Code oranje? Ach joh, we hebben toch kunstgras we gaan lekker voetballen

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns


Maandagmorgen. De koffie is nog net te heet, de twee wedstrijdverslagen voor de Oostermoer zijn richting redactie gestuurd en dan is er ineens tijd. Tijd om eens wat cijfers naast elkaar te leggen. Zomaar even wat speurwerk, niets wetenschappelijks hoor, maar wel onthullend genoeg om je wenkbrauwen langzaam richting haargrens te zien verdwijnen.


jopie 2

District Noord.
Twintig zaterdagcompetities, samen goed voor 29 gespeelde duels. Code oranje.
Elf zondagcompetities, drie gespeelde duels. Code geel.

En nee, dat is geen typefout.

Natuurlijk, laten we meteen maar eerlijk zijn: er is een verschil in aantallen competities. Negen om precies te zijn. Dat verklaart iets. Maar niet alles. En zeker niet dit verschil. Want zelfs met een natte vinger, een rekenmachine die op halve kracht draait blijft één ding overeind: zaterdag werd er gespeeld alsof het om een zomers oefenpotje ging, zondag leek men ontdekt te hebben dat er iets bestaat als veiligheid.

Een voorzichtige conclusie,want we willen niet meteen overdrijven, zou kunnen zijn dat men op zondag meer heeft nagedacht. Dat er wel werd gedacht aan de vrijwilligers, aan de scheidsrechter die ook gewoon met de auto moet komen. En misschien zelfs aan de spelers zelf. Dat zou zomaar kunnen

Want één ding is duidelijk: op zaterdag is daar door een groot deel van de thuis spelende verenigingen totaal niet over nagedacht.

Of beter gezegd: er werd wel nagedacht, maar dan vooral over de vraag: “Kunnen we spelen?”
Niet: “Moeten we dit wel willen?”

Dat er ook op zondag clubs waren die pas laat besloten om tot afgelasting over te gaan, klopt. Maar er waren er ook,en daar mag best even bij stilgestaan worden, die op vrijdag al besloten: dit gaan we niet doen. Clubs die, figuurlijk gesproken, een keurige maar duidelijke middelvinger opstaken richting Zeist en zeiden: bedankt voor het vertrouwen dat we zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen

Hulde.

Een verantwoordelijkheid wat de bond natuurlijk zelf had moeten pakken. En ja, daar is al genoeg over gezegd en geschreven. Maar dit weekend maakte één ding pijnlijk duidelijk zichtbaar: we gaan nooit meer een algehele afgelasting door de KNVB meemaken.

Nooit meer.

Al gaat het KNMI volledig los met code oranje, al vliegen de bomen horizontaal door de provincie, al staan de snelwegen vol met knipperende matrixborden met de tekst, ga de weg niet op, als er ergens in ook maar één kunstgrasveld ligt dat “bespeelbaar” is, dan wast de KNVB de handen in onschuld en ligt de keuze bij de thuisclub.

Een thuisclub die vervolgens doodleuk van een uitspelende ploeg verwacht dat die “gewoon” de weg op gaat. Want ja, het veld ligt er toch goed bij? En de lijnen zijn nog zichtbaar. En de ballen rollen ook nog. Dat een uitspelend team niet blij is met dit besluit is bijzaak.

“Wij spelen.” Punt.

En daar zit precies het cynische randje. Want de KNVB heeft met dit beleid een perfecte alibi-constructie gecreëerd. Gaat het mis? Jammer. De beslissing lag bij de clubs. Wordt er gespeeld? Mooi. Competitieprogramma loopt door. Iedereen tevreden. Nou ja, bijna iedereen.

Want stel je even voor: jij bent trainer of begeleider van een uitspelende ploeg. Het KNMI schreeuwt code oranje, de weerapps buitelen over elkaar heen met waarschuwingen en je krijgt een appje: “Wij spelen gewoon.”
Dan is de verleiding groot om te antwoorden: “Prima. Kom hier maar heen wanneer jullie zo graag willen voetballen.”

Maar ja, zo werkt het niet. Reglementen, boetes, puntenaftrek, “sportieve verplichtingen”.

En zo dwingt men mensen de weg op. Niet omdat het verstandig is, maar omdat het moet. Niet omdat het veilig is, maar omdat er ergens een kunstgrasmat ligt die bespeelbaar is.

Het verschil tussen zaterdag en zondag laat zien dat het dus wel kan. Dat clubs prima zelf kunnen nadenken. Dat je niet altijd hoeft te wachten tot een bond in actie komt. Maar het laat ook zien hoe scheef het systeem inmiddels is gegroeid.

Zaterdagvoetbal leek zaterdag op: wie durft, die speelt.
Zondagvoetbal liet zien: laten we even normaal doen.

En misschien zegt dat wel alles.

Want voetbal is belangrijk. Zeker. Maar niet zó belangrijk dat we massaal doen alsof code oranje slechts een suggestie is. Alsof veiligheid een detail is. Alsof verantwoordelijkheid iets is dat je eenvoudig kunt doorschuiven naar een niet nadenkende thuisclub.

Dit weekend was geen incident. Dit was een voorproefje. Een bevestiging van een trend. En wie denkt dat dit een eenmalige uitglijder was, komt bedrogen uit. De volgende code oranje komt vanzelf weer. En dan weten we nu al hoe het gaat. Er ligt ergens een bespeelbaar kunstgrasveld en we spelen….want dat heeft dit weekend wel bewezen!