Vrijwilligers gezocht – maar wie staat er nog op?

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Bardienst draaien. Wedstrijden fluiten of begeleiden. Leider of train(st)er zijn van een team. Zitting nemen in het bestuur of een commissie. Onderhoud plegen, schoonmaken.
Het zijn taken die op vrijwel iedere website van een amateurvoetbalvereniging terug te vinden zijn, meestal netjes opgesomd boven of onder een aanmeldformulier. Enthousiaste aspirant-vrijwilligers mogen daar zelf aankruisen waar hun hart sneller van gaat kloppen.



jopie 2



De realiteit is echter een stuk weerbarstiger.
Deze week sprak ik toevallig een oud-marathonschaatster over het ‘teruggeven aan je sport’. Een begrip dat in veel sporten bijna vanzelfsprekend is. Jarenlang profiteer je van trainers, begeleiders, bestuursleden en vrijwilligers, en op enig moment voel je de behoefte om iets terug te doen. Niet omdat het moet, maar omdat het zo hoort.

In het amateurvoetbal ligt dat anders. Niet dat er géén vrijwilligers zijn, die zijn er gelukkig wel , maar de vanzelfsprekendheid ontbreekt. De groep voetballers van vroeger die actief blijft als jeugdtrainer of leider wordt kleiner. En voor veel andere taken geldt hetzelfde: men kijkt liever even om zich heen, in de hoop dat iemand anders zijn hand opsteekt.

Wie een willekeurige clubwebsite bezoekt, vaak verouderd en nauwelijks bijgehouden, ziet het patroon direct. Openstaande vacatures. Lege commissies. Bestuursfuncties die tijdelijk worden waargenomen door iemand die eigenlijk al had willen stoppen. Het woord ‘chronisch’ is hier niet overdreven: het tekort aan vrijwilligers is structureel.

En dat tekort gaat de komende jaren niet vanzelf verdwijnen.

Tien jaar geleden was het ondenkbaar dat een kantine op een trainingsavond gesloten bleef. Laat staan op een wedstrijddag. De kantine was het kloppend hart van de vereniging. Daar werd nagepraat, gelachen, gediscussieerd en plannen gemaakt. Altijd was er wel iemand achter de bar te vinden.

Na de coronapandemie is dat beeld drastisch veranderd. Veel mensen ontdekten wat het betekent om geen verplichtingen te hebben. Geen vaste bardienst. Geen vergaderingen op doordeweekse avonden. Geen appjes omdat er last-minute iemand uitvalt. Die vrijheid beviel.

En wie eenmaal heeft ervaren hoe het is om die verplichtingen los te laten, keert zelden terug. Een groot deel van de vrijwilligers die tijdens of na corona afhaakten, is definitief verdwenen. Niet uit onwil, maar uit hernieuwd besef van tijd en energie.

De hoop is nu gevestigd op een nieuwe generatie. Maar dat is een riskante gok.

De huidige generatie voetballers en ouders leeft anders dan die van twintig of dertig jaar geleden. Voetbal is belangrijk, maar zelden nog prioriteit nummer één. Werk, gezin, sociale verplichtingen, flexibiliteit en vrije tijd wegen zwaar. Een vaste rol binnen een vereniging past daar niet altijd meer bij.

Toch blijven veel verenigingen hopen dat mensen zich ‘vanzelf’ aanmelden. Dat ouders wel een keer zullen zeggen: “Laat mij dat team maar doen.” Of dat een speler na zijn carrière automatisch trainer wordt. Maar die tijd is voorbij.

Daar komt bij dat een groot deel van het vrijwilligersbestand inmiddels uit de 60+-generatie bestaat. Mensen die jarenlang hebben gedragen, geregeld en opgelost. Bestuursleden die al decennia meelopen. Kantinevrijwilligers die elke zaterdag paraat staan. Onderhoudsploegen die het sportpark beter kennen dan hun eigen achtertuin.

Maar ook zij haken af. Door leeftijd, gezondheid of simpelweg omdat het genoeg is geweest. En de opvolging is er niet.

Dat brengt veel verenigingen in zwaar weer. Niet alleen organisatorisch, maar ook financieel en sportief. Een gesloten kantine betekent minder inkomsten. Geen scheidsrechter betekent geen wedstrijd. Geen trainer betekent geen team. Het amateurvoetbal draait niet op contributies en subsidies alleen; het draait op mensen.

Misschien is het tijd voor een andere benadering. Minder hopen, meer actief vragen. Minder functies ‘voor onbepaalde tijd’, meer afgebakende taken. Niet vragen om vrijwilligers, maar om een uur. Of twee. Een paar keer per seizoen. Duidelijkheid en flexibiliteit kunnen drempels verlagen.

Daarnaast vraagt het om eerlijkheid. Vrijwilligerswerk is geen last, maar ook geen vrijblijvendheid. Een vereniging kan alleen bestaan als iedereen iets bijdraagt. Dat hoeft niet groots te zijn, maar wel bewust.

Want blijven geloven dat mensen zichzelf wel aanmelden, is inderdaad een utopie.

Zonder verandering dreigt het amateurvoetbal langzaam vast te lopen. Niet door gebrek aan spelers, maar door gebrek aan mensen die het mogelijk maken dat er überhaupt gespeeld kan worden. En dat zou misschien wel de grootste nederlaag zijn die het amateurvoetbal kan lijden.