Waarom het team van Morris wel en het team van Tim niet

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

In Noord-Holland weten ze het al. De jeugdteams, de trainers, de ouders, de appgroepen: iedereen weet waar hij of zij aan toe is. De indeling voor fase 3 van de jeugdcompetitie is daar al bekend. Tegen wie wordt er gespeeld, wanneer, waar. Rust. Duidelijkheid. Structuur.


jopie 2

In Groningen is het echter nog steeds wachten. Geen schema, geen tegenstanders, geen enkele concrete informatie. Alleen stilte. En dat roept vragen op. Hele simpele vragen zelfs. Waarom het team van Morris wel, en het team van Tim niet?

Dat is logisch, zou de beste voetballer die Nederland ooit heeft voortgebracht waarschijnlijk hebben gezegd. Want in Groningen spelen natuurlijk véél meer jeugdteams. Zoveel meer, dat provincies als Noord-Holland er alleen maar met open mond naar kunnen kijken. Aantallen waar men in het westen, midden en zuiden uitsluitend van kan dromen.

Daar moeten jeugdwedstrijden regelmatig worden afgelast wegens een tekort aan spelers. Teams die met moeite voldoende spelers bij elkaar sprokkelen, trainers die op vrijdagavond nog smeekberichten sturen, ouders die zich afvragen of het zaterdag überhaupt doorgaat. In het noorden is dat probleem onbekend. Hier is altijd wel een speler van een lager team die “nog wel een extra wedstrijdje” wil spelen. Geen drama. Geen stress. Gewoon voetballen.

Maar dat enorme verschil in aantallen heeft natuurlijk ook gevolgen. Zeker als het gaat om de indeling van fase 3, de voorjaarsfase. Want hoe minder teams, hoe makkelijker het is om een schema te maken. Voor pak ’m beet 150 jeugdteams in Noord-Holland is zo’n indeling een overzichtelijk klusje. Een paar klikken, een paar controles, en klaar.

Maar in het noorden? Daar denderen ieder weekend minimaal 5000 jeugdteams over de velden. Een logistieke megaklus. Een operatie van formaat. Iets waar maanden voorbereiding voor nodig is. Iets wat alleen lukt met een hele organisatie, veel mankracht en perfecte afstemming tussen districten.

Tenminste, dat zou je denken.

Want blijkbaar moet district Noord wachten. Wachten op medewerkers uit andere districten. Wachten op systemen. Wachten op besluitvorming. Wachten op… ja, op wat eigenlijk? Ondertussen kijken spelers en trainers elkaar aan. Ouders vragen wanneer ze hun agenda kunnen plannen. En opa’s, zoals ik, vragen zich hardop af hoe dit in hemelsnaam mogelijk is.

Dus ja, het klinkt allemaal heel logisch. Het noorden is groot. Complex. Druk. En daarom moeten de jeugdteams hier nog even wachten, terwijl hun leeftijdsgenoten elders vóór de feestdagen al wisten tegen wie ze op 24 januari fase 3 mochten openen.

Maar laten we eerlijk zijn.

Het bovenstaande is natuurlijk complete onzin.

Het is een mooi verhaal maar het heeft niets met aantallen te maken. Niets met complexiteit. En niets met “het noorden”. Wat het wél blootlegt, is dat men binnen het district Noord van de KNVB het organiseren van een jeugdcompetitie nog steeds niet onder de knie heeft. Want dit is geen eenmalig incident. Dit is geen uitzondering. Dit is een patroon want altijd zijn ze de laatste. Elk seizoen weer dezelfde onduidelijkheid. Elke fase weer dezelfde vertraging. En elke keer weer dezelfde uitleg die nergens echt over gaat. Ondertussen wordt er wel verwacht dat verenigingen flexibel zijn. Dat trainers zich aanpassen. Dat ouders begrip tonen. En dat spelers vooral blijven genieten. Maar genieten begint bij duidelijkheid. Bij weten waar je aan toe bent. Bij het gevoel dat er iemand aan het roer staat.

En dat gevoel ontbreekt volledig.

Het is schrijnend dat jeugdteams in het noorden structureel later zijn dan de rest van het land. Alsof het hier minder belangrijk is. Alsof de tijd van spelers, ouders en vrijwilligers hier minder telt. Alsof het vanzelf wel goedkomt, omdat men in het noorden toch niet klaagt.

Maar dat beeld klopt allang niet meer.

Want achter elk jeugdteam zitten vrijwilligers die hun weekenden opofferen. Trainers die schema’s willen maken. Ouders die werk, gezin en sport proberen te combineren. En kinderen die simpelweg willen weten tegen wie ze gaan spelen. Morris. Tim. En al die anderen.

Als opa van Morris en Tim zie ik het van dichtbij. Het ene team heeft duidelijkheid, kan vooruitkijken, plannen maken. Het andere team tast in het duister. Niet omdat ze minder zijn. Niet omdat ze anders zijn. Maar omdat ze toevallig in het verkeerde district voetballen.

En dat zou in een land met één voetbalbond nooit zo mogen zijn.

De KNVB is groot. Professioneel. Landelijk georganiseerd. Althans, dat is het idee. Maar zolang de basis, de jeugd, zo verschillend wordt behandeld, is dat idee weinig meer dan een papieren werkelijkheid.

Het is tijd dat district Noord stopt met verklaren en begint met organiseren. Dat het wiel eindelijk eens wordt uitgevonden. Of beter nog: dat men leert hoe andere districten het al jaren doen.

Want voetbal is voor iedereen.
Niet alleen voor wie toevallig in het westen, midden of het zuiden van ons land speelt

Johan Staal
Schrijver
en trotse opa van Morris en Tim