Generatie X versus Generatie Z: een wereld van verschil op het amateurveld
Het was vorige week dat ik een document kreeg toegestuurd over de verschillen tussen Generatie X en Generatie Z. Geen wereldschokkende inzichten, geen wetenschappelijke doorbraken, maar wel een rake schets van twee tijdperken die verder uit elkaar liggen dan we soms willen toegeven. Terwijl ik het las, herkende ik vooral de vertaalslag naar het amateurvoetbal. Want daar, langs de lijn en in de kleedkamer, zie je het verschil misschien wel het duidelijkst.

Vanmiddag, tijdens mijn rondje met Bietsj, dacht ik er opnieuw over na. En ineens viel het kwartje. Het verschil zit niet alleen in mentaliteit, opvoeding of maatschappelijke veranderingen. Het zit in beleving. In wat voetbal voor je betekende, en wat het nu betekent. Ik groeide op in een gezin met vier kinderen. We hadden het niet slecht, maar ook zeker niet breed. Mijn eerste voetbalschoenen waren tweedehands. Niet “vintage”, niet hip, maar gewoon gedragen door iemand anders. Mijn voetbalkousen werden thuis gebreid. Shirtje en broekje kwamen bij Van Dam vandaan. En toch, of misschien juist daarom, was ik trots. Trots op mijn tenue van VV Eenrum. Trots op die schoenen van Jan Flikkema. Die naam vergeet je nooit. Ze waren niet nieuw, maar ze waren van mij. Voetbal was geen vrijblijvende hobby. Er moest contributie worden betaald. In de zomer was er een voetbalkamp naar Hoek van Holland. Dat betekende extra uren maken voor mijn vader, die als aardappelselecteur extra uren draaide. Geld groeide niet aan de bomen. Dus leerde je al jong dat verzaken geen optie was. Niet naar de training gaan omdat je “even geen zin” had? Ondenkbaar. Met de pet ernaar gooien in een wedstrijd? Onbestaanbaar. Je ouders betaalden niet voor dat jij half werk leverde. Dat was geen druk. Dat was vanzelfsprekendheid.
En daar ligt het onbegrip vandaag de dag voor veel mensen uit mijn generatie. Want laten we eerlijk zijn: het amateurvoetbal is veranderd. De wereld is veranderd. Vakanties midden in het seizoen, weekendjes weg tijdens een belangrijke wedstrijd, een festival dat ineens prioriteit krijgt boven de derby, voor Generatie Z is het allemaal bespreekbaar. Voor Generatie X voelt het als heiligschennis.
Waar wij voetbal zagen als een voorrecht, zien veel jongeren het als een optie. Eén van de vele. En als er iets leukers voorbijkomt, dan schuift het voetbal op.
Vandaag ook hoorde ik een speler van Jong Ajax zeggen: “We moesten even wakker geschud worden.” Die uitspraak bleef hangen. Wakker geschud worden? Als Technisch Directeur van Ajax had ik gezegd: lever jij je spullen maar in. Ga jij maar strandwacht spelen op Rottumerplaat. Kun je daar rustig wakker worden van de meeuwen.
Hard? Misschien. Maar het zegt iets over hoe velen uit mijn generatie naar sport kijken. Wakker geschud worden doe je jezelf. Door discipline. Door verantwoordelijkheid. Door trots.
Generatie Z heeft nooit op tweedehands schoenen gelopen. Nooit zelf een clubshirt hoeven kopen van hun spaargeld. Alles is geregeld. Alles is beschikbaar. Dat is geen verwijt, dat is een constatering. Ze zijn opgegroeid in een tijd van overvloed. Maar overvloed maakt honger soms minder scherp. Wij wilden onze ouders niet teleurstellen. Niet omdat ze schreeuwend langs de lijn stonden, maar omdat we wisten wat zij ervoor over hadden. Elke training was een vorm van respect. Elke wedstrijd een terugbetaling in inzet.
Tegenwoordig zie je ook een ander fenomeen: ouders die denken dat hun zoon met minimale inspanning de volgende Arjen Robben wordt. Alsof talent vanzelf groeit zonder offers. Alsof een carrière maakbaar is zonder karakter. Dat voedt een cultuur waarin plezier belangrijker is dan prestatie, en beleving belangrijker dan toewijding.
Begrijp me goed: plezier is essentieel. Amateurvoetbal draait niet om miljoenencontracten. Maar zonder discipline is plezier vluchtig. Zonder samenwerking is een team geen team, maar een verzameling individuen.
Toch moeten we oppassen dat we niet vervallen in het klassieke “vroeger was alles beter”. Want Generatie Z heeft ook kwaliteiten. Ze zijn mondiger. Zelfbewuster. Ze stellen vragen waar wij ze niet stelden. Ze accepteren niet klakkeloos autoriteit. Dat kan botsen met de cultuur van het amateurvoetbal, waar hiërarchie en traditie nog altijd een rol spelen.
Misschien ligt de uitdaging niet in het veroordelen, maar in het verbinden. In het uitleggen waar die oude normen vandaan komen. In het delen van verhalen over tweedehands schoenen en gebreide kousen. Niet om nostalgisch te doen, maar om duidelijk te maken dat waardering groeit uit investering.
Want uiteindelijk willen we hetzelfde: winnen met je team. Zweten voor hetzelfde shirt. Na afloop samen in de kantine zitten met modder op je benen en het gevoel dat je alles hebt gegeven. De vraag is niet of Generatie Z het ooit gaat “winnen” van Generatie X in sportbeleving. De vraag is wat we willen doorgeven. Als wij blijven mopperen langs de lijn, creëren we afstand. Als we uitleggen waarom wij deden wat we deden, creëren we begrip. Misschien zal Generatie Z nooit weten hoe het voelt om trots te zijn op tweedehands schoenen van Jan Flikkema. Maar ze kunnen wel leren wat die schoenen symboliseren: dankbaarheid, discipline en doorzettingsvermogen. En als dát weer een plek krijgt op de amateurvelden, dan maakt het niet uit tot welke generatie je behoort. ...Dan wint het voetbal.