Weekendvoetbal: logische ontwikkeling of opgelegde dwang?
Wanneer je op een winterse woensdag, 7 januari, door sneeuw en gure wind gedwongen wordt om binnen te blijven, is het speuren op internet naar voetbalnieuws een welkome afleiding. Waar sociale media vollopen met de familie Hamsters en andere randzaken die mij persoonlijk niet interesseren, bleef mijn aandacht hangen bij een artikel in de Brabantse krant De Stem. Een artikel dat onder veel amateurverenigingen de nodige woede heeft losgemaakt.

Aanleiding is het plan van de KNVB om met ingang van het seizoen 2026-2027 het zogenoemde weekendvoetbal ook in de tweede en derde klasse verplicht in te voeren. Een besluit dat door veel clubs als hautain en betuttelend wordt ervaren. Verenigingen voelen zich niet gehoord en zijn klaar met een bond die volgens hen van bovenaf bepaalt wat goed is voor het amateurvoetbal, zonder oog te hebben voor lokale omstandigheden.
Het weekendvoetbal is geen nieuw fenomeen. In de hogere klassen is het al langer de norm en ook in lagere klassen is er een duidelijke verschuiving zichtbaar. Steeds meer clubs maken vrijwillig de overstap van zondag naar zaterdag. Dat is een ontwikkeling die de KNVB nu wil versnellen door deze ook in de tweede en derde klasse verplicht te stellen.
Kijken we naar de situatie in district Noord, dan zien we die verschuiving duidelijk terug in de cijfers. In dit district zijn er vanaf de tweede tot en met de vijfde klasse in totaal twintig competities op zaterdag en twaalf op zondag. Waar het in de tweede klasse nog een verhouding van ongeveer twee zaterdagcompetities tegenover één zondagcompetitie betreft, is dat in de derde klasse al gelijk verdeeld met drie om drie. In de vierde en vijfde klasse lopen de verschillen verder op. In de vierde klasse is de verhouding zeven zaterdag- tegen drie zondagcompetities, terwijl dat in de vijfde klasse zelfs acht tegen vier is.
Deze cijfers laten zien: het zaterdagvoetbal floreert, terwijl het zondagvoetbal het steeds zwaarder krijgt. Oorzaken zijn bekend. Werk op zondag, veranderende sociale patronen, de aantrekkingskracht van zaterdagvoetbal voor jeugdspelers en de wens om binnen een vereniging alles op één dag te laten plaatsvinden. Het zijn de redenen waarom clubs de overstap maken.
Maar betekent deze ontwikkeling automatisch dat de KNVB clubs moet verplichten om datzelfde pad te volgen? Daar wringt de schoen. De voorzitter van DIA uit het Brabantse Teteringen verwoordde het treffend: laat clubs dit zelf bepalen. En dat standpunt is goed te verdedigen. Elke vereniging heeft zijn eigen identiteit, geschiedenis en praktische realiteit. Voor sommige clubs is zondagvoetbal geen last, maar juist een bewuste keuze.
Er zijn genoeg redenen te bedenken waarom een club voor zondagvoetbal kiest of moet kiezen. Denk aan leden die op zaterdag werken, vrijwilligers die op zondag beschikbaar zijn, jeugdtrainers die hun zaterdag al gevuld hebben of simpelweg een cultuur waarin zondagvoetbal diep verankerd zit. Voor die clubs voelt een verplichte overstap niet als een logische ontwikkeling, maar als een opgelegd experiment.
Ook in district Noord zullen er ongetwijfeld verenigingen zijn die moeite hebben met het besluit van de KNVB. Niet omdat zij tegen verandering zijn, maar omdat die verandering hun organisatie raakt. Vrijwilligers zijn schaars, accommodaties zijn niet altijd geschikt voor een volle zaterdag en samenwerking met omliggende clubs kan onder druk komen te staan.
Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat in onze regio, het verspreidingsgebied van de Ommelander Courant, de impact beperkt zal zijn. Hier is de zaterdag de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker dé voetbaldag geworden. Veel verenigingen hebben de overstap al gemaakt en zien daar de voordelen van in. Voor hen zal het besluit van de KNVB weinig veranderen.
Dat neemt niet weg dat de kern van de discussie blijft: moet een bond sturen of faciliteren? Het amateurvoetbal is gebouwd op vrijwilligers Juist daarom zou maatwerk het uitgangspunt moeten zijn. Stimuleer weekendvoetbal waar het logisch is, maar dwing het niet af waar het wringt.