Vechtende jeugdtrainers moet je als vereniging direct royeren!!
Het was zaterdag opnieuw raak. Jeugdtrainers, mensen die juist het goede voorbeeld horen te geven, gingen met elkaar op de vuist. Een beschamend tafereel dat eigenlijk geen toelichting behoeft. Iedereen is het erover eens: dit hoort niet thuis op een sportcomplex, en al helemaal niet bij een wedstrijd waar kinderen centraal staan.

Toch zijn er vragen wanneer je het verslag van zo’n incident leest. Want hoe kan het dat er niemand van het clubbestuur aanwezig was bij deze wedstrijd die vrijwel direct ontspoorde? Als er al snel “ruis op de lijn” is tussen twee trainers, dan is het toch de verantwoordelijkheid van een vereniging om in te grijpen voordat de situatie escaleert? Preventie lijkt in dit soort gevallen nog altijd een ondergeschoven kindje.
Wat misschien nog wel vreemder is, is de afwachtende houding die beide verenigingen aannemen na het incident. Alsof men eerst de kat uit de boom wil kijken voordat er consequenties volgen. Maar wat zegt dat naar de buitenwereld? En belangrijker nog: wat zegt dat naar de jeugdspelers die hier getuige van zijn geweest? Probeer je eens te verplaatsen in een jongen of meisje van twaalf jaar. Je staat op het veld, bezig met een spel dat je leuk vindt, en ineens zie je je eigen trainer, iemand die je vertrouwt, die je begeleidt , volledig door het lint gaan en fysiek geweld gebruiken. Dat beeld blijft hangen. Dat neem je mee naar huis. En vervolgens hoor je dat er “afgewacht” wordt wat er met die trainer gebeurt. Wat voor signaal geef je dan af?
Dit soort gedrag kan en mag niet worden gebagatelliseerd. Een trainer die zijn emoties zo weinig onder controle heeft dat hij overgaat tot fysiek geweld, heeft niets te zoeken in het jeugdvoetbal. Sterker nog, die zou per direct uit zijn functie gezet moeten worden. Hier is geen ruimte voor nuance, geen plek voor verzachtende omstandigheden. Dit is een grens die keihard bewaakt moet worden.
En laten we eerlijk zijn: dit incident staat niet op zichzelf. Het is onderdeel van een bredere cultuur waarin verbaal geweld, schelden en intimiderend gedrag steeds vaker voorkomen langs de lijn. Iedere week weer zijn er situaties waarin grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt. Van ouders die scheidsrechters uitschelden tot trainers die hun frustraties niet kunnen beheersen.
Ik was daar zaterdagmorgen zelf nog getuige van. Een assistent-scheidsrechter vlagde voor een , overigens terechte, buitenspelsituatie. In plaats van acceptatie volgde er direct een scheldpartij. “Eikel” werd er geroepen, zonder enige schaamte. Het lijkt misschien een klein incident, maar het is tekenend voor de norm die langzaam verschuift. Wat ooit onacceptabel was, lijkt nu bijna gewoon te worden gevonden.
Dat is misschien wel het grootste probleem: gewenning. Wanneer dit soort gedrag te vaak voorkomt zonder duidelijke consequenties, ontstaat er een cultuur waarin mensen denken dat ze ermee weg kunnen komen. En precies daar ligt de verantwoordelijkheid van de clubs.
Want zolang verenigingen niet direct en krachtig optreden, zal er weinig veranderen. Een afwachtende houding werkt alleen maar in de hand dat dit gedrag blijft voortbestaan. Er moet duidelijkheid zijn. Duidelijke regels, maar vooral duidelijke consequenties wanneer die regels worden overtreden.
Dat betekent niet alleen straffen achteraf, maar ook actief beleid vooraf. Zorg dat er toezicht is bij wedstrijden. Ga in gesprek met trainers en begeleiders over gedrag en verantwoordelijkheid. Maak duidelijk dat respect ,voor elkaar, voor de scheidsrechter en voor het spel, geen vrijblijvende waarde is, maar een harde eis.
Daarnaast moeten clubs ook durven kiezen. Soms betekent dat afscheid nemen van mensen die misschien sportief iets bijdragen, maar qua gedrag een verkeerde invloed hebben. Dat is geen makkelijke keuze, maar wel een noodzakelijke. Want uiteindelijk gaat het niet alleen om winnen of verliezen, maar om de omgeving waarin kinderen zich ontwikkelen en zich veilig moeten voelen.
Voetbal is meer dan een spel. Het is een plek waar jongeren leren samenwerken, omgaan met teleurstellingen en respect tonen voor anderen. Als die basis wordt ondermijnd door wangedrag van volwassenen, dan faalt het systeem.
Het incident van zaterdag is dus geen op zichzelf staand probleem, maar iets groters. Een cultuur waarin grenzen vervagen en verantwoordelijkheid te vaak wordt doorgeschoven. Als we echt willen dat dit verandert, dan begint dat bij de clubs zelf.
