Geen reden tot paniek: Koning Winter fluit de KNVB terug
Er zijn van die momenten waarop je als amateurvoetballer, bestuurder of supporter even achterover kunt leunen, een warme kop koffie kunt pakken en met lichte spot kunt vaststellen: zie je wel, de natuur wint altijd. Het tweede weekend van januari 2026 is zo’n moment. Officieel door de KNVB uitgeroepen tot hét eerste inhaalweekend na de winterstop, maar in de praktijk vakkundig om zeep geholpen door Koning Winter. En eerlijk is eerlijk: dat voelt toch een beetje als gerechtigheid.

Voor de amateurverenigingen waarvan selectie, staf, bestuursleden en vaste supporters in datzelfde weekend richting warmere oorden vertrekken voor wat men tegenwoordig heel stoer een ‘trainingskamp’ noemt, is er dan ook geen enkele reden tot paniek. Geen stress, geen slapeloze nachten en vooral: geen noodgrepen. Want laten we wel wezen, een competitiewedstrijd spelen terwijl de halve selectie in een vliegtuig zit, is nooit een goed idee geweest.
Het beeld is bekend. Een reserveteam dat met frisse tegenzin uit de winterslaap wordt gehaald, aangevuld met een paar trouwe strijders uit het 45+-team. Mannen met een gouden hart, maar knieën die bij iedere sliding alvast hun ontslagbrief schrijven. Iedereen weet hoe dat afloopt: een kansloze nederlaag, keurig genoteerd in de stand, met het stempel ‘had niet gehoeven’. Competitievervalsing? Jazeker. Maar dan in omgekeerde vorm. En vooral: totaal overbodig.
Toch vond men in Zeist het een strak plan. Het tweede weekend van januari, midden in de winter, uitroepen tot inhaalweekend. Alsof Nederland plotseling een soort mild klimaat heeft gekregen waar de vorst netjes tot eind februari wacht. Alsof velden zich vrijwillig laten ontdooien omdat de KNVB dat zo heeft bedacht. Bureaucratische logica op zijn best: op papier klopt het, dus in de praktijk zal het ook wel werken.
Maar daar was Koning Winter. Onverbiddelijk, ouderwets en totaal ongevoelig voor de ideeën van de KNVB . Velden hard als beton, bedekt met een laag sneeuw die alleen in sprookjes romantisch is. En zo gaan er zaterdag 5E doodleuk vier inhaalduels de prullenbak in. Wedstrijden die nooit gespeeld hadden mogen worden, laat staan ingepland.
Het mooie is: dit kwam niemand echt slecht uit. Sterker nog, voor veel clubs kwam het perfect uit. De vooruitzichten richting het tweede weekend van januari waren al maanden bekend. Clubs die hun heil zoeken in Spanje, Portugal of een ander oord waar het gras wél groen is, konden opgelucht ademhalen. Geen gedoe, geen telefoontjes, geen schaamtevolle uitleg aan de competitieleider. Gewoon doen waar ze voor kwamen: trainen, lachen, eten, drinken en samen op pad zijn.
Want laten we eerlijk zijn: dat is waar die tripjes voor het overgrote deel om draaien. Ja, er wordt getraind. Soms zelfs serieus. Maar minstens zo belangrijk zijn de verhalen. De koffers die terugkeren naar Nederland zitten niet alleen vol vuile was, maar vooral vol anekdotes die nog maandenlang door de kantine galmen. En dat is helemaal niet erg. Dat is verenigingsleven.
Het is een tendens die zich als een olievlek uitbreidt. Steeds meer teams kiezen ervoor om na die korte winterstop even weg te gaan. Sommigen maken er een serieuze sportieve bezigheid van, met meerdere trainingen per dag en oefenwedstrijden tegen andere teams die voor hetzelfde hebben gekozen. Maar voor de meeste teams is het simpelweg: www.paardagenweg.nl. En ook dat is prima. Want voetbal is meer dan alleen negentig minuten op zaterdag.
En precies dat lijkt men bij de KNVB maar niet te begrijpen. In Zeist buitelen ze over elkaar heen als het gaat om eigen snoepreisjes, congressen en internationale uitstapjes, maar het idee dat amateurverenigingen via sponsoren en een eigen bijdrage een paar leuke dagen organiseren, lijkt daar niet echt te landen. Dan heet het ineens ‘onwenselijk’ of ‘verstorend voor de competitie’.
Zelf ben ik geen liefhebber van sneeuw. Je hebt er drie keer last van: als het komt, wanneer het er ligt en wanneer het weer weggaat. En toch is er nu een zekere pret. Niet alleen om die witte troep en de bijbehorende vorst, maar vooral omdat het in Zeist weer eens misging. Een keiharde botsing tussen theorie en praktijk. Tussen Excel en de echte wereld.
Misschien is dat wel de les. Dat je het amateurvoetbal niet moet proberen te vangen in schema’s, blokken en ‘ideale weekenden’. Dat je rekening moet houden met winter, met vrijwilligers, met mensen die dit spelletje spelen omdat ze het leuk vinden. En niet omdat het zo mooi in de planning past.
Tot die tijd kunnen we lachen. Om de afgelaste wedstrijden, om de ijzige velden en om de gedachte dat er ergens in Zeist iemand met gefronste wenkbrauwen naar de kalender kijkt. Geen reden tot paniek. Er wordt toch niet gevoetbald.