Smoesjes, afgelastingen en mysterieuze uitslagen
We zijn nog maar net begonnen aan de tweede helft van het seizoen en het circus dat B-categorie heet draait alweer op volle toeren. De piste ligt er keurig bij, de lijnen zijn getrokken, de kleedkamers open… maar de artiesten? Die zijn spoorloos.

Wedstrijden worden weer bij bosjes afgezegd omdat de wintersporters nog niet terug zijn. Omdat de betere spelers ontbreken. Omdat er zogenaamd een tekort aan mensen is. Of,en dat is misschien wel het eerlijkste antwoord, omdat iemand gewoon geen zin heeft om te verliezen. Welkom in de realiteit van de B-categorie van het amateurvoetbal. Een competitie waar de uitslagen soms nog het meest lijken op een loterij, waar wedstrijdprogramma’s eerder suggesties zijn dan verplichtingen en waar het begrip sportiviteit ongeveer dezelfde status heeft als een parkeerbon op de voorruit van een sloopauto.
Neem bijvoorbeeld drie situaties van de afgelopen week.
Een team waarin spelers ‘illegaal’ rondlopen. Een elftal dat niet speelt, terwijl er moeiteloos spelers uit een ander team met een vrij weekend bij kunnen aansluiten. En een koploper die, met een selectie van 22 spelers en vijf gastspelers, al op dinsdag meldt dat ze zaterdag niet komen opdagen wegens een tekort aan mensen.
Tweeëntwintig spelers plus vijf gastspelers. En dan toch niet aan elf komen. Dit zijn trouwens geen uitzonderingen. Dit is geen incident. Dit is de dagelijkse praktijk in een categorie van het amateurvoetbal die inmiddels zo weinig serieus genomen wordt dat zelfs de smoesjes steeds slechter worden.
Want laten we eerlijk zijn: wie gelooft dit nog?
Zo is het op z’n minst opmerkelijk wanneer een koploper op een dinsdagavond ineens met 0-5 thuis verliest van de nummer voorlaatst. Natuurlijk, voetbal blijft voetbal. De bal is rond, wonderen bestaan, en onderschatting ligt altijd op de loer. Maar ergens klinkt er toch een stemmetje. Zo’n stemmetje dat zachtjes fluistert: klopt dit wel?
In de B-categorie blijft dat stemmetje vaak hangen. Want alles speelt zich af in een grijs gebied waar regels bestaan, maar blijkbaar vooral bedoeld zijn als decoratie. Waar selecties flexibel zijn, speelgerechtigdheid soms niet echt nauw wordt genomen en waar wedstrijden verdwijnen alsof iemand op de deleteknop van het programma heeft gedrukt. En ondertussen kijkt iedereen ernaar en verneukt men elkaar.
Tegenstanders halen hun schouders op. Clubs mompelen iets over ‘ja, zo gaat dat nou eenmaal’. En de spelers die wél gewoon willen voetballen staan weer op zaterdagochtend op een leeg sportpark. Maar het mooiste excuus blijft toch het klassieke verhaal uit het vrouwenvoetbal: er zijn te weinig speelsters omdat veel van hen in de zorg werken. Begrijp me niet verkeerd: werken in de zorg is zwaar, onregelmatig en verdient alle respect. Maar het wordt inmiddels zo vaak als standaardverklaring gebruikt dat het bijna een automatische piloot is geworden. “Ja, we hebben te weinig speelsters… diensten hè.” Het probleem is alleen dat dit argument soms wordt gebruikt door teams met een selectie van ruim twintig speelsters. En dan wordt het lastig om dat nog serieus te nemen. In het verleden ben ik zelf een paar jaar trainer geweest van een damesteam. Ook daar werkten speelsters in de zorg. Ook daar waren er weekenddiensten, avonden en nachten. Maar gek genoeg hebben we nooit een wedstrijd hoeven afzeggen. Waarom niet?
Omdat die meiden het simpelweg wilden. Omdat er werd geruild met diensten. Omdat iemand een collega vroeg om over te nemen. Omdat voetbal voor hen belangrijk genoeg was om er moeite voor te doen.
Dat heet verantwoordelijkheid. En dat is precies wat er in grote delen van de B-categorie lijkt te ontbreken. Want laten we wel wezen: een team dat in totaal 27 spelers op papier heeft, hoort gewoon elf mensen op het veld te kunnen krijgen. Punt.
Lukt dat structureel niet, dan moet je als vereniging misschien een eerlijke conclusie trekken. Niet nóg een keer afbellen. Niet nóg een smoes verzinnen. Maar gewoon de stekker uit dat team trekken. Dat zou eerlijk zijn voor de competitie. Voor tegenstanders. Voor scheidsrechters. En voor de spelers die wel gewoon willen voetballen. Maar eerlijkheid is helaas in meerdere delen van het amateurvoetbal ver te zoeken.
En ondertussen kijkt de bond tevreden toe. Want hoe meer teams, hoe meer leden. Hoe meer leden, hoe meer contributie. Hoe meer contributie, hoe harder de euro’s bij de KNVB tegen de plinten klotsen.
Of er daadwerkelijk gevoetbald wordt? Ach, dat is blijkbaar een detail. Zo blijft de B-categorie een wonderlijke wereld waarin wedstrijden verdwijnen, selecties mysterieuze vormen aannemen en uitslagen soms voelen alsof ze uit een dobbelsteenbeker komen rollen. Een competitie waar iedereen klaagt, iedereen het ziet gebeuren, maar waar uiteindelijk niemand echt ingrijpt en waar ik mij echt over verbaas...

