De fluit is geen vrijbrief

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns


In een scheidsrechterspakje en met een fluit in de mond bén je geen vrijwilliger meer die we uit beleefdheid ontzien. Dan ben je arbiter. Dan sta je binnen de lijnen . En ja, dan mag je beoordeeld worden. Sterker nog: dan móét je beoordeeld worden. Wie dat niet trekt, moet het pakje in de kast laten hangen.



jopie 2

In een artikel van ‘Modderpoel’, het pseudoniem van Vincent Muskee , werd het onomwonden gesteld: een arbiter die denkt op routine wel even een wedstrijdje te kunnen leiden vanuit de middencirkel is een schande. Niets meer en niets minder. Dat is stevige taal. Maar soms is stevige taal precies wat nodig is.

Laat één ding helder zijn: respect voor scheidsrechters staat buiten kijf. Zonder hen geen wedstrijd. Zonder fluit geen aftrap. Maar respect is geen vrijbrief voor kritiekloos toekijken. Wie het veld opstapt, wie de verantwoordelijkheid draagt voor 22 spelers, staf, publiek en het verloop van de wedstrijd, moet leveren. Leeftijd, staat van dienst of goede bedoelingen veranderen daar niets aan.

Te vaak zie je het gebeuren. De oudere scheidsrechter die “het allemaal al heeft meegemaakt”. Die het spel leest vanuit de middencirkel en ervaring gebruikt als excuus voor gemakzucht.

Maar voetbal is geen herinnering aan vroeger. Het is een spel van nu. Tempo omhoog. Intensiteit omhoog. Spelers fitter, zelfs in de krochten van de vijfde klasse. De bal gaat sneller rond dan het commentaar langs de lijn. En wie dan denkt dat hij met minimale inspanning maximale controle kan houden, vergist zich.

De kern is simpel: als jij spelers beoordeeld en dat doet een scheidsrechter bij elke overtreding, bij elke gele kaart, bij elk moment dan mag ook de arbiter beoordeeld worden. Niet door hem uit te schelden of te kleineren, maar door te constateren of je de wedstrijd aankunt. Of je meeloopt. Of je durft te beslissen. Of je consequent bent.

Het argument “we moeten blij zijn dat er nog scheidsrechters zijn” hoor je vaak. En dat klopt. Het tekort is reëel. In Zoutkamp viel zaterdag zelfs te beluisteren dat het toekomstbeeld in de vijfde klasse is dat clubscheidsrechters daar binnen afzienbare tijd standaard actief zullen zijn. Dat is geen doemdenken, dat is realiteit.

Vind je dat als vijfdeklasser vervelend? Dan is de oplossing even simpel als confronterend: promoveer naar de vierde klasse. Wie betere randvoorwaarden wil, moet betere prestaties leveren. Dat geldt voor spelers, voor trainers, voor clubs – en ja, ook voor scheidsrechters.

Maar laten we niet doen alsof kritiek heiligschennis is. Een oudere arbiter die structureel te ver van het spel staat, die cruciale momenten mist omdat hij simpelweg niet in positie is, die kaarten trekt op basis van gehoor in plaats van zicht, die mag daarop aangesproken worden. Niet om hem weg te zetten als persoon, maar om hem te wijzen op zijn taak.

Het voelt slecht wanneer sommigen denken onmisbaar te zijn. Alsof de competitie instort zonder hun aanwezigheid. Alsof jaren dienstverband automatisch recht geven op onaantastbaarheid. Niemand is onmisbaar. Geen speler. Geen trainer. Geen verslaggever. Geen columnist. Dus ook een scheidsrechter niet.

Voetbal is groter dan het individu. Altijd geweest. Altijd zo blijven.

En ja, ouder worden is geen misdaad. Integendeel. Ervaring kan goud waard zijn. Een oudere scheidsrechter met goede conditie, scherp inzicht en zelfreflectie is een zegen voor elke wedstrijd. Rustig, communicatief sterk, niet onder de indruk van wat borstklopperij. Maar dat vereist onderhoud. Fysiek én mentaal.

Het probleem ontstaat waar zelfbeeld en werkelijkheid uit elkaar groeien. Waar iemand zichzelf nog ziet als de flitsende dertiger van toen, terwijl de benen iets anders vertellen. Waar kritiek wordt afgedaan als gebrek aan respect, in plaats van als spiegel. Want dat is wat kritiek in wezen is: een spiegel.