“Schriftelijk winnen is het nieuwe voetballen”
De B-categorie in het amateurvoetbal is al jaren een vreemde eend in de bijt, maar wat zich daar de laatste seizoenen afspeelt begint steeds meer te lijken op een structureel probleem waar niemand zijn vingers echt aan wil branden. Wat ooit bedoeld was als een laagdrempelige competitie voor teams zonder prestatiedruk, is verworden tot een speelveld waar vrijblijvendheid, creatief omgaan met regels en , laten we het beestje bij de naam noemen, zelfs misbruik maken van regels.

Het “schriftelijk afwerken” van wedstrijden is daar misschien wel het meest zichtbare voorbeeld van. Officieel gaat het om praktische oplossingen: teams die door omstandigheden geen elftal op de been krijgen, wedstrijden die niet gespeeld kunnen worden en administratief worden afgehandeld. In de praktijk weten we allemaal hoe het werkt. Dit is geen incident meer, dit is onderdeel van de competitiecultuur geworden.
Wie de uitslagen en standen een beetje volgt, ziet het patroon. Wedstrijden die plotseling verdwijnen, uitslagen die zonder een balcontact tot stand komen, en ranglijsten die steeds minder zeggen over sportieve prestaties. Zeker in de winterperiode, wanneer velden slecht zijn en afgelastingen aan de orde van de dag, lijkt het alsof sommige teams juist dan hun slag slaan. Niet door te voetballen, maar door slim,te manoeuvreren binnen de marges van het reglement.
Het wrange is dat iedereen het weet. Spelers, trainers, leiders, bestuurders. Toch blijft het stil. Want aanspreken betekent gedoe. En gedoe is iets wat we in het amateurvoetbal steeds minder willen. We moeten vooral “plezier hebben”, “het gezellig houden” en “begrip tonen voor elkaar”. Mooie woorden, maar ze worden te vaak voor gedrag dat een echte competitie ondermijnt.
Neem die teams met twintig, soms vijfentwintig spelers op papier. Op dinsdag al weten dat je zaterdag geen elf man kunt opstellen, dat is geen overmacht, dat is organisatorisch falen. Eén keer kan gebeuren. Twee keer begint verdacht te worden. Drie keer? Dan is er geen excuus meer. Dan heb je simpelweg niets te zoeken in een competitie.
Toch blijven dit soort teams week in, week uit terugkomen. Waarom? Omdat de consequenties ontbreken. De drempel om een wedstrijd “schriftelijk” af te doen is te laag, de controle te beperkt en de sancties zijn te mild. En dus loont het om de grenzen op te zoeken, of eroverheen te gaan.
De B-categorie is verworden tot een competitie zonder echte ambitie én zonder echte verantwoordelijkheid. Promotie is voor de meeste teams geen doel. De druk om te presteren ontbreekt. Op zich is daar niets mis mee, niet iedereen hoeft op het scherpst van de snede te spelen. Maar een competitie met schriftelijk afgewerkte wedstrijden houdt uiteindelijk op om een competitie te zijn.
Voor de liefhebber van het amateurvoetbal is dat pijnlijk. Want juist in deze lagere klassen ligt vaak de charme: het pure spel, de lokale rivaliteit, de mensen die het doen uit liefde voor de sport. Maar die charme verdwijnt wanneer je niet meer zeker weet of een wedstrijd daadwerkelijk gespeeld wordt, of wanneer een stand weinig tot niets zegt over wat er op het veld is gebeurd.
Het argument dat strengere maatregelen “oneerlijk” zouden zijn voor de goedwillende spelers binnen zo’n team, snijdt maar beperkt hout. Natuurlijk zijn er altijd jongens die wél willen, die wél klaarstaan. Maar een team is een collectief. Als dat collectief structureel faalt, moeten daar consequenties aan verbonden zijn. Misschien is dat juist de prikkel die nodig is om elkaar weer aan te spreken. Om verantwoordelijkheid terug te brengen waar die hoort: binnen het team zelf.
