Wanneer vuur wint van voetbal

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Vijfendertig jaar. Dat is geen hobby meer, dat is een leven. Vijfendertig jaar waarin op dinsdagavond een sporthal in Bedum veranderde in iets groters dan beton, lijnen en doelen. De sporthal aan De Vlijt was geen gebouw, het was een afspraak. Een ritme. Een vast moment in de week waarop mannen, geen jongens, even alles loslieten wat er buiten die hal speelde. Werk, zorgen, ouder worden. Een uur lang zaalvoetbal. Volle bak. Zonder franje. Met zweet, tackles, gelach en verhalen die de volgende ochtend nog nagalmden.




jopie 2

Wie ooit op woensdagochtend een van mijn teamgenoten bij de training van SV Bedum Oldstars hoorde vertellen over “gisteravond”, wist genoeg. Dat ging niet alleen over doelpunten of gemiste kansen. Dat ging over plezier. Over voetbal zoals voetbal bedoeld is, puur.

En dat is nu weg.

Niet omdat de liefhebbers ermee stopten. Niet omdat de knieën het begaven of de adem te kort werd. Maar omdat een stel figuren in hoodies het nodig vond om een sporthal in de fik te steken. Alsof het niets was. Alsof je zomaar een gemeenschap kunt aansteken en daarna je schouders ophaalt.

Laat dat even inzinken.

Een plek waar decennia aan herinneringen lagen opgeslagen, waar vriendschappen ontstonden en in stand bleven, waar generaties elkaar kruisten, is in één nacht verwoest. Niet door noodlot. Niet door een storm. Maar door vandalisme. Door bewuste domheid. Door mensen die geen enkele binding voelen met wat ze kapotmaken.

En ja, de boosheid in Bedum is groot. Terecht. Maar boosheid alleen bouwt geen sporthal terug. Boosheid geeft die mannen hun dinsdagavond niet terug. Boosheid laat ook mijn teamgenoot niet meer vertellen over die ene sliding of dat onverwachte doelpunt.

Wat het extra wrang maakt, is dat wordt gezegd dat de daders zelf ook voetballers zijn. Laat me daar glashelder over zijn: dat zijn géén voetballiefhebbers. Nooit geweest ook. Wie van voetbal houdt, wie begrijpt wat sport betekent voor mensen, voor dorpen, voor gemeenschappen, die steekt geen sporthal in brand. Punt.

Dit zijn geen voetballers. Dit is tuig.

Tuig dat niets begrijpt van saamhorigheid. Niets van geschiedenis. Niets van verantwoordelijkheid. En vooral: niets van de schade die ze aanrichten die verder gaat dan stenen en staal.

Want de echte schade zit niet in de as. Die zit in het gemis. In het wegvallen van een vast ankerpunt in de week. In het feit dat een groep mannen nu geen plek meer heeft om samen te komen. Dat iets wat altijd vanzelfsprekend was, ineens verdwenen is.

We hebben het tijdens de jaarwisseling al gezien. Nederland gegijzeld door hetzelfde soort gedrag. Brand, vernieling, totale onverschilligheid voor alles en iedereen. En elke keer klinkt hetzelfde refrein: “Het is maar vuurwerk”, “Het is maar vandalisme”, “Het is maar een gebouw”.

Nee. Het is nooit “maar”.

Het is altijd iemands herinnering. Iemands plek. Iemands ritme. Iemands verhaal.

En daarom doet dit pijn. Niet alleen in Bedum, maar bij iedereen die begrijpt wat sport kan zijn. Bij iedereen die ooit in een kleedkamer zat waar het naar zweet rook. Bij iedereen die weet dat voetbal op dit niveau niets te maken heeft met geld, status of Instagram, maar alles met menselijkheid.

Ook voor Puurvoetbalonline is dit een mokerslag. Want als dit al verdwijnt, wat blijft er dan over? We hebben het altijd over de basis van het voetbal. Over breedtesport. Over verenigingen als hart van de samenleving. Maar dat hart kun je niet blijven mishandelen zonder gevolgen.

En laten we eerlijk zijn: wat hier is afgebrand, komt nooit meer volledig terug. Je kunt een nieuwe hal bouwen. Mooier, moderner, duurder. Maar je kunt geen 35 jaar geschiedenis reconstrueren.

Daarom mogen de daders wat mij betreft hun leven lang dokken. Elke euro. Elke cent. Niet uit wraak, maar uit rechtvaardigheid. Laat ze maar voelen dat daden consequenties hebben. Dat je niet ongestraft een gemeenschap verbrandt. Maar zelfs dat is niet genoeg. Want hoe betaal je een dinsdagavond terug? Hoe vergoed je vriendschap? Hoe compenseer je een verhaal dat nooit meer verteld wordt?

Dat kan niet.

En dat is precies waarom deze boosheid nodig is. Omdat wegkijken geen optie is. Omdat relativeren hier misplaatst is. Omdat dit geen incident is, maar een symptoom van een samenleving die te vaak accepteert dat een kleine groep alles kapot mag maken. De sporthal aan De Vlijt is weg. Maar de herinnering blijft. En die verdient respect. Die verdient boosheid. Die verdient dat we dit blijven benoemen voor wat het is. Geen ongeluk. Geen pech. Maar pure, zinloze vernietiging van puur voetbal. En dat mag nooit normaal worden.