De 75%-regel: de voetbalvakantie als basis voor een sterk seizoen
Het is momenteel nog rustig op de velden van het amateurvoetbal. De meeste ‘transfers’ zijn inmiddels beklonken, nieuwe selecties zijn gevormd en spelers en trainers genieten van een welverdiende voetbalvakantie. Voor veel voetballers begon die periode al in het weekend van 23/24 mei, direct na het afsluiten van de competitie.

Een periode waarin de voetbalschoenen tijdelijk in de kast verdwijnen, de wekelijkse trainingen plaatsmaken voor terrasbezoek, vakanties en andere activiteiten en waarin de batterij weer opgeladen moet worden voor een nieuw seizoen. Begrijpelijk, want een voetbalseizoen vraagt veel van spelers. Zowel lichamelijk als mentaal is rust noodzakelijk.
Maar een voetbalvakantie van nu al twee maanden brengt ook een risico met zich mee. Juist in die periode wordt vaak de basis gelegd voor de start van het nieuwe seizoen. En dat bracht mij terug naar de zogenaamde 75%-regel. Deze regel werd mij enkele jaren geleden uitgelegd door een trainer die bij een nieuwe club aan de slag ging. Tijdens de eerste weken van de voorbereiding werd hij geconfronteerd met een opvallend probleem: een groot aantal spierblessures binnen zijn selectie. Hamstringklachten, kuitproblemen en liesblessures volgden elkaar in rap tempo op.
Opvallend was dat de spelersgroep vooraf als fit werd beschouwd. De meeste spelers hadden immers aangegeven klaar te zijn voor de voorbereiding. Toch bleek uit gesprekken met de selectie dat een groot deel van de spelers het begrip ‘voetbalvakantie’ wel heel letterlijk had genomen. Vanaf de laatste competitiewedstrijd waren de sportieve activiteiten vrijwel volledig gestopt.
Geen looptrainingen, geen fietstochten, geen krachttraining en nauwelijks andere vormen van beweging. De gedachte was simpel: na een zwaar seizoen was het tijd voor volledige ontspanning. Alleen bleek het lichaam daar anders over te denken. Een voetballer kan niet verwachten dat hij na acht tot tien weken nauwelijks bewegen binnen enkele trainingen weer op wedstrijdniveau zit. Het lichaam heeft onderhoud nodig. Conditie, kracht en belastbaarheid verdwijnen sneller dan veel spelers denken. Zeker wanneer een intensieve voorbereiding begint met veel loopwerk, partijvormen en trainingsvormen met hoge intensiteit.
De trainer besloot daarom om aan het einde van dat seizoen een andere aanpak te kiezen. Hij vroeg zijn spelers om tijdens de volgende voetbalvakantie niet volledig stil te vallen, maar ongeveer 75 procent van hun normale sportieve activiteiten vast te houden. Niemand hoefde dagelijks met een bal bezig te zijn of een compleet trainingsprogramma af te werken. De bedoeling was vooral om actief te blijven. Hardlopen, fietsen, padellen, tennissen of een andere sport beoefenen. Het lichaam moest een beetje in beweging blijven. Die boodschap werd door een groot gedeelte van de selectie opgepakt. Het resultaat was duidelijk zichtbaar tijdens de daaropvolgende voorbereiding. Er waren minder spierblessures, spelers konden hogere trainingsbelastingen beter aan en de groep oogde fitter vanaf de eerste trainingsweek. De 75%-regel betekent niet dat spelers geen vakantie mogen vieren. Integendeel. Rust en ontspanning zijn een belangrijk onderdeel van een sportseizoen. Maar vakantie betekent niet automatisch volledige inactiviteit. Het verschil tussen herstellen en achteruitgaan zit vaak in kleine keuzes. Een voetballer die tijdens de zomermaanden drie keer per week een sportieve activiteit onderneemt, begint in augustus met een andere basis dan een speler die twee maanden op de bank heeft gezeten. Het lichaam herkent beweging. Spieren, pezen en gewrichten blijven gewend aan belasting en de overgang naar de voorbereiding verloopt veel soepeler.
Daarnaast heeft actief blijven ook mentale voordelen. Veel spelers merken dat ze met meer plezier en energie terugkeren bij hun club wanneer ze tijdens de zomerperiode in beweging zijn gebleven. Het gevoel dat je fit aan de start verschijnt, geeft vertrouwen. Voor trainers ligt hier eveneens een belangrijke taak. Natuurlijk begint de verantwoordelijkheid bij de speler zelf, maar duidelijke communicatie vanuit de technische staf kan veel verschil maken. Een simpele uitleg over het waarom achter bepaalde adviezen werkt vaak beter dan alleen een lijst met opdrachten. Spelers moeten begrijpen dat de voorbereiding niet bedoeld is om een achterstand van twee maanden in enkele weken goed te maken. De voorbereiding is bedoeld om de puntjes op de i te zetten, niet om vanaf nul te beginnen. De zomerperiode is daarom geen verloren tijd, maar een kans. Een kans om sterker, fitter en beter voorbereid aan een nieuw seizoen te beginnen. De spelers die nu verstandig omgaan met hun voetbalvakantie, plukken daar later de vruchten van. Dus geniet vooral van de rust, de vakantie en de vrije tijd. Maar vergeet niet dat een voetballer nooit helemaal stopt met voetballen. De 75%-regel kan zomaar het verschil maken tussen een moeizame voorbereiding met blessures of een vliegende start waarin een team vanaf de eerste wedstrijd klaarstaat. Want een goed seizoen begint niet pas bij de eerste training in augustus. Een goed seizoen begint eigenlijk al tijdens de voetbalvakantie.
