Madurodam-competitie met rekenfout: 2 x 5 = 8?

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Zesde klasse F, poule 19. Tien ploegen. Dat is geen hogere wiskunde. 2 x 5 = 10. Vijf wedstrijden per speelronde. Vol programma. Klaar. Toch? Mis!


jopie 2


Vanaf de winterstop tot en met 30 mei is er precies één zaterdag waarop alle tien ploegen in actie komen: zaterdag 9 mei. Op alle andere reguliere speelzaterdagen zijn er steevast twee teams vrij. Twee. Vrij. In een competitie met tien ploegen.

En dan hebben we het nog niet eens over de winter zelf.

Want ook dat was weer zo’n hoofdstuk uit het inmiddels dik gevulde boek Voetballand Verwonderland. Code oranje vanwege ijzel. Velden die op delen nog hard bevroren waren. Iedereen met gezond verstand zag dat het geen omstandigheden waren om verantwoord te spelen. Maar toch werd er gevoetbald. Want ja, ‘drei Punkte’. En een goede kantine-omzet. Prioriteiten, zullen we maar zeggen.

Verbazen blijft het toverwoord.

Je zou denken dat als je al besluit om onder dubieuze omstandigheden door te spelen, je op z’n minst zorgt voor een logisch en volwaardig competitieprogramma. Maar nee. In poule 19 van de zesde klasse lijkt de rekenmachine van de bond een eigen leven te leiden. 2 x 5 = 8. En twee teams mogen thuisblijven.

Waarom?

Geen idee.

Misschien is het een experiment. Misschien een nieuwe visie op belasting en belastbaarheid. Of misschien is het gewoon gemakzucht. Wat het ook is, het resultaat is een competitie die steeds meer op die van Madurodam begint te lijken: klein, onoverzichtelijk en vooral heel weinig in beweging.

We hebben het hier over de zesde klasse. Geen overvolle speellijst. Geen Europese verplichtingen. Geen bekeravonden op dinsdag. Geen interlands. Gewoon tien ploegen die op zaterdagmiddag willen voetballen. Dat is het. En zelfs dát lukt niet zonder dat er wekelijks twee teams werkloos toekijken.

Het argument dat er te weinig teams zijn, gaat hier niet op. Tien ploegen is een prima bezetting. Vijf wedstrijden per speelronde. Iedereen in actie. Ritme. Continuïteit. Competitiegevoel. Maar in plaats daarvan krijg je een schema waarbij je al bijna niet speelt, en als je dan speelt, zit je een week later weer thuis. En dan weer. En dan weer. Zo kweek je geen beleving. Zo houd je geen ritme vast. Zo maak je van competitie een vrijblijvende bezigheid.

Toevallig had ik het er deze week in de sportschool over met een generatiegenoot. Wij zijn al jaren gestopt met het ‘echte’ voetbal. Niet omdat we het spel niet meer leuk vonden, maar omdat het steeds meer een kwestie werd van af en toe een wedstrijdje doen. Heel soms. Zonder regelmaat. Zonder cadans. Dat paste totaal niet in hoe wij sport beleven. Sport is voor ons ritme. Trainen. Spelen. Herstellen. Weer spelen. Niet drie weken wachten omdat het in een programma zo uitkomt.

Natuurlijk, de huidige generatie is anders. Werk, studie, maar vooral sociale verplichtingen, het leven zit vol. Maar juist daarom zou je verwachten dat als mensen tijd vrijmaken voor hun sport, die tijd ook benut wordt. Dat er gevoetbald wordt als er gevoetbald kan worden. In plaats daarvan accepteert iedereen het gelaten. Misschien is dat wel het meest opvallende. Niet de rare planning. Niet de winterse capriolen. Maar de berusting.

We vinden het kennelijk normaal dat een competitie met tien ploegen niet wekelijks tien ploegen in actie heeft. We vinden het normaal dat spelers contributie betalen voor een seizoen waarin ze regelmatig toeschouwer zijn. We vinden het normaal dat ritme wordt ingeruild voor leegte. En ondertussen hanteert bijvoorbeeld SV Bedum een heldere regel: zeg je lidmaatschap vóór 31 mei op, anders wordt het automatisch verlengd. Voor spelers die in competitieverband uitkomen logisch. Een club moet weten waar ze aan toe is. Met hoeveel teams je inschrijft, moet je ook uitvoetballen. Duidelijkheid. Consequentie. Structuur.

Precies datgene wat in poule 19 lijkt te ontbreken.

Want wat is hier de gedachte achter? Waarom niet simpelweg elke reguliere zaterdag een volledig programma? Waarom structureel twee teams vrijaf geven terwijl dat rekenkundig helemaal niet nodig is? Is er een verborgen logica? Zijn er organisatorische beperkingen? Of is het simpelweg een kwestie van “het zal wel”?

Want laten we eerlijk zijn: het aanbod aan teams staat al onder druk. Niet omdat niemand meer wil voetballen, maar omdat alles eromheen steeds complexer wordt. Vrijwilligers zijn schaars. Spelers hebben meer keuzemogelijkheden dan ooit. Andere sporten zijn concurrerend. En dan kies je er als KNVB voor om een competitie nog verder uit te dunnen door speelronden half te vullen? Het voelt als een gemiste kans. Als gebrek aan urgentie. Alsof het allemaal niet zo belangrijk meer is.

Misschien is dat de kern van de verwondering. Niet dat er een keer iets misgaat. Niet dat een winterweekend chaotisch verloopt. Maar dat structurele onlogica geen wenkbrauwen meer doet fronsen. Tien ploegen. Vijf wedstrijden. Dat is geen hogere wiskunde. Toch lijkt in zesde klasse F, poule 19, de simpele rekensom te zijn ingeruild voor een alternatieve waarheid: 2 x 5 = 8. En twee teams mogen weer een zaterdag op de bank doorbrengen. Verbazen blijft het toverwoord. Maar misschien wordt het tijd dat verbazing weer plaatsmaakt voor vragen. En dat vragen leiden tot aanpassing. Want een competitie speel je samen. Met tien ploegen en niet met acht.