Ruim 17 jaar langs de lijn: tellen wat niet meer te tellen is
Wanneer je, zoals ik inmiddels al ruim zeventien seizoenen, als verslaggever langs de lijn staat, komt vroeg of laat die ene vraag voorbij. Een vraag die op het eerste gezicht simpel lijkt maar wat in werkelijkheid allesbehalve dat is: hoeveel wedstrijden heb je eigenlijk bezocht?

Het is zo’n vraag die je even doet stilvallen. Niet omdat je het antwoord niet wílt geven, maar omdat het antwoord simpelweg niet exact te geven is. Het bijhouden van krantenknipsels en verslagen is de laatste jaren namelijk niet echt meer mijn ding geweest. Sterker nog: enkele maanden geleden werd de vliering aan de Peperweg 7 opgeruimd. Wat daar allemaal stond en lag, verdween voor zo’n 99 procent in de container. Dikke prima overigens. Bewaren om het bewaren schoot al lang niet meer op.
Toch bleef die vraag hangen. Hoeveel duels heb ik inmiddels gezien? Hoe vaak stond ik daar, weer of geen weer, langs een veld ergens op Het Hogeland of daarbuiten?
In mijn beginperiode als verslaggever was het landschap compleet anders dan nu. Er werd volop op zondag gevoetbald. En die zondag, dat is voor mij nog altijd dé ultieme voetbaldag. De rust, het ritme, de geur van nat gras, koffie en de bekenden langs de lijn, het hoorde er allemaal bij.
In mijn eerste volledige seizoen als verslaggever, het seizoen 2008-2009, stond ik vrijwel ieder weekend op zondag langs de lijn bij clubs als Eenrum, Kloosterburen, Warffum, Bedum, Hunsingo of soms Usquert. Dat betekende vaak twee wedstrijden per weekend. Week in, week uit. En altijd met volle teugen genoten.
Langzaam maar zeker begon dat beeld te veranderen. Clubs verdwenen van het zondagse toneel of speelden steeds minder structureel op die dag. Usquert verdween af en toe, Noordpool was de eerste club op Het Hogeland die de overstap maakte van zondag naar zaterdag. Niet veel later volgde vv Bedum, dat samen met CVVB verderging als SV Bedum.
Daar bleef het niet bij. Ook in Winsum werd besloten de krachten te bundelen en gingen Hunsingo en VIBOA samen verder als vv Winsum. Opnieuw een zondagclub minder. Daarna kwam Warffum aan de beurt: ook daar werd de zondag ingeruild voor de zaterdag. Vervolgens maakte Eenrum dezelfde keuze.
Kloosterburen hield het nog even vol, maar besloot uiteindelijk ook om naar de zaterdag te verhuizen. Daarmee bleef Usquert als enige zondagclub op Het Hogeland over. Een eenzame uitzondering in een regio waar het zondagvoetbal ooit zo vanzelfsprekend was.
Voor mij persoonlijk had dat grote gevolgen. Waar de zondag jarenlang automatisch was ingevuld met voetbal, ontstonden er ineens ‘vrije’ zondagen. Usquert speelde immers niet elke week thuis. En een enkele club kan onmogelijk het gemis van een compleet zondagprogramma opvangen.
Dat Usquert nu als enige over is, laat zien hoe het zondagvoetbal op sterven na dood is. En het blijft niet beperkt tot Het Hogeland. Ook verderop in de provincie Groningen en in de kop van Drenthe, waar ik voor de Oostermoer schrijf, zijn er verenigingen die serieus overwegen om de overstap te maken.
Een overstap waarbij sportief succes vaak als argument wordt gebruikt. Maar als we eerlijk zijn, is dat een nogal dubieus argument. Wie de clubs bekijkt die zijn overgestapt of via fusies verder zijn gegaan, ziet geen enkel overtuigend bewijs dat het sportief beter is geworden. Integendeel zelfs.
Neem Kloosterburen. Daar lag de publieke belangstelling op zondag de laatste jaren duidelijk hoger dan nu op zaterdag. Meer mensen langs de lijn, meer betrokkenheid, meer sfeer. Het zijn zaken die je niet zomaar terugwint door simpelweg een andere speeldag te kiezen.
Maar terug naar die oorspronkelijke vraag: hoeveel wedstrijden heb ik nu eigenlijk bezocht?
Exact tellen kan ik ze niet meer. Daarvoor zijn te veel notities verdwenen, te veel herinneringen vervaagd en te veel seizoenen voorbijgegaan. Maar een voorzichtige, realistische schatting brengt me op ongeveer 850 wedstrijden langs de lijn. Acht-honderd-vijftig keer langs een veld. Acht-honderd-vijftig keer een notitieboekje in de hand, een praatje vooraf, en vaak met bekenden langs de lijn.
Dat betekent dat er nog zo’n 150 wedstrijden nodig zouden zijn om het magische aantal van 1000 duels te bereiken. Een getal dat mooi klinkt, maar steeds onrealistischer wordt. Met naar alle waarschijnlijkheid geen dubbel programma’s meer op de zondag en een steeds dunner wordende kalender, begint dat doel meer op een utopie te lijken dan op een haalbaar streven.