Maar een voetbalvakantie van nu al twee maanden brengt ook een risico met zich mee. Juist in die periode wordt vaak de basis gelegd voor de start van het nieuwe seizoen. En dat bracht mij terug naar de zogenaamde 75%-regel. Deze regel werd mij enkele jaren geleden uitgelegd door een trainer die bij een nieuwe club aan de slag ging. Tijdens de eerste weken van de voorbereiding werd hij geconfronteerd met een opvallend probleem: een groot aantal spierblessures binnen zijn selectie. Hamstringklachten, kuitproblemen en liesblessures volgden elkaar in rap tempo op.
Opvallend was dat de spelersgroep vooraf als fit werd beschouwd. De meeste spelers hadden immers aangegeven klaar te zijn voor de voorbereiding. Toch bleek uit gesprekken met de selectie dat een groot deel van de spelers het begrip ‘voetbalvakantie’ wel heel letterlijk had genomen. Vanaf de laatste competitiewedstrijd waren de sportieve activiteiten vrijwel volledig gestopt.
Geen looptrainingen, geen fietstochten, geen krachttraining en nauwelijks andere vormen van beweging. De gedachte was simpel: na een zwaar seizoen was het tijd voor volledige ontspanning. Alleen bleek het lichaam daar anders over te denken. Een voetballer kan niet verwachten dat hij na acht tot tien weken nauwelijks bewegen binnen enkele trainingen weer op wedstrijdniveau zit. Het lichaam heeft onderhoud nodig. Conditie, kracht en belastbaarheid verdwijnen sneller dan veel spelers denken. Zeker wanneer een intensieve voorbereiding begint met veel loopwerk, partijvormen en trainingsvormen met hoge intensiteit.
De trainer besloot daarom om aan het einde van dat seizoen een andere aanpak te kiezen. Hij vroeg zijn spelers om tijdens de volgende voetbalvakantie niet volledig stil te vallen, maar ongeveer 75 procent van hun normale sportieve activiteiten vast te houden. Niemand hoefde dagelijks met een bal bezig te zijn of een compleet trainingsprogramma af te werken. De bedoeling was vooral om actief te blijven. Hardlopen, fietsen, padellen, tennissen of een andere sport beoefenen. Het lichaam moest een beetje in beweging blijven. Die boodschap werd door een groot gedeelte van de selectie opgepakt. Het resultaat was duidelijk zichtbaar tijdens de daaropvolgende voorbereiding. Er waren minder spierblessures, spelers konden hogere trainingsbelastingen beter aan en de groep oogde fitter vanaf de eerste trainingsweek. De 75%-regel betekent niet dat spelers geen vakantie mogen vieren. Integendeel. Rust en ontspanning zijn een belangrijk onderdeel van een sportseizoen. Maar vakantie betekent niet automatisch volledige inactiviteit. Het verschil tussen herstellen en achteruitgaan zit vaak in kleine keuzes. Een voetballer die tijdens de zomermaanden drie keer per week een sportieve activiteit onderneemt, begint in augustus met een andere basis dan een speler die twee maanden op de bank heeft gezeten. Het lichaam herkent beweging. Spieren, pezen en gewrichten blijven gewend aan belasting en de overgang naar de voorbereiding verloopt veel soepeler.
Daarnaast heeft actief blijven ook mentale voordelen. Veel spelers merken dat ze met meer plezier en energie terugkeren bij hun club wanneer ze tijdens de zomerperiode in beweging zijn gebleven. Het gevoel dat je fit aan de start verschijnt, geeft vertrouwen. Voor trainers ligt hier eveneens een belangrijke taak. Natuurlijk begint de verantwoordelijkheid bij de speler zelf, maar duidelijke communicatie vanuit de technische staf kan veel verschil maken. Een simpele uitleg over het waarom achter bepaalde adviezen werkt vaak beter dan alleen een lijst met opdrachten. Spelers moeten begrijpen dat de voorbereiding niet bedoeld is om een achterstand van twee maanden in enkele weken goed te maken. De voorbereiding is bedoeld om de puntjes op de i te zetten, niet om vanaf nul te beginnen. De zomerperiode is daarom geen verloren tijd, maar een kans. Een kans om sterker, fitter en beter voorbereid aan een nieuw seizoen te beginnen. De spelers die nu verstandig omgaan met hun voetbalvakantie, plukken daar later de vruchten van. Dus geniet vooral van de rust, de vakantie en de vrije tijd. Maar vergeet niet dat een voetballer nooit helemaal stopt met voetballen. De 75%-regel kan zomaar het verschil maken tussen een moeizame voorbereiding met blessures of een vliegende start waarin een team vanaf de eerste wedstrijd klaarstaat. Want een goed seizoen begint niet pas bij de eerste training in augustus. Een goed seizoen begint eigenlijk al tijdens de voetbalvakantie.