Wedstrijden worden weer bij bosjes afgezegd omdat de wintersporters nog niet terug zijn. Omdat de betere spelers ontbreken. Omdat er zogenaamd een tekort aan mensen is. Of,en dat is misschien wel het eerlijkste antwoord, omdat iemand gewoon geen zin heeft om te verliezen. Welkom in de realiteit van de B-categorie van het amateurvoetbal. Een competitie waar de uitslagen soms nog het meest lijken op een loterij, waar wedstrijdprogramma’s eerder suggesties zijn dan verplichtingen en waar het begrip sportiviteit ongeveer dezelfde status heeft als een parkeerbon op de voorruit van een sloopauto.
Neem bijvoorbeeld drie situaties van de afgelopen week.
Een team waarin spelers ‘illegaal’ rondlopen. Een elftal dat niet speelt, terwijl er moeiteloos spelers uit een ander team met een vrij weekend bij kunnen aansluiten. En een koploper die, met een selectie van 22 spelers en vijf gastspelers, al op dinsdag meldt dat ze zaterdag niet komen opdagen wegens een tekort aan mensen.
Tweeëntwintig spelers plus vijf gastspelers. En dan toch niet aan elf komen. Dit zijn trouwens geen uitzonderingen. Dit is geen incident. Dit is de dagelijkse praktijk in een categorie van het amateurvoetbal die inmiddels zo weinig serieus genomen wordt dat zelfs de smoesjes steeds slechter worden.
Want laten we eerlijk zijn: wie gelooft dit nog?
Zo is het op z’n minst opmerkelijk wanneer een koploper op een dinsdagavond ineens met 0-5 thuis verliest van de nummer voorlaatst. Natuurlijk, voetbal blijft voetbal. De bal is rond, wonderen bestaan, en onderschatting ligt altijd op de loer. Maar ergens klinkt er toch een stemmetje. Zo’n stemmetje dat zachtjes fluistert: klopt dit wel?
In de B-categorie blijft dat stemmetje vaak hangen. Want alles speelt zich af in een grijs gebied waar regels bestaan, maar blijkbaar vooral bedoeld zijn als decoratie. Waar selecties flexibel zijn, speelgerechtigdheid soms niet echt nauw wordt genomen en waar wedstrijden verdwijnen alsof iemand op de deleteknop van het programma heeft gedrukt. En ondertussen kijkt iedereen ernaar en verneukt men elkaar.
Tegenstanders halen hun schouders op. Clubs mompelen iets over ‘ja, zo gaat dat nou eenmaal’. En de spelers die wél gewoon willen voetballen staan weer op zaterdagochtend op een leeg sportpark. Maar het mooiste excuus blijft toch het klassieke verhaal uit het vrouwenvoetbal: er zijn te weinig speelsters omdat veel van hen in de zorg werken. Begrijp me niet verkeerd: werken in de zorg is zwaar, onregelmatig en verdient alle respect. Maar het wordt inmiddels zo vaak als standaardverklaring gebruikt dat het bijna een automatische piloot is geworden. “Ja, we hebben te weinig speelsters… diensten hè.” Het probleem is alleen dat dit argument soms wordt gebruikt door teams met een selectie van ruim twintig speelsters. En dan wordt het lastig om dat nog serieus te nemen. In het verleden ben ik zelf een paar jaar trainer geweest van een damesteam. Ook daar werkten speelsters in de zorg. Ook daar waren er weekenddiensten, avonden en nachten. Maar gek genoeg hebben we nooit een wedstrijd hoeven afzeggen. Waarom niet?
Omdat die meiden het simpelweg wilden. Omdat er werd geruild met diensten. Omdat iemand een collega vroeg om over te nemen. Omdat voetbal voor hen belangrijk genoeg was om er moeite voor te doen.
Dat heet verantwoordelijkheid. En dat is precies wat er in grote delen van de B-categorie lijkt te ontbreken. Want laten we wel wezen: een team dat in totaal 27 spelers op papier heeft, hoort gewoon elf mensen op het veld te kunnen krijgen. Punt.
Lukt dat structureel niet, dan moet je als vereniging misschien een eerlijke conclusie trekken. Niet nóg een keer afbellen. Niet nóg een smoes verzinnen. Maar gewoon de stekker uit dat team trekken. Dat zou eerlijk zijn voor de competitie. Voor tegenstanders. Voor scheidsrechters. En voor de spelers die wel gewoon willen voetballen. Maar eerlijkheid is helaas in meerdere delen van het amateurvoetbal ver te zoeken.
En ondertussen kijkt de bond tevreden toe. Want hoe meer teams, hoe meer leden. Hoe meer leden, hoe meer contributie. Hoe meer contributie, hoe harder de euro’s bij de KNVB tegen de plinten klotsen.
Of er daadwerkelijk gevoetbald wordt? Ach, dat is blijkbaar een detail. Zo blijft de B-categorie een wonderlijke wereld waarin wedstrijden verdwijnen, selecties mysterieuze vormen aannemen en uitslagen soms voelen alsof ze uit een dobbelsteenbeker komen rollen. Een competitie waar iedereen klaagt, iedereen het ziet gebeuren, maar waar uiteindelijk niemand echt ingrijpt en waar ik mij echt over verbaas...