Keuren op papier, knoeien in de praktijk

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

 

Het was weer zo’n weekend. Zo’n weekend waarvan je op vrijdag al weet: dit gaat gedoe opleveren. Het weekend van 14 en 15 februari. Zaterdag kon er hier en daar nog redelijk gevoetbald worden. Maar in de nacht naar zondag vroor het een graad of zeven. En wie zondagochtend om elf uur naar buiten keek, wist genoeg: dit wordt op kunstgras voetballen of niet

Dacht ik.


jopie 2

Maar niets bleek minder waar. Vanuit een paar dorpen uit mijn ‘werkgebied’ zonder kunstgrasveld bleef het opvallend stil. Geen afgelastingen op voetbal.nl. Geen meldingen. Geen rode balken. Gewoon: spelen.

Vreemd? Ja. Onmogelijk? Nee. Want in voetballand, of beter gezegd: verwonderland, blijkt alles rekbaar.

Op de officiële site van de KNVB staat het helder omschreven:
“De KNVB-consul keurt de velden (zowel natuur- als kunstgras) op veiligheid. Bij onveilige situaties (bijv. bevroren ondergrond, slechte kunstgrasmat) kan een wedstrijd worden afgelast.”

Dat lijkt me geen vrijblijvende tekst. Veiligheid van spelers en het arbitrale trio staat voorop. Toch?

Toch?

Want hoe rijm je dat er op een op sommige delen nog bevroren veld ineens tóch gespeeld wordt? Hoe kan het dat de ene club bij een nachtvorst van min drie al paniekvoetbal speelt en alles eruit gooit, terwijl elders bij min zeven de lijnen gewoon worden getrokken? Afgelastingen zijn al langer een terugkerende bron van irritatie. En niet alleen in de B-categorie. Ook het standaardvoetbal begint het ‘creatief omgaan met regels’ steeds meer te omarmen. En laten we eerlijk zijn: het begint een patroon te worden.

Spelers op wintersport? Een plasje in de doelmond? Afgelast.

Drie basisspelers een weekend weg? Om 08.00 uur een beetje rijp op het veld? Afgelast.

Een veld dat er al weken belabberd bij ligt maar er een zanger gecontracteerd is?
Voetballen. Want dan wordt er opeens creatief gedacht. Dan verschijnt er een gasbrander. Dan wordt er met een straalkachel over keihard bevroren stukken gereden. Dan wordt er met man en macht gewerkt om dat ene argument ,veiligheid , net ver genoeg op te rekken om toch te kunnen spelen. En plotseling “valt het eigenlijk best mee”.

Het is die willekeur die stoort. Niet het afgelasten op zich. Want natuurlijk: veiligheid gaat voor alles. Niemand wil dat een seizoen beslist wordt door een gescheurde kruisband op een veld dat meer weg heeft van beton dan van gras. Maar wat verbaasd, is het verschil in maatstaven.

Soms wordt er razendsnel afgelast. Soms wordt er tot het uiterste gezocht naar een reden om door te gaan. Het verschil? Dat lijkt steeds minder met veiligheid te maken te hebben en steeds meer met belangen.

Want laten we het beestje bij de naam noemen. Er spelen belangen. Een volle kantine. Een sponsor die aanwezig is. Een feestavond die gekoppeld is aan de wedstrijd. Een tegenstander die in zwaar weer zit . Een stand op de ranglijst die gunstig is. De menselijke factor is nooit ver weg.

En dan komt de vraag die je bijna niet hardop durft te stellen: wat doet de KNVB-official in zo’n geval? Want een scheidsrechter is ook een vertegenwoordiger van de bond. Die staat daar niet alleen om buitenspel te beoordelen of een penalty te geven. Die heeft ook een verantwoordelijkheid in de beoordeling van de speelomstandigheden.

Wordt er echt onafhankelijk gekeurd?
Wordt er objectief gekeken naar veiligheid?
Of wordt er soms meegedeind op de wens van de thuisclub, die koste wat kost wil spelen?

Niemand zal het hardop toegeven. Maar het gevoel leeft wel . En dat gevoel is funest.

Want zodra spelers en trainers het idee krijgen dat regels rekbaar zijn, ontstaat er cynisme. Dan wordt een afgelasting geen veiligheidsmaatregel meer, maar een tactisch instrument. Dan wordt een consul geen onafhankelijke beoordelaar, maar iemand die “het wel of niet laat doorgaan”. En dan verdwijnt het vertrouwen.

Dat is niet alleen oneerlijk. Dat is gevaarlijk.

Een bevroren veld is geen meningsverschil. Het is een risico. Voor enkels die vast blijven staan terwijl het lichaam doordraait. Voor knieën die klappen op een ondergrond die geen millimeter meegeeft. Voor spieren die bij elke sprint een extra tik krijgen. We praten hier niet over een nat plekje in de hoekvlag. We praten over veiligheid.

En ja, amateurvoetbal is geen betaald voetbal. Maar dat betekent niet dat gezondheid minder waard is. De timmerman die op maandag weer de steiger op moet, de verpleegkundige die nachtdienst draait, de student die stage loopt, zij hebben er niets aan als hun zondagse hobby eindigt in zes weken gips.

Misschien moeten we stoppen met het romantiseren van “we willen zo graag voetballen”. Die mentaliteit van niet zeuren, gewoon spelen, hoort bij de sport. Maar ze mag nooit boven gezond verstand staan. Doorzettingsvermogen is een deugd. Roekeloosheid niet.

Als de regels helder zijn, handhaaf ze dan ook. Overal. In elk dorp. Op elk niveau. Met of zonder kunstgras. En zorg dat de criteria transparant en controleerbaar zijn. Zodat iedereen weet: dit is de norm, hier houden we ons aan.

Want anders wordt veiligheid een rekbaar begrip. En regels die rekbaar zijn, verliezen hun waarde.

En daar heeft niemand iets aan.

Niet de spelers.
Niet de scheidsrechters.
Niet de clubs.

En uiteindelijk ook het voetbal niet.