Niet morgen, niet na een onderzoek, maar direct. Want zolang er wordt afgewacht, blijft het risico bestaan dat het volgende incident alweer om de hoek ligt. En dat is een risico dat we, zeker in het jeugdvoetbal, simpelweg niet mogen accepteren.

Toch zijn er vragen wanneer je het verslag van zo’n incident leest. Want hoe kan het dat er niemand van het clubbestuur aanwezig was bij deze wedstrijd die vrijwel direct ontspoorde? Als er al snel “ruis op de lijn” is tussen twee trainers, dan is het toch de verantwoordelijkheid van een vereniging om in te grijpen voordat de situatie escaleert? Preventie lijkt in dit soort gevallen nog altijd een ondergeschoven kindje.
Wat misschien nog wel vreemder is, is de afwachtende houding die beide verenigingen aannemen na het incident. Alsof men eerst de kat uit de boom wil kijken voordat er consequenties volgen. Maar wat zegt dat naar de buitenwereld? En belangrijker nog: wat zegt dat naar de jeugdspelers die hier getuige van zijn geweest? Probeer je eens te verplaatsen in een jongen of meisje van twaalf jaar. Je staat op het veld, bezig met een spel dat je leuk vindt, en ineens zie je je eigen trainer, iemand die je vertrouwt, die je begeleidt , volledig door het lint gaan en fysiek geweld gebruiken. Dat beeld blijft hangen. Dat neem je mee naar huis. En vervolgens hoor je dat er “afgewacht” wordt wat er met die trainer gebeurt. Wat voor signaal geef je dan af?
Dit soort gedrag kan en mag niet worden gebagatelliseerd. Een trainer die zijn emoties zo weinig onder controle heeft dat hij overgaat tot fysiek geweld, heeft niets te zoeken in het jeugdvoetbal. Sterker nog, die zou per direct uit zijn functie gezet moeten worden. Hier is geen ruimte voor nuance, geen plek voor verzachtende omstandigheden. Dit is een grens die keihard bewaakt moet worden.
En laten we eerlijk zijn: dit incident staat niet op zichzelf. Het is onderdeel van een bredere cultuur waarin verbaal geweld, schelden en intimiderend gedrag steeds vaker voorkomen langs de lijn. Iedere week weer zijn er situaties waarin grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt. Van ouders die scheidsrechters uitschelden tot trainers die hun frustraties niet kunnen beheersen.
Ik was daar zaterdagmorgen zelf nog getuige van. Een assistent-scheidsrechter vlagde voor een , overigens terechte, buitenspelsituatie. In plaats van acceptatie volgde er direct een scheldpartij. “Eikel” werd er geroepen, zonder enige schaamte. Het lijkt misschien een klein incident, maar het is tekenend voor de norm die langzaam verschuift. Wat ooit onacceptabel was, lijkt nu bijna gewoon te worden gevonden.
Dat is misschien wel het grootste probleem: gewenning. Wanneer dit soort gedrag te vaak voorkomt zonder duidelijke consequenties, ontstaat er een cultuur waarin mensen denken dat ze ermee weg kunnen komen. En precies daar ligt de verantwoordelijkheid van de clubs.
Want zolang verenigingen niet direct en krachtig optreden, zal er weinig veranderen. Een afwachtende houding werkt alleen maar in de hand dat dit gedrag blijft voortbestaan. Er moet duidelijkheid zijn. Duidelijke regels, maar vooral duidelijke consequenties wanneer die regels worden overtreden.
Dat betekent niet alleen straffen achteraf, maar ook actief beleid vooraf. Zorg dat er toezicht is bij wedstrijden. Ga in gesprek met trainers en begeleiders over gedrag en verantwoordelijkheid. Maak duidelijk dat respect ,voor elkaar, voor de scheidsrechter en voor het spel, geen vrijblijvende waarde is, maar een harde eis.
Daarnaast moeten clubs ook durven kiezen. Soms betekent dat afscheid nemen van mensen die misschien sportief iets bijdragen, maar qua gedrag een verkeerde invloed hebben. Dat is geen makkelijke keuze, maar wel een noodzakelijke. Want uiteindelijk gaat het niet alleen om winnen of verliezen, maar om de omgeving waarin kinderen zich ontwikkelen en zich veilig moeten voelen.
Voetbal is meer dan een spel. Het is een plek waar jongeren leren samenwerken, omgaan met teleurstellingen en respect tonen voor anderen. Als die basis wordt ondermijnd door wangedrag van volwassenen, dan faalt het systeem.
Het incident van zaterdag is dus geen op zichzelf staand probleem, maar iets groters. Een cultuur waarin grenzen vervagen en verantwoordelijkheid te vaak wordt doorgeschoven. Als we echt willen dat dit verandert, dan begint dat bij de clubs zelf.
Niet morgen, niet na een onderzoek, maar direct. Want zolang er wordt afgewacht, blijft het risico bestaan dat het volgende incident alweer om de hoek ligt. En dat is een risico dat we, zeker in het jeugdvoetbal, simpelweg niet mogen accepteren.