB blijkbaar vergeten dat er tussen het papier op het bondsbureau en de vierde of vijfde klasse op een winderige zaterdagmiddag in Noord-Groningen een nogal groot verschil zit. Wie het amateurvoetbal een beetje kent, weet namelijk dat een gemiddelde wedstrijd in de vierde of vijfde klasse al een organisatorisch wonder is. De scheidsrechter komt soms rechtstreeks uit zijn auto het veld op, de grensrechter van de thuisclub heeft zijn vlag gisteren voor het eerst vastgehouden en langs de lijn staan twaalf mensen die allemaal een andere mening hebben over buitenspel. En daar gaan we nu voor de scheidsrechter een extra administratieve verantwoordelijkheid aan toevoegen. Tien minuten tijdstraf. Ik zie het al voor me. Een speler krijgt geel omdat hij na een beslissing van de scheidsrechter de bal twintig meter wegtrapt. De arbiter trekt geel. Vervolgens moet die speler naar de tijdstrafbank. Welke tijdstrafbank? Dat is vraag één.Want in de vierde en vijfde klasse is de kans groter dat er een fatsoenlijke koffiemachine in de bestuurskamer staat dan dat er ergens een professioneel ingerichte tijdstrafbank klaarstaat. Maar goed, die bank zal er komen. Waarschijnlijk wordt er ergens een plastic tuinstoel uit de kantine gehaald. Probleem opgelost. Dan begint het echte feest pas echt. De speler moet tien minuten aan de kant. Zijn team speelt met tien man. De scheidsrechter moet onthouden wanneer die tien minuten voorbij zijn. En dat terwijl hij ondertussen ook gewoon moet fluiten, lopen, buitenspel moet beoordelen, overtredingen moet zien, voordeel moet toepassen en liefst ook nog een beetje in de gaten moet houden of de spelers elkaar niet naar de keel vliegen. En stel nou eens dat er binnen die tien minuten nóg een speler geel krijgt voor onsportief gedrag. En daarna nog één. Dan heb je dus drie spelers die ergens aan de kant zitten en allemaal op een ander tijdstip weer het veld in mogen. Succes ermee. Moet de scheidsrechter dan drie stopwatches meenemen? Een stopwatch om zijn nek, één aan zijn pols en één ergens onder zijn oksel? Of wordt er straks een vierde official langs de lijn gezet om de tijdstraffen bij te houden? Dat laatste lijkt me sterk. We hebben in het amateurvoetbal al moeite genoeg om voor iedere wedstrijd een scheidsrechter te vinden. En daar zit meteen het volgende probleem: de toepassing wordt afhankelijk van de scheidsrechter. De ene arbiter geeft geel als een speler na een beslissing zegt: “Scheids, hoe kan dat nou?” De andere vindt dat onderdeel van het spel. De ene scheidsrechter wil de wedstrijd strak leiden en bij iedere vorm van protest ingrijpen. De ander hanteert de filosofie van Bas Nijhuis en denkt: jongens, voetbal is geen operette, lekker doorspelen. Dat verschil kennen we nu al. Maar straks heeft het directe gevolgen voor de wedstrijd. Want een gele kaart is niet meer alleen een gele kaart. Het is tien minuten met een man minder. Een beslissing van de scheidsrechter kan daardoor ineens een veel grotere invloed hebben op de wedstrijd. Stel je voor: 78ste minuut, stand 1-1. Een aanvaller krijgt geel voor een schwalbe. Tien minuten eruit. Zijn ploeg moet met tien man verder. Vijf minuten later krijgt een verdediger geel omdat hij protesteert. Nog een speler eruit. Gefeliciteerd. Je hebt van een amateurwedstrijd een tactische puzzel gemaakt waar zelfs Pep Guardiola hoofdpijn van krijgt. En dan heb ik het nog niet eens over de zijlijn. Want iedereen die ooit langs een veld in de vierde of vijfde klasse heeft gestaan, weet dat daar de echte wedstrijd wordt gespeeld. “Scheids, die tien minuten zijn allang voorbij!” “Hij zit er nog maar acht!” “Je hebt verkeerd gekeken!”“Hij zat er al voordat die vrije trap werd genomen!”“Laat hem erin!” “HOE LANG MOET HIJ NOG?!” De scheidsrechter kan ondertussen rustig proberen uit te leggen dat hij ook nog drie andere dingen aan zijn hoofd heeft. En als de speler vervolgens één seconde te vroeg het veld in komt? Gele kaart. Nieuwe tijdstraf. Je verzint het niet. Het mooiste is misschien nog dat de KNVB dit presenteert als een manier om sportief gedrag te stimuleren. Maar welk probleem lossen we eigenlijk op? Zijn er serieus zoveel wedstrijden in de vierde en vijfde klasse waarin spelers massaal onsportief gedrag vertonen dat we ook daar een compleet nieuw sanctiesysteem nodig hebben? Of zijn we een oplossing aan het zoeken voor een probleem dat in de praktijk helemaal niet zo groot is? Want laten we eerlijk zijn, 80% van de overtredingen in de vierde en vijfde klasse komen niet door een ‘bewustje’ tot stand maar meer door onkunde of noem het lompheid
Daarom, het amateurvoetbal heeft volgens mij behoefte aan iets heel anders.Aan scheidsrechters.,Aan respect.,Aan duidelijke communicatie. Aan verenigingen die hun spelers en publiek aanspreken. Aan een beetje gezond verstand. Maar niet aan nóg een protocol. Niet aan nóg een regel. En zeker niet aan nóg een taak voor de scheidsrechter die op zaterdagmiddag zijn tas pakt, naar een willekeurig sportpark rijdt en voor een paar tientjes een wedstrijd probeert te begeleiden. De KNVB noemt het een pilot. Ik noem het een gedrocht wat gedoemd is te mislukken.