Onbeperkt wisselen? Het echte probleem zit op de bank

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns



De stelling was: onbeperkt wisselen tot aan het divisievoetbal. Een zegen of een risico? Een reactie was: ,,Doorwisselen met dit weer lijkt me niet ideaal voor een speler. Daarnaast heb je al vijf wisselmogelijkheden.” Een redelijke en begrijpelijke opmerking. Maar als trouwe volger van het amateurvoetbal gooi ik deze reactie zonder pardon in de prullenbak.
Niet omdat het weer geen factor is. Niet omdat vijf wissels altijd genoeg zijn. Maar omdat het argument voorbijgaat aan het échte probleem dat al jaren langs de Nederlandse amateurvelden zichtbaar is. Een probleem waar we massaal overheen kijken: de manier waarop wisselspelers erbij zitten.


jopie 2

Wie op een willekeurige koude zaterdag langs de lijn staat, ziet het beeld dat ik al jaren zie. Jongens , en meiden, op de bank in een dun trainingsjasje. Soms zonder jas. Zonder deken. Zonder fatsoenlijke, warme clubkleding. De handen diep in de mouwen, schouders opgetrokken, benen verkrampt. Klaar om “zo” het veld in te gaan.

En dan zeggen we: doorwisselen met dit weer is niet ideaal? Nee. Koud worden langs de lijn is niet ideaal.

We hebben het in het amateurvoetbal graag over plichten. Spelers moeten er op tijd zijn. Ze moeten contributie betalen. Ze moeten zich gedragen. Ze moeten inzet tonen. Karakter laten zien. Doorbijten.

Maar mogen spelers ook rechten hebben?

Het recht om als wissel warm te blijven. Het recht op fatsoenlijke clubkleding als ze op de bank zitten. Het recht op een vereniging die begrijpt dat een lichaam dat twintig minuten stilzit bij een gevoelstemperatuur van -5 geen prestatie levert als het plots vol moet sprinten.

Opvallend genoeg hoor je daar zelden iemand over.

Sterker nog: het lijkt soms bijna stoer om te verkondigen dat je “nooit koud wordt”. Alsof rillen langs de lijn een vorm van mentale hardheid is. Alsof het ontbreken van een jas een statement is. Onzin natuurlijk. Kou is geen karaktertest. Kou is een blessurerisico.

Want laten we eerlijk zijn: spieren die afkoelen, functioneren minder goed. Dat is geen mening, dat is fysiologie. Een wisselspeler die na een half uur stilzitten plots een maximale sprint moet trekken, loopt simpelweg meer risico. Niet omdat er onbeperkt gewisseld wordt. Maar omdat hij of zij onvoldoende warm wordt gehouden.

En daar wringt het.

Onbeperkt wisselen is geen belasting voor het lichaam. Alsof vaker in en uit het veld stappen per definitie slecht is. Maar in het moderne voetbal ,zelfs in het amateurvoetbal ,wordt er intensiever gespeeld dan ooit. Het tempo ligt hoger. De ruimtes worden kleiner. De belasting per minuut is groter.

Onbeperkt wisselen kan juist een zegen zijn. Voor het spel. Voor de intensiteit. Voor de ontwikkeling van spelers. Voor de belastingregulatie.

Mits je de randvoorwaarden op orde hebt.

En daar laten veel verenigingen steken vallen.

Vroeger, hoor je dan, was dat allemaal niet nodig. Vroeger had je gewoon je eigen trainingspak. Dat ging aan over je wedstrijdshirt en je bleef warm. Klaar.

Precies.

Vroeger gebeurde het dus wél.

Het verschil is dat clubs tegenwoordig snel vergeten dat een set degelijke bankjassen of thermodekens geen overbodige luxe is. Dat een warme reservebank geen bijzaak is, maar onderdeel van professionaliteit. Ook op amateurniveau.

Het amateurvoetbal hoeft geen profvoetbal te zijn. Maar een normale zorg voor wisselspelers zou geen discussie moeten zijn.

Wat mij vooral verbaast, is de hardnekkige ontkenning. “De wisselspeler van tegenwoordig is nooit koud,” hoor je dan. Echt? Kijk eens goed. Kijk naar de houding. Naar het constante opstaan om even te bewegen. Naar de handen onder de oksels. Naar het moment dat iemand het veld in moet en eerst twee keer diep moet ademhalen om de kou uit zijn lijf te jagen. En kijk hem zitten naast teammanager nummer 3 die wel goed is ingepakt

Dat is de realiteit.

En dan kom je weer bij die discussie over onbeperkt wisselen. Want stel je eens voor dat we het goed regelen. Dat wisselspelers warm blijven. Dat ze actief blijven bewegen. Dan wordt het wisselen geen risico, maar een belangrijk instrument.

Een trainer kan inspelen op wedstrijdsituaties. Spelers kunnen meer minuten maken zonder overbelasting. Jong talent krijgt kansen zonder dat het team fysiek instort. Het spel blijft intens tot de laatste minuut.

Dat is geen bedreiging voor het voetbal. Dat is vooruitgang.

Het probleem is niet het aantal wissels. Het probleem is de manier waarop we omgaan met de spelers die wachten op hun kans. Misschien moeten we de discussie omdraaien. Niet: is onbeperkt wisselen verstandig? Maar: zijn wij als verenigingen professioneel genoeg om het verantwoord te faciliteren?

Want als een club het niet voor elkaar krijgt om haar wissels warm te houden, dan ligt het probleem niet bij de KNVB-reglementen. Dan ligt het probleem binnen de hekken van het eigen sportpark.

Onbeperkt wisselen is geen risico.

Onbeperkt gemakzucht is dat wel.

En zolang we blijven doen alsof rillende wisselspelers erbij horen, blijven we praten over de verkeerde discussie. Misschien wordt het tijd dat we niet alleen naar het veld kijken, maar ook eens serieus naar de bank. Daar begint namelijk meer dan we denken.




.