Stelling van de week: er is te snel specialisatie in het jeugdvoetbal

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Er is in het jeugdvoetbal een ontwikkeling gaande waar je niet heel lang over hoeft na te denken om te zien dat het de verkeerde kant op gaat: specialisatie op steeds jongere leeftijd. Het klinkt professioneel, het klinkt ambitieus en het klinkt alsof clubs er alles aan doen om talent optimaal te ontwikkelen. Maar wie iets verder kijkt dan de mooie woorden, ziet vooral dat kinderen steeds eerder in hokjes worden gestopt. Hokjes waar ze vaak helemaal niet in thuishoren..



jopie 2


De stelling van Jan ten Caat, er is te snel specialisatie in het jeugdvoetbal en spelers worden daardoor eenzijdig opgeleid, raakt dan ook een gevoelige snaar. Niet omdat het een ingewikkeld voetbaltechnisch vraagstuk is, maar omdat het eigenlijk gewoon over gezond verstand gaat.

Aanleiding voor de discussie was een artikel in de Telegraaf over een 9-jarige jongen van RKMSV uit het Limburgse Meijel. In dat team is blijkbaar besloten dat twee jongens het keepersprobleem moeten oplossen. Of ze het leuk vinden of niet. Met andere woorden: van de negen spelers in het team zijn er twee die structureel het doel in worden gestuurd, terwijl de andere zeven opgelucht ademhalen dat zij dat lot bespaard blijft.

Dat is niet alleen vreemd, het is ook lui beleid.

In een JO9-team zou het namelijk helemaal niet over vaste keepers moeten gaan. In die leeftijdscategorie draait het om ontdekken, ervaren en ontwikkelen. Kinderen moeten leren dribbelen, passen, verdedigen, aanvallen en ja , ook keepen. Niet omdat iedereen keeper moet worden, maar omdat je alleen door te ervaren kunt ontdekken waar je kwaliteiten liggen. Daarom ben ik er groot voorstander van dat tot en met de JO11 alle spelers regelmatig van positie wisselen. Inclusief het doel. Sterker nog: juist het doel.

Het keepersvak heeft namelijk al jaren een imagoprobleem. Niet omdat het geen mooie positie is,integendeel, maar omdat het door volwassenen systematisch minder aantrekkelijk is gemaakt. Ouders, opa’s, oma’s en andere fanatieke “sponsoren” hebben het keepersvak langzaam maar zeker om zeep geholpen.

Hoe dat komt? Heel simpel.

Langs de lijn wordt een doelpunt gevierd alsof het de Champions League-finale is. “Goed zo! Lekker geschoten! Wat een goal!” En dat is prima. Enthousiasme hoort bij sport. Maar wanneer een keeper een goede redding maakt, blijft het vaak stil. Geen beloning, geen applaus, geen heldenstatus. Kinderen zijn niet gek. Die zien en horen precies wat er gebeurt. De boodschap is duidelijk: scoren is leuk, in het doel staan niet. En dan zijn we verbaasd dat niemand keeper wil worden.

Dat brengt ons terug bij het verhaal van die jongen van negen die bij RKMSV elke wedstrijd een helft moet keepen. Volgens het artikel ziet hij daar dagen van tevoren tegenop. Beelden bevestigden dat ook. Dat is natuurlijk pijnlijk om te zien, want voetbal moet op die leeftijd vooral leuk zijn.

Maar het roept ook een andere vraag op. Waarom keept de rest van het team niet?

Als er negen spelers zijn, dan kan iedereen toch een keer een helft in het doel staan? Dan keept een speler misschien één keer per vier of vijf wedstrijden. Dat is geen straf, dat is gewoon onderdeel van het spel. Door iedereen te laten rouleren voorkom je precies dit soort situaties. Niemand wordt aangewezen als “de keeper” en niemand hoeft wekenlang tegen een wedstrijd op te zien.

Bovendien levert het iets veel belangrijkers op: inzicht.

Want laten we eerlijk zijn. Dat Petertje elke week drie doelpunten maakt, zegt op zijn negende nog helemaal niets. Misschien speelt hij tegen zwakke tegenstanders. Misschien is hij simpelweg iets groter of sneller dan de rest. En misschien blijkt hij tegen sterkere tegenstanders ineens helemaal niet zo dominant.

Maar stel je eens voor dat diezelfde Petertje ook een keer op doel staat. En dat blijkt dat hij daar ongelooflijke reflexen heeft. Dat hij ballen pakt waarvan iedereen denkt dat ze er al in liggen. Dan heb je misschien niet de nieuwe topscorer ontdekt, maar wel een fantastische keeper. Alleen kom je daar nooit achter als kinderen op hun negende al in een vaste rol worden geduwd. Dat is precies het probleem van te vroege specialisatie. Je sluit mogelijkheden uit voordat ze überhaupt een kans hebben gehad om zich te laten zien.

En dan is er nog de andere kant van het verhaal: de rechtszaak.

Ja, je leest het goed. Volgens het artikel is er een juridisch conflict ontstaan tussen de ouders en de club. Een rechtszaak om gelijk te krijgen over wie er wel of niet moet keepen. Alleen al dat feit laat zien hoe ver we soms zijn doorgeschoten.

Een rechtszaak over het keepen in een JO9-team. Negenjarige kinderen die gewoon zouden moeten voetballen, lachen, vallen, opstaan en weer doorgaan. In plaats daarvan zitten volwassenen elkaar juridisch te bestrijden over een positie in het veld die in die leeftijdscategorie eigenlijk helemaal niet vast zou moeten bestaan.

Dat zegt misschien nog wel meer over de volwassen wereld rondom het jeugdvoetbal dan over het voetbal zelf.