En toch… ieder duel dat er nog bij komt, is er één. Want aantallen zijn uiteindelijk minder belangrijk dan de mooie herinneringen . En die, die raak je nooit kwijt, zelfs niet na een grote opruiming op zolder.

Het is zo’n vraag die je even doet stilvallen. Niet omdat je het antwoord niet wílt geven, maar omdat het antwoord simpelweg niet exact te geven is. Het bijhouden van krantenknipsels en verslagen is de laatste jaren namelijk niet echt meer mijn ding geweest. Sterker nog: enkele maanden geleden werd de vliering aan de Peperweg 7 opgeruimd. Wat daar allemaal stond en lag, verdween voor zo’n 99 procent in de container. Dikke prima overigens. Bewaren om het bewaren schoot al lang niet meer op.
Toch bleef die vraag hangen. Hoeveel duels heb ik inmiddels gezien? Hoe vaak stond ik daar, weer of geen weer, langs een veld ergens op Het Hogeland of daarbuiten?
In mijn beginperiode als verslaggever was het landschap compleet anders dan nu. Er werd volop op zondag gevoetbald. En die zondag, dat is voor mij nog altijd dé ultieme voetbaldag. De rust, het ritme, de geur van nat gras, koffie en de bekenden langs de lijn, het hoorde er allemaal bij.
In mijn eerste volledige seizoen als verslaggever, het seizoen 2008-2009, stond ik vrijwel ieder weekend op zondag langs de lijn bij clubs als Eenrum, Kloosterburen, Warffum, Bedum, Hunsingo of soms Usquert. Dat betekende vaak twee wedstrijden per weekend. Week in, week uit. En altijd met volle teugen genoten.
Langzaam maar zeker begon dat beeld te veranderen. Clubs verdwenen van het zondagse toneel of speelden steeds minder structureel op die dag. Usquert verdween af en toe, Noordpool was de eerste club op Het Hogeland die de overstap maakte van zondag naar zaterdag. Niet veel later volgde vv Bedum, dat samen met CVVB verderging als SV Bedum.
Daar bleef het niet bij. Ook in Winsum werd besloten de krachten te bundelen en gingen Hunsingo en VIBOA samen verder als vv Winsum. Opnieuw een zondagclub minder. Daarna kwam Warffum aan de beurt: ook daar werd de zondag ingeruild voor de zaterdag. Vervolgens maakte Eenrum dezelfde keuze.
Kloosterburen hield het nog even vol, maar besloot uiteindelijk ook om naar de zaterdag te verhuizen. Daarmee bleef Usquert als enige zondagclub op Het Hogeland over. Een eenzame uitzondering in een regio waar het zondagvoetbal ooit zo vanzelfsprekend was.
Voor mij persoonlijk had dat grote gevolgen. Waar de zondag jarenlang automatisch was ingevuld met voetbal, ontstonden er ineens ‘vrije’ zondagen. Usquert speelde immers niet elke week thuis. En een enkele club kan onmogelijk het gemis van een compleet zondagprogramma opvangen.
Dat Usquert nu als enige over is, laat zien hoe het zondagvoetbal op sterven na dood is. En het blijft niet beperkt tot Het Hogeland. Ook verderop in de provincie Groningen en in de kop van Drenthe, waar ik voor de Oostermoer schrijf, zijn er verenigingen die serieus overwegen om de overstap te maken.
Een overstap waarbij sportief succes vaak als argument wordt gebruikt. Maar als we eerlijk zijn, is dat een nogal dubieus argument. Wie de clubs bekijkt die zijn overgestapt of via fusies verder zijn gegaan, ziet geen enkel overtuigend bewijs dat het sportief beter is geworden. Integendeel zelfs.
Neem Kloosterburen. Daar lag de publieke belangstelling op zondag de laatste jaren duidelijk hoger dan nu op zaterdag. Meer mensen langs de lijn, meer betrokkenheid, meer sfeer. Het zijn zaken die je niet zomaar terugwint door simpelweg een andere speeldag te kiezen.
Maar terug naar die oorspronkelijke vraag: hoeveel wedstrijden heb ik nu eigenlijk bezocht?
Exact tellen kan ik ze niet meer. Daarvoor zijn te veel notities verdwenen, te veel herinneringen vervaagd en te veel seizoenen voorbijgegaan. Maar een voorzichtige, realistische schatting brengt me op ongeveer 850 wedstrijden langs de lijn. Acht-honderd-vijftig keer langs een veld. Acht-honderd-vijftig keer een notitieboekje in de hand, een praatje vooraf, en vaak met bekenden langs de lijn.
Dat betekent dat er nog zo’n 150 wedstrijden nodig zouden zijn om het magische aantal van 1000 duels te bereiken. Een getal dat mooi klinkt, maar steeds onrealistischer wordt. Met naar alle waarschijnlijkheid geen dubbel programma’s meer op de zondag en een steeds dunner wordende kalender, begint dat doel meer op een utopie te lijken dan op een haalbaar streven.
En toch… ieder duel dat er nog bij komt, is er één. Want aantallen zijn uiteindelijk minder belangrijk dan de mooie herinneringen . En die, die raak je nooit kwijt, zelfs niet na een grote opruiming op zolder.