Want laten we eerlijk zijn: het probleem zit niet in de regels, maar in de mentaliteit. Zolang het acceptabel is om op dinsdag al af te haken voor zaterdag, zolang het normaal is om creatief te schuiven met spelerslijsten en zolang niemand elkaar daarop aanspreekt, verandert er niets. Dan blijft de B-categorie een grijs gebied waar sport en schijnvertoning door elkaar lopen.

Het “schriftelijk afwerken” van wedstrijden is daar misschien wel het meest zichtbare voorbeeld van. Officieel gaat het om praktische oplossingen: teams die door omstandigheden geen elftal op de been krijgen, wedstrijden die niet gespeeld kunnen worden en administratief worden afgehandeld. In de praktijk weten we allemaal hoe het werkt. Dit is geen incident meer, dit is onderdeel van de competitiecultuur geworden.
Wie de uitslagen en standen een beetje volgt, ziet het patroon. Wedstrijden die plotseling verdwijnen, uitslagen die zonder een balcontact tot stand komen, en ranglijsten die steeds minder zeggen over sportieve prestaties. Zeker in de winterperiode, wanneer velden slecht zijn en afgelastingen aan de orde van de dag, lijkt het alsof sommige teams juist dan hun slag slaan. Niet door te voetballen, maar door slim,te manoeuvreren binnen de marges van het reglement.
Het wrange is dat iedereen het weet. Spelers, trainers, leiders, bestuurders. Toch blijft het stil. Want aanspreken betekent gedoe. En gedoe is iets wat we in het amateurvoetbal steeds minder willen. We moeten vooral “plezier hebben”, “het gezellig houden” en “begrip tonen voor elkaar”. Mooie woorden, maar ze worden te vaak voor gedrag dat een echte competitie ondermijnt.
Neem die teams met twintig, soms vijfentwintig spelers op papier. Op dinsdag al weten dat je zaterdag geen elf man kunt opstellen, dat is geen overmacht, dat is organisatorisch falen. Eén keer kan gebeuren. Twee keer begint verdacht te worden. Drie keer? Dan is er geen excuus meer. Dan heb je simpelweg niets te zoeken in een competitie.
Toch blijven dit soort teams week in, week uit terugkomen. Waarom? Omdat de consequenties ontbreken. De drempel om een wedstrijd “schriftelijk” af te doen is te laag, de controle te beperkt en de sancties zijn te mild. En dus loont het om de grenzen op te zoeken, of eroverheen te gaan.
De B-categorie is verworden tot een competitie zonder echte ambitie én zonder echte verantwoordelijkheid. Promotie is voor de meeste teams geen doel. De druk om te presteren ontbreekt. Op zich is daar niets mis mee, niet iedereen hoeft op het scherpst van de snede te spelen. Maar een competitie met schriftelijk afgewerkte wedstrijden houdt uiteindelijk op om een competitie te zijn.
Voor de liefhebber van het amateurvoetbal is dat pijnlijk. Want juist in deze lagere klassen ligt vaak de charme: het pure spel, de lokale rivaliteit, de mensen die het doen uit liefde voor de sport. Maar die charme verdwijnt wanneer je niet meer zeker weet of een wedstrijd daadwerkelijk gespeeld wordt, of wanneer een stand weinig tot niets zegt over wat er op het veld is gebeurd.
Het argument dat strengere maatregelen “oneerlijk” zouden zijn voor de goedwillende spelers binnen zo’n team, snijdt maar beperkt hout. Natuurlijk zijn er altijd jongens die wél willen, die wél klaarstaan. Maar een team is een collectief. Als dat collectief structureel faalt, moeten daar consequenties aan verbonden zijn. Misschien is dat juist de prikkel die nodig is om elkaar weer aan te spreken. Om verantwoordelijkheid terug te brengen waar die hoort: binnen het team zelf.
Want laten we eerlijk zijn: het probleem zit niet in de regels, maar in de mentaliteit. Zolang het acceptabel is om op dinsdag al af te haken voor zaterdag, zolang het normaal is om creatief te schuiven met spelerslijsten en zolang niemand elkaar daarop aanspreekt, verandert er niets. Dan blijft de B-categorie een grijs gebied waar sport en schijnvertoning door elkaar lopen.