Code oranje, maar er werd ‘gewoon’ gevoetbald ...

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns






Code oranje. Twee woorden, één duidelijke boodschap: gevaarlijk weer. Geen nuance, geen ruimte voor interpretatie, geen “maar we kijken het nog even aan”. Het KNMI is doorgaans niet hysterisch aangelegd. Als zij code oranje afgeven, dan is dat omdat de kans op schade, overlast en gevaarlijke situaties groot is. Niet misschien. Groot. En toch bleef het stil. Vanuit Zwolle, waar district Noord wordt aangestuurd, geen actie. Geen richtlijn. Geen duidelijk signaal naar verenigingen. Want ja, er kon toch ‘gewoon’ gevoetbald worden.

.

jopie 2



Het is die redenering die bij mij blijft knagen. Want wat betekent ‘gewoon’ als Ezinge zaterdag verandert in een ijsbaan die met gemak kan wedijveren met Inzell, waar dit weekend World Cup-wedstrijden worden verreden? Wat is ‘gewoon’ als een simpel middagwandelingetje al voelt als een survivaltocht. Maar vooral: wie bepaalt dat ‘gewoon’ belangrijker is dan veilig?

Gisteravond kwam dat alles samen in een gesprek met een trainer, die zijn uitduel had gewonnen, voor een belverslag. Het ging over het duel maar eigenlijk ging het nergens anders over dan verantwoordelijkheid. Over keuzes maken. Over de vraag: wat als een team had gezegd “wij volgen het advies van het KNMI en gaan niet op pad voor een uitwedstrijd”?

Een logische vraag. Een hele redelijke ook.

Stel je het scenario eens voor. Gladheid die niet met een zakje zout is opgelost. Wegen die glimmen van het ijs. Regen die alles net dat ene extra gevaarlijke laagje geeft. En dan die gedachte: moeten wij dit echt doen voor negentig minuten amateurvoetbal?

Ik zou het moedig hebben gevonden als een team had gezegd: “Tot hier en niet verder.” Niet laf. Niet gemakzuchtig. Maar verstandig. In lijn met het officiële advies van de instantie die in Nederland letterlijk over het weer gaat.

Maar precies daar wringt het. Want iedereen die de KNVB een beetje kent, weet eigenlijk al wat er waarschijnlijk gebeurd zou zijn. Geen applaus. Geen schouderklopje. Geen “goed dat jullie verantwoordelijkheid nemen”. Nee, eerder een reglement dat uit de kast wordt getrokken, een competitieleider die wijst op verplichtingen en een mogelijke sanctie die als een donkere wolk boven de club hangt.

Wedstrijd niet gespeeld? Dan ben je niet komen opdagen. En niet komen opdagen betekent punten inleveren, boetes, misschien zelfs een stempel dat je ‘lastig’ bent. Veiligheid is mooi, maar de wedstrijdplanning is heilig.

Het wrange is dat dezelfde KNVB bij code oranje in andere contexten ineens wél begrijpt dat dingen anders lopen. Bij profvoetbalwedstrijden wordt er sneller geschakeld. Overleg. Uitstel. Veiligheidsdiensten die hun zegje doen. Maar in het amateurvoetbal lijkt de gedachte te zijn: ach, dat red je wel. Alsof ijzel onderscheid maakt tussen een eredivisiespeler en een rechtsback van een club uit de het amateurvoetbal

En laten we eerlijk zijn: het gaat hier niet alleen om spelers. Het gaat om trainers die onderweg zijn, om vrijwilligers die velden openen, om scheidsrechters die soms tientallen kilometers rijden voor een wedstrijd die ook volgende week gespeeld kan worden. Allemaal mensen die denken waar zijn we in hemelsnaam mee bezig?

Het antwoord is pijnlijk simpel: met voetbal om het voetbal.

De KNMI-waarschuwing is geen vrijblijvend advies. Het is geen suggestie die je kunt negeren omdat het competitieprogramma strak zit. Het is een serieuze waarschuwing die bedoeld is om ongelukken te voorkomen. En ja, dat betekent soms dat je moet besluiten om niet te spelen. Dat de bal een keer níét rolt.

Het probleem is dat die beslissing nu te vaak wordt doorgeschoven. Naar clubs waar er helaas ook zijn die niet verder denken dan drie punten. Naar trainers. Naar teams. Terwijl de verantwoordelijkheid eigenlijk hoger ligt. Bij bonden, districten, bestuurders. Bij mensen die overzicht hebben en beleid maken.

Want wat gebeurt er als een team zelf besluit niet te gaan? Dan staan ze alleen. Tegenover een systeem dat weinig ruimte laat voor gezond verstand als dat botst met regels op papier.

En dat is precies waarom deze vraag zo blijft hangen. Niet omdat we het antwoord niet kennen, maar omdat we het antwoord al vrezen.

De KNVB had gisteren een duidelijk signaal kunnen afgeven. Eén bericht. Eén richtlijn. “Code oranje. District Noord afgelast!!! .” Klaar. Geen discussie. Geen twijfel. Geen clubs die elkaar aankijken en denken: wat doen jullie?

Dat signaal kwam niet. En dus reed iedereen op eigen risico. Met goede bedoelingen, dat zeker. Maar ook met een onderbuikgevoel dat dit eigenlijk niet klopte.

Voetbal is belangrijk. Het verbindt, ontspant, geeft structuur. Maar het is nooit zo belangrijk dat je ervoor over een ijsbaan moet glibberen. Dat je mensen in gevaar brengt omdat er ergens een schema gehaald moet worden.

Misschien wordt het tijd dat code oranje ook in Zeist en Zwolle écht oranje kleurt. Niet als formaliteit, maar als grens. Als moment waarop gezond verstand wint van regeldruk.

Tot die tijd blijft de vraag bij hangen zou het niet op komen dagen met een oranje deken zijn bedekt of zou het team in kwestie drie punten kwijt zijn geweest.