Poolster-trainer Jeroen de Munck heeft niets met 'gekochte' teams

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in In de Dugout met...

Jeroen de Munck werkte aan het begin van het seizoen 2011-2012 mee aan de rubriek ‘in de Dug Out met’. De Winsumer was toen net als hoofdtrainer bij De Heracliden aan de slag gegaan en kreeg een aantal vragen en stellingen voorgelegd. Nu drie jaar later nodigde ik Jeroen als trainer van Poolster weer uit om te kijken hij nu tegen de diverse facetten van het trainersvak aankeek
jeroen 
Jeroen op het moment dat jij voor de eerste keer in de ‘Dug Out’ van Puurvoetbalonline plaats nam begon jij aan jouw klus als hoofdtrainer van De Heracliden. Had jij toen al een beeld van, met dit team is het bereiken van de tweede klasse haalbaar: ‘’Op dat moment waren we er nog zeker niet klaar voor, maar in het achterhoofd houden dat vooral de jonge jongens nog veel groeipotentie hadden blijf je er wel aan denken. Op het eind van vorig seizoen kwamen alle puzzelstukjes op de juiste plaats te liggen en “moest” dit eigenlijk wel zo eindigen, prachtig natuurlijk. Ik heb een hele mooie tijd bij de sv de Heracliden gehad.”
In 2011 zei je, als trainer moet je jonge spelers zien en horen. Je moet weten wat er bij jonge spelers leeft. Ik denk dat dit een van jouw sterkte kanten als trainer is: ‘Het gaat natuurlijk niet alleen maar om de jonge spelers. Iedere speler heeft een functie binnen het team en brengt zijn karakter mee. Ik probeer veel in gesprek te blijven met de jongens en probeer ook heel goed de non verbale signalen op te vangen. Jonge jongens zijn vaak erg wisselvallig en wisselen fantastische (speelse) momenten af met grove fouten. Ik richt me vooral op “intenties”. Fouten maken mag, als de intentie achter een actie/pass/keuze maar goed is. Tevens pak ik jongens af en toe apart en bespreek ik met hun verbeterpunten voor de komende weken. Vaak zijn dit maar 1 of 2 punten. Ik wil ze ook niet ‘overloaden.”
Jij werkt vanuit een bepaalde visie. Had jij verwacht dat jouw visie binnen Poolster zo snel zou worden opgepakt of is jouw succes bij De Heracliden daar mede debet aan: ‘Mijn keuze voor Poolster is mede gedaan omdat ik de totale vrijheid heb gekregen om mijn visie neer te laten dalen bij deze club. Uiteraard wist de club vanuit mijn verleden bij Heracliden wat voor soort trainer ze binnen zouden halen. Mijn visie is voor het grootste gedeelte gebaseerd op een aantal aspecten. Verzorgd spel in balbezit, spelvreugde, lef, altijd als team er voor 100% er staan (wedstrijd, training of oefenwedstrijd) en een open houding bij spelers creëren. (hunkering om beter te worden). Alles met het doel om mensen trots op hun club en het 1e elftal (uithangbord) te laten zijn of dit nou spelers bestuur of de supporters zijn.”
Jij zou als trainer niet bij iedere club als hoofdtrainer aan de slag gaan omdat: ‘Ik heb niets met “gekochte” teams. Ik sprak een paar jaar geleden eens met een collega trainer uit de stad die vlak na de winterstop al bezig was met besprekingen met huidige spelers en gesprekken met eventuele nieuwe spelers in hotels e.d. Afschuwelijk toch. Ik wil mijn energie op het veld kwijt raken en niet met dat andere geouwehoer. Voor de rest vind ik het belangrijk dat een club niet alleen ambitie uitspreekt maar dat ook zichtbaar maakt.”
Velen beweren dat het amateurvoetbal in onze regio kwalitatief achteruitgaat. Deel jij die mening: ’Dat vind ik onzin, het is al snel dat vroeger alles beter was. Het is een andere tijd met andere spelopvattingen.”
Wat is in jouw ogen de grootste verandering die er in het amateurvoetbal heeft plaatsgevonden sinds jij als hoofdtrainer bent begonnen: ‘Ik merk vooral de laatste jaren dat clubs ook durven te kiezen voor jongere trainers. Ik juich dit enorm toe. Vind dat we aardig wat jongens hebben die staan te trappelen om hoofdtrainer te worden of nu net de kans hebben gekregen. Denk hierbij aan Ronald Vermeulen, Roy Kamps, Remy van der Wal, Simon Schuil en Mischa Visser. Clubs durven meer  “risico”  in te nemen. Ook al zie ik het meer als lef dan risico. Ik heb op mijn 27e ook de kans gekregen bij HS’88 en ben ze daar nog steeds heel erg dankbaar voor. Ben nu in mijn 7e jaar als hoofdtrainer en toch nog maar net 36 jaar oud. Genoeg leermomenten dus al gehad.”
Guardiola en Mourinho noemde jij in 20 11 als de trainers die er bovenuit springen. Denk je daar in 20 14 nog precies eender over: ‘Daar denk ik nog steeds zo over. Ik vind het mooi als je aan het spel van een team kan zien wie de hoofdtrainer is. De duidelijke hand, en de rechtlijnige visie.”
Jij noemde toen als beginnersfout, je druk maken over wat anderen van mij en mijn aanpak vinden. Iets dat nog steeds zo of kwam jij bij Poolster anders binnen dan bij ‘Hera’: ’Bij Poolster was het natuurlijk erg onrustig geweest op het trainersvlak. Dan krijg je snel mensen die denken “die trainer zal het nu zeker wel even doen” dat krijg je toch. Ik ben mezelf en maak me eigenlijk totaal niet meer druk om wat ze van mij als trainer vinden en van mijn keuzes. Ik luister zeker wel, maar vind het niet nodig om serieus in te gaan op commentaren van mensen die totaal niet weten wat we doordeweeks met elkaar doen. Het raakt me wel als mensen kritiek hebben op de “persoon” Jeroen. Kritiek op de “trainer” Jeroen zal er altijd zijn. “
Als trainer ben ik niet het type van het op stap gaan met mijn spelers was ook een uitspraak. Daar sta je waarschijnlijk een tijd dat de sociale media alles laat zien nog volledig achter: ’Bij teamuitjes ben ik er altijd bij en na de wedstrijd ben ik zeker in de kantine aanwezig. Dit vind ik ook belangrijk. In een andere setting met elkaar omgaan. Tevens ben ik heel terughoudend om te reageren op stukjes op Facebook of andere social media. Toch merk je dat door “het web” amateurvoetbal meer gaat leven in onze regio. Dat vind ik een mooie ontwikkeling.”
Jij stimuleert jou selectiespelers, doe ook wat terug voor je club. Is dat niet vreemd dat je dat moet stimuleren: ‘Als 1e selectie weet ik dat we meer middelen tot onze beschikking krijgen dan de overige teams. Als uithangbord van de club vind ik dit ook niet meer dan logisch. Toch vind ik ook dat we hier best wel iets voor terug mogen doen. Tevens probeer ik de jongens duidelijk te maken dat je een voorbeeldfunctie hebt als 1e elftal speler, in en buiten het veld. Ook binnen onze groep is niet iedereen gemotiveerd om dingen op te pakken, toch ziet een ieder wel de noodzaak hier van in.”
Als je kijkt naar jeugdteams zijn de trainers veel teveel resultaatgericht bezig’, was ook een uitspraak. Daar denk jij nog precies eender over of: ‘Ik merk dat de intenties vaak wel goed zijn, maar de uitvoering niet altijd naar mijn wens. Ik denk dat er binnen de club aandacht moet worden besteed aan de kwaliteit van de trainingen. Welwillendheid is de basis, maar verantwoording van je keuzes is nog belangrijker. Als hoofdtrainer heb ik daar ook zeker een rol in. Zoeken is vaak naar de juiste methode. Ik zal zeker dit proces in werking zetten bij Poolster.”
Ook in het amateurvoetbal merk je dat de ‘ waan van de dag’ toeneemt: ’Dat klopt zeker. Er zijn veel te veel clubs die alleen maar naar resultaten kijken en trainers niet de tijd geven om te groeien en te werken aan verbeterpunten. Ik maak me hier zelf niet meer zo druk om, het zal allemaal wel. Gewoon je ding doen. Een collega trainer zei laatst dat het iedere trainer overkomt dat die vroegtijdig een keer bij een club moet vertrekken. Misschien heeft hij gelijk. De tijd zal het uitwijzen.
De ‘bende van vijf’, Tom Dijkman, Robbert Kok, Robin Uilhoorn, Kevin Bijlsma en Stijn de Regt, moet de basis voor een nieuw Poolster worden: ‘Deze vijf jongens horen zeker bij de basis voor het “nieuwe Poolster” toch moet het altijd een goede mix blijven tussen jong en oud binnen het team. Wat duidelijk is dat deze jongens nog vele jaren met elkaar kunnen groeien binnen dit elftal. We spelen nu al regelmatig met ongeveer zeven jongens in de basis van onder de 20. Ze zullen in het begin grote sprongen maken en ook zeker wel een terugslag krijgen, maar hopelijk worden ze mede door de ervaring alleen maar sterker en sterker. Ik vind het juist mooi om ze in dit proces te begeleiden.”
Heeft het vaderschap er voor gezorgd dat je nu anders in het trainersvak staat: ’Ik ben niet veranderd als trainer, maar onze kleine is bijvoorbeeld net geopereerd en dan merk je absoluut dat alles wat met voetbal te maken heeft dan direct op de achtergrond komt. Ik moet dan wel soms moeite doen om m’n scherpte te houden omdat je met je hoofd bij je thuissituatie bent. Normaal heb ik daar totaal geen moeite